Kortrijk wil via het Leylab-project in de praktijk nagaan wat voor de consument de relevantie is van nieuwe toepassingen en diensten via een supersnel glasvezelnetwerk. Het project werd in 2009 al aankondigd en werd begin 2011 afgetrapt. Toch is het testen van de toepassingen pas nu echt op gang gekomen. "We zijn eerst gestart met het verkrijgen van de nodige vergunningen, waardoor de eerste testgebruikers pas in juni vorig jaar aangesloten werden. Nu zijn alle mensen allemaal aangesloten waardoor we nu echt kunnen beginnen", zegt Dirk Osstyn van Alcatel-Lucent die het Leylab 'living lab' consortium trekt.
...

Kortrijk wil via het Leylab-project in de praktijk nagaan wat voor de consument de relevantie is van nieuwe toepassingen en diensten via een supersnel glasvezelnetwerk. Het project werd in 2009 al aankondigd en werd begin 2011 afgetrapt. Toch is het testen van de toepassingen pas nu echt op gang gekomen. "We zijn eerst gestart met het verkrijgen van de nodige vergunningen, waardoor de eerste testgebruikers pas in juni vorig jaar aangesloten werden. Nu zijn alle mensen allemaal aangesloten waardoor we nu echt kunnen beginnen", zegt Dirk Osstyn van Alcatel-Lucent die het Leylab 'living lab' consortium trekt. In totaal zijn een 200-tal testers aangesloten op het glasvezelnetwerk, waarvan 110 gezinnen in de wijken Buda en Overleie. De andere 'testers' zijn gebouwen zoals een school, het lokale kunstencentrum en een zorgcentrum. De zoektocht naar kandidaat-testers verliep moeizamer dan aanvankelijk gedacht, hoewel het om een gratis lijn van 100 Mbit/s down- en uploadstream gaat. Heel wat gezinnen zagen het echter niet zitten dat in hun huis extra werken nodig waren om de glasvezellijn tot in de woonkamer door te trekken, horen we vanuit verschillende hoeken. Dat Belgacom enkel de connectiviteit en geen triple-play aanbod leverde, speelde misschien ook mee. "Het gaat om een volledig gescheiden netwerk om elk stadium van productontwikkeling goed te kunnen testen. Belangrijk is dat er toch een levensechte ervaring is, omdat het bij hen thuis en niet in een labo gebeurt. Elk gezin moest zich dan ook engageren om lid te worden van het testpanel", zegt Dirk Osstyn: "Dat wil zeggen dat ze regelmatig enquêtes moeten invullen over hun gedrag en hun ervaringen met het netwerk." De deelnemende gezinnen kregen allemaal een Samsung Android-tablet, een mini-pc en/of een set-top box waarmee ze video's uit een beeldarchief kunnen consulteren. Partners als Videohouse, Beeldbank Kortrijk en Budascoop werken hiervoor samen. "Nu het netwerk operationeel is, kunnen bedrijven ook hun applicaties komen testen volgens het principe van een 'living lab'", zegt Osstyn. Leylab is een van de drie proeftuinen die IBBT opgezet heeft, met gedeeltelijke financiering van het IWT. Het is overigens ook de bedoeling om het lokale ecosysteem te bevorderen en applicaties uit te rollen waarvan de gemeenschap beter wordt. Denk dan bijvoorbeeld aan videocalling voor mensen die niet meer mobiel zijn of aan ehealth-toepassingen voor zorgbehoevenden. Het is dan ook geen toeval dat het OCMW Kortrijk en Televic Healthcare partneren in het project. Andere partners zijn nog Focus WTV, Androme, In-Ham, Zeticon en U-sentric. Waar Kortrijk vanuit de praktijk vertrekt, wordt in Gent sinds oktober 2010 bestudeerd of een stadsoverkoepelend ftth-netwerk haalbaar is. "Zowel wat het technologische luik als het economische plaatje betreft", verduidelijkt Jan Van Ooteghem van IBBT die het Terrain-project leidt ('Techno-Economic Research for Future Access Infrastructure Networks'). "Het project loopt nog tot september. Het is de bedoeling dat we dan met concrete aanbevelingen voor de stad Gent komen en hen exact kunnen vertellen hoeveel een uitrol zal kosten en over welke termijn", zegt Van Ooteghem. De grote kost zit zoals bekend in de graafwerken. "Het open- en dichtgooien van straten in een stadsomgeving is goed voor 60 à 70 % van het totale kostenplaatje van een ftth-rollout", weet Van Ooteghem. Bovengrondse bekabeling is een mogelijk alternatief. In het najaar moeten de conclusies bekend zijn. "We willen de stad Gent een concreet plan aanreiken waarin we vertellen hoeveel het gaat kosten, waar je moet beginnen, hoe lang het gaat duren, en wat in afwachting moet gebeuren. Dus ook om bijvoorbeeld 'ducts' in de grond te stoppen bij heraanleg van straten", aldus Van Ooteghem. Of Gent dan ook effectief voor een ftth-stadsnetwerk gaat, zal de stad nadien beslissen - waarbij de nakende verkiezingen ook wel een rol kunnen spelen. "Zeker is dat het dossier wel degelijk op tafel ligt en dat er oprecht naar gekeken wordt", besluit Van Ooteghem. Kristof Van der Stadt