Het mainframe staat bekend om zijn degelijkheid inzake RAS ofte 'reliability, availability and serviceability'. Maar het grootste minpunt is wellicht het hoge kostenplaatje (materiaal, softwarelicenties, personeel voor het onderhoud van de applicaties). Volgens Joseph Reger, chief technology officer bij Fujitsu Siemens, "houden ondernemingen vaak geen rekening met de 'volledige' TCO. Het mainframe kan immers zijn waarde bewijzen als men de juiste berekeningen maakt." Uiteraard moet je als bedrijf dan nog geschikt personeel zien te vinden, specialisten die de mainframearchitectuur begrijpen en applicaties kunnen ontwikkelen voor dit platform. ...

Het mainframe staat bekend om zijn degelijkheid inzake RAS ofte 'reliability, availability and serviceability'. Maar het grootste minpunt is wellicht het hoge kostenplaatje (materiaal, softwarelicenties, personeel voor het onderhoud van de applicaties). Volgens Joseph Reger, chief technology officer bij Fujitsu Siemens, "houden ondernemingen vaak geen rekening met de 'volledige' TCO. Het mainframe kan immers zijn waarde bewijzen als men de juiste berekeningen maakt." Uiteraard moet je als bedrijf dan nog geschikt personeel zien te vinden, specialisten die de mainframearchitectuur begrijpen en applicaties kunnen ontwikkelen voor dit platform. Hoewel mainframes de laatste dertig jaar amper veranderingen hebben ondergaan, heeft Fujitsu Siemens naar eigen zeggen toch verschillende pogingen ondernomen om dit platform nieuw leven in te blazen. Zo werd in 1996 de SR-reeks gelanceerd, op basis van een Mips-processor, en in 2002 het SX-gamma, met een Sparc 64 als kern. Met de SQ-lijn biedt het Duitse bedrijf nu een mainframe aan op basis van een Intel-chip. "De S-mainframes zullen zeker niet worden vervangen", benadrukt Reger, vooral omdat "de multi-thread prestaties van de Intel-processor nooit zo goed zullen zijn als die van de Cmos-processor." Toch is het nog altijd zo dat "de SQ een volwaardig mainframe is wat beschikbaarheid en betrouwbaarheid betreft." Een toestel dat in de eerste plaats BS2000-applicaties zal kunnen draaien in native modus, dus zonder enige behoefte aan wijzigingen; later kunnen er applicaties onder Linux of Windows worden aan toegevoegd onder de vorm van 'virtuele kopieën' dankzij een virtualiseringslaag. In de praktijk zal de SQ tegen 2009 enkel BS2000 draaien, tegen eind 2009 meerdere kopieën van BS2000, en in 2010 waarschijnlijk BS2000, Windows en Linux tegelijk. "Dezelfde Linux als op de servers," benadrukt Reger, daarmee zinspelend op IBM, dat verschillende Linux-versies zou draaien op de Z en op de servers. De SQ 100, het instapmodel dat eind 2008 beschikbaar zal zijn, zal tot 4 CPU's bevatten voor een vermogen van maximaal 100 Mips, terwijl eind 2009 een middenklassemodel met 8 CPU's en een vermogen van 150 Mips beschikbaar zal zijn. Geleidelijk aan zal het gamma evolueren naar 24 CPU's. De S-lijn voor mainframes blijft ook bestaan en evolueert nog altijd, met een S200 die tot 4.500 Mips kan halen. "Het gaat om een verbeterde versie van een Intel-platform met RAS-functies," aldus nog Joseph Reger. "De SQ mikt niet alleen op datacenters maar ook op ondernemingen die naast Windows en Linux nog af en toe BS2000-applicaties gebruiken, en die niet noodzakelijk hun applicaties willen migreren." Reger weet nog te melden dat SQ-systemen met 150 tot 300 Mips in België "waarschijnlijk ideaal zijn voor de kmo-markt." Vooral ook omdat de SQ goedkoper zou zijn dan een mainframe. "Onze mainframeklanten zijn zeer stabiel," verklaart Reger, voor wie de applicatie de doorslaggevende factor is. "De 'legacy'-toepassingen hebben een zeer hoge maturiteitsgraad bereikt en heel wat ondernemingen willen er niet aan tornen." Blijft nog de vraag of het niet te laat is om een dergelijk toestel op de markt te brengen. Heel wat bedrijven in ons land hebben sowieso al beslist om hun mainframe op te geven en hun applicaties te migreren, al dan niet na eventuele vernieuwingen.Marc Husquinet