Zelfs met de allerlaatste versies van NTFS heeft Microsoft het probleem van bestandsfragmentatie niet kunnen oplossen. Vreemd toch, als we bedenken dat er geen defragmentatie nodig is voor de bestandssystemen van Linux. Waarom kan Microsoft dat dan niet? Dit euvel in Windows is natuurlijk goed nieuws voor firma's zoals Raxco, want dan is er een markt voor hulpprogramma's die bepaalde euvels in Windows bekampen. Defragmentatie hoort daarbij.
...

Zelfs met de allerlaatste versies van NTFS heeft Microsoft het probleem van bestandsfragmentatie niet kunnen oplossen. Vreemd toch, als we bedenken dat er geen defragmentatie nodig is voor de bestandssystemen van Linux. Waarom kan Microsoft dat dan niet? Dit euvel in Windows is natuurlijk goed nieuws voor firma's zoals Raxco, want dan is er een markt voor hulpprogramma's die bepaalde euvels in Windows bekampen. Defragmentatie hoort daarbij. Defragmentatie is het terug bijeenbrengen van bestandsblokken die eerst verspreid stonden over een harde-schijfvolume. PerfectDisk probeert dat intelligenter aan te pakken dan de concurrentie. Deze software probeert namelijk de meest gebruikte bestanden zo op het volume te plaatsen, dat de toegangssnelheid het hoogst is en de noodzaak tot fragmentatie het kleinst. 'SMARTplacement' heet deze techniek. Lege ruimte wordt zoveel mogelijk in de buurt van de populairste bestanden gehouden. Op die manier vinden de meeste schijftoegangen plaats op een zo beperkt mogelijke fysieke ruimte. Dat is uiteraard sneller omdat de schijf minder toegangspogingen moet ondernemen. PerfectDisk kan ook de NTFS-systeemgebieden (PageFiles, directory's en Master FileTables of MFT's) defragmenteren. Dit kan wel alleen maar tijdens de systeemstart en voordat de desktop actief wordt. U begint met de installatie van de PerfectDisk Enterprise Console, het centraal beheer. Die heeft een SQL Server nodig om zijn configuratiegegevens in te bewaren. U kunt daarvoor een SQL Server in uw netwerk gebruiken. Desgewenst kan de installatieprocedure een SQL Server 2005 Express op de beheer-pc installeren. U moet zelf nog zorgen voor installatiepakketten. Dat zijn MSI's of zelfuitpakkende EXE's met daarin een PerfectDisk Agent (PDA) of Client. Een agent heeft geen interface. Die bedient u dus volledig vanop afstand. Een Client heeft een lokale interface. De gebruiker kan dus zelf defragmentaties instellen en laten uitvoeren. Met behulp van de PerfectDisk Enterprise Console kunt u alles centraal beheren. De beheerinterface is een nieuwstegeneratie MMC-console. Uiterst links ziet u een van pictogrammen voorzien menu van hoofdrubrieken. De gekozen hoofdrubriek staat telkens bovenaan uitgesplitst in zijn onderdelen. Rechts van het menupaneel is er het hoofddialoog scherm. Uiterst rechts zijn er nog twee panelen met veelgebruikte acties. Daarvinden we ook een lijst met 'resources' (hulp- en opzoeksystemen). De hoofdrubrieken zijn georganiseerd in de volgorde waarin u ze doorgaans zult gebruiken: Getting Started, Deploying, Monitoring, Security, Alerting, AutoPilot, Configuration Profiles, Reporting en Queue (takenwachtrij). 'Getting Started' is erg nuttig om u vertrouwd te maken met alle functies van deze beheerconsole. U krijgt een duidelijk overzicht van alle uit te voeren taken. Elke taak heeft een wizard die u door alle stappen heen leidt. De wizard voor de hoofdrubriek Uitrollen bevat een onderdeel voor het vastleggen van alle te beheren computers met hun inloggegevens. Hierbij krijgt u heel wat vrijheid. De inlog kan namelijk domein- of werkgroepgebaseerd zijn, of computerspecifiek. We hebben hierop twee punten van kritiek. Een is dat de opgegeven inlog niet veranderd kan worden. Pervers genoeg is er een verificatieknop om de inlog te controleren, maar als die dan faalt kunt u hem niet ter plekke verbeteren. U moet de wizard afsluiten en dan onder de hoofdrubriek 'Beveiliging' de inlog aanpassen. Ook hier is er geen sprake van eenvoudig de volledige inlogdata aan te passen. Als u bijvoorbeeld van domein naar werkgroep of lokale computer moet veranderen, kan dat niet. Dan moet u de inlog wissen en een nieuwe aanmaken. Dat is niet zo gebruiksvriendelijk. Het tweede punt van kritiek is, dat het niet mogelijk is een groep van computerspecifieke inlogs aan te maken die allemaal dezelfde inlog gebruiken. Zodra alle computers met bijhorende inloggegevens geconfigureerd zijn, kunnen we de vooraf klaargemaakte installatiepakketten uitrollen. Hierbij hadden we graag gezien dat deze Enterprise Console u kan helpen met het klaarmaken van installatiepakketten. Momenteel gaat hij ervan uit, dat die al klaar zijn als u de Console voor het eerst gebruikt. Bij het invullen van de locatie van het installatiebestand probeert het systeem tijdens het typen vast te stellen of de bestandsnaam juist is. Dat is vervelend, zeker bij het intikken van een UNC (Universal/Uniform Naming Convention)-pad. Beter zou het zijn om dit pas te controleren nadat de beheerder op Enter gedrukt heeft. Het uitrollen van de installatiepakketten kan als een uitgestelde taak ingesteld of meteen uitgevoerd wordt. De hoofdwizard van de Uitrol-dialoog biedt u overigens een testfunctie waarmee u kunt zien of alles goed ingesteld is. Testen die falen krijgen een aanklikbare functie 'Details' waarmee u kunt zien wat er fout ging. De hoofdrubriek Configuratieprofielen bevat een indrukwekkende hoeveelheid opties om in te stellen. Ook hier maakt u zo'n profiel aan met behulp van een wizard. U kunt systeembrede regels instellen, zoals cpu- en schijfbelasting en of VSS toegepast moet worden. Verder uiteraard de defragmentatieregels. Ook kunt u het maximale fragmentatiepercentage, de SMARTplacement-instellingen, de startbestanden-optimalisatie en de defragmentatieinstellingen buiten Windows om regelen. Hierbij ontbreekt de mogelijkheid om bij de aanpassingen buiten Windows om eerst een integriteitscontrole van het volume (scandisk/checkdisk) uit te voeren. U kunt verder opgeven of het profiel automatisch bijgewerkt moet worden naar de clients toe. Ten slotte kan het profiel ook rekening houden met gevirtualiseerde systemen, zowel onder Hyper-V, Virtual Server of een andere Windows-gebaseerd fysiek systeem met virtualisatie aan boord. Natuurlijk worden ook VMWare ESX zelfstandig of via VMWare Virtual Center ondersteund. Wat ontbreekt is ondersteuning voor populaire niet-Windowsgebaseerde gastheren. Met name Linux KVM en Sun xVM. Daarin draaien namelijk ook gevirtualiseerde Windows'en. Citrix Xen wordt sinds kort wel ondersteund. We gebruikten een mengeling van fysieke en gevirtualiseerde systemen onder VMWare ESXi hypervisor voor de uitrol van de agenten. Er was geen prestatieverlies vast te stellen bij een lopende defragmentatie. We hadden hierbij de systeemparameters op de standaardwaarden van PerfectDisk laten staan. Als u die wijzigt, kan er natuurlijk wel een prestatieimpact optreden. PerfectDisk 10 Virtual Enter-prise Edition heeft een erg fraai uitgewerkt centraal beheer, dat de beheerder echter op een paar punten flink tegenwerkt in plaats van helpt. Het meest storende element is dat inloggegevens maar zeer moeizaam gewijzigd kunnen worden eenmaal dat ze ingegeven zijn. Aan die beheerinterface is nog wat werk. Het defragmenteren van virtuele systemen werkt wel prima. Johan Zwiekhorst