We besparen u de superlatieven die we op de jaarlijkse FTTH Conference te horen krijgen. Fiber to the Home, glasvezel waarmee u vlot gigabitsnelheden haalt, is er de heilige graal die onze mobiliteit zal oplossen, brain drain kan tegenhouden, onze huizen slimmer maakt en wie weet, zelfs de vuilniszakken buitenzet. Maar dat verdient een stevige kanttekening. Waar landen als Frankrijk sukkelen om het merendeel van de bevolking 30 Mbps of meer te geven (Europa wil dat iedereen tegen 2020 30Mbps heeft, met de helft van de bevolking aan 100Mbps), staat België er een pak beter voor. Hier haalt tachtig procent van het land snelheden van meer dan 30 Mbps. Dat verklaart waarom landen als Letland, Estland, Rusland of Spanje vandaag Europese koplopers zijn in het uitrollen van glasvezel, waar Proximus pas in december aankondigde de komende jaren te investeren in FTTH. Specifiek in de laatste kilometer tussen de straatcabine en de modem in uw woonkamer, want er ligt al zo'n 21.000 kilometer glasvezel die de verbinding tot aan de straatcabine verzorgt. Dat initiatief, zo'n drie miljard euro aan investeringen, verdient applaus. Ook al komt het er pas nadat Telenet met zijn Netwerf tegen 2019 gigabitsnelheden beloofde. Concurrentie in een duopolie blijft een eigenaardig beestje.
...