Het project maakte deel uit van het Accenture Development Programme (ADP) dat ongeveer vijf jaar geleden het licht zag, maar pas sinds een tweetal jaar ook in België actief is. Pieter Talpe, zelf zo'n vijf jaar aan het werk bij Accenture, stelde zich kandidaat, en slaagde voor de ADP-toelatingsproef.
...

Het project maakte deel uit van het Accenture Development Programme (ADP) dat ongeveer vijf jaar geleden het licht zag, maar pas sinds een tweetal jaar ook in België actief is. Pieter Talpe, zelf zo'n vijf jaar aan het werk bij Accenture, stelde zich kandidaat, en slaagde voor de ADP-toelatingsproef. "Daarna moet je zélf nog een project vinden. Je moet er dus zelf heel actief mee bezig zijn om zo'n project te vinden dat aansluit bij je achtergrondkennis", legt Pieter Talpe uit. "En natuurlijk moet je er ook zeker van zijn dat je je klanten in België niet in de steek laat." In de zomer van 2007 had Pieter zijn project te pakken: het Victoriameer. Het meer in Oeganda, Kenia en Tanzania is qua omvang groter dan België en is het op één na grootste zoetwatermeer ter wereld. "De klant waar ik voor werkte was de GSM Association. De bedoeling was om een business case uit te dokteren voor telecomoperatoren ter plaatse die er dan van overtuigd worden dat hun investering de hele lokale bevolking ten goede komt." In dit geval was de meerwaarde bij de vissers op het Victoriameer te zoeken. "Per jaar komen bijna 4.000 vissers om op het meer. Door bootjes die kapseizen, maar ook door piraterij. Grote boten zijn er niet toegelaten, kleinere boten, vaak kano's, hebben meestal geen communicatieapparatuur aan boord. Zelfs verlichting is zo goed als onbestaande. Bij het minste onweer zijn ongelukken er dus snel gebeurd", weet Pieter Talpe uit eigen veldonderzoek. Anderzijds hebben zowat alle vissers er wél een gsm. Zo is het idee ontstaan of de veiligheid op het meer niet kon worden verhoogd door er een gsm-netwerk aan te leggen. Geen sinecure overigens, want het Victoriameer grenst aan drie landen. De eerste zes weken kreeg Pieter hulp van een MBA-stagestudente. De rest van de tijd stond hij er alleen voor. De haalbaarheidsstudie is overigens bijzonder breed uitgevoerd. "Een gsm alleen zal hun leven niet redden: er moet ook iemand bereikt kunnen worden op de oever die hen kan komen redden", aldus Pieter die benadrukt dat het niet alleen een technisch, maar ook een economisch en maatschappelijk onderzoek betrof. De puur technische studie - hoeveel masten en waar precies - was overigens al gebeurd. "Ik heb me vooral geconcentreerd op het kostenplaatje en of een telecomoperator er iets kan aan terugverdienen." De uiteindelijke conclusie? "Ja, het is de investering waard. Het is niet het meest winstgevende gebied - want het meer is niet dichtbevolkt - maar als je de marketing en de 'corporate citizenship' boodschap meerekent, is de slotsom voor een telecomoperator positief", besluit Pieter. Pieter werkte voor het project samen met Celtel, een onderdeel van Zain, een van de grootste telecomspelers in Afrika, en met Ericsson. "Dat Celtel meestapte in het verhaal, was geen verrassing. Zij beschouwen Afrika als één netwerk en dit project past in die boodschap. Zo moeten er bijvoorbeeld geen roamingkosten betaald worden tussen Kenia en Tanzania", verduidelijkt hij. Ondertussen is het project ook écht op de rails getrokken en heeft Ericsson op en rond het Victoriameer een netwerk aangelegd voor Celtel. Later dit jaar worden er nog extra masten geïnstalleerd. Pieter kijkt bijzonder tevreden terug op het project. "Ik heb daar grote ogen getrokken. Telecom is echt een noodzaak voor de mensen daar. En wij staan daar niet meer bij stil. Het is een waarde voor hen: ze kunnen handel drijven en contacten onderhouden met klanten en leveranciers." Niet alleen Pieter, maar ook zijn vrouw kijkt met veel voldoening terug. "Dat mijn vrouw kon meegaan naar Oeganda, was wel een voordeel. Ze heeft vrij genomen en werkte als vrijwilligster in een ngo die aan aidspreventie doet. Dat was een verrijkende ervaring voor haar, persoonlijk en professioneel." De terugkeer naar België viel hen zwaar. "Het duurde twee maanden voor ik weer op mijn pootjes terecht kwam. Ginder voelde ik dat ik echt een verschil maakte. Hier is het allemaal wat minder tastbaar. Je functioneert in een groot team, terwijl je ginder helemaal alleen de volle verantwoordelijkheid draagt." Overigens doet elke partij een duit in het zakje. "Tijdens de duur van het project moeten ADP-kandidaten de helft van hun normale brutoloon inleveren", erkent Pieter, "maar het verblijf wordt ginder wel betaald door Celtel, waardoor het voor ons ook haalbaar bleef." Ondertussen is Pieter zowat de 'interne promotor' geworden van het ADP-programma binnen Accenture en probeert hij jongere collega's te enthousiasmeren. "Misschien volgt er ook voor mij nog een tweede project, maar concreet is dat niet. Accenture wil trouwens dat je na zo'n project minstens een jaar terugkeert naar de reguliere business." # Kristof Van der Stadt