In 2000 diende de World Health Organisation (WHO) al eens een voorstel in voor een .health achtervoegsel, maar dat werd toen verworpen door Icann. Acht jaar later is niet langer de WHO initiatiefnemer, maar wel de Belgische afdeling van Isoc, de organisatie die internationaal de internetprotocollen beheert.
...

In 2000 diende de World Health Organisation (WHO) al eens een voorstel in voor een .health achtervoegsel, maar dat werd toen verworpen door Icann. Acht jaar later is niet langer de WHO initiatiefnemer, maar wel de Belgische afdeling van Isoc, de organisatie die internationaal de internetprotocollen beheert. "Een tijdje geleden zat ik aan tafel met topman Frank Lievens van The International Society for Telemedicine & eHealth (ISfTeH)", vertelt algemeen directeur Rudi Vansnick van Isoc Belgium. "We vroegen ons af waarom zoveel e-healthprojecten falen. Ons leek het vooral te gaan om een gebrek aan vertrouwen. Met als gevolg dat wanneer ik in Afrika overreden word, de dokter geen toegang heeft tot mijn medische gegevens. Daar een mouw aan passen, is ons vertrekpunt geweest." Vansnick en Lievens kwamen overeen om samen een consortium op te richten, dat een voorstel moet uitwerken voor een internationale .health domeinextensie. "Een achtervoegsel dat enkel toegekend wordt aan gecertificeerde partijen, opdat de data onder elke .health domeinnaam veilig en zeker zou zijn." Een kanttekening toch. Vandaag is het al moeilijk om medische gegevens uitgewisseld te krijgen tussen twee Belgische ziekenhuizen. Terwijl .health meteen wereldwijde ambities koestert. Is dat niet erg hoog gegrepen? "Ook daar gaat het weer over wantrouwen", gaat Rudi Vansnick verder. "Het is niet omdat iemand zich voordoet als dokter, dat hij ook echt dokter is. In de .be-databank zitten sowieso heel wat kwakzalvers met valse adressen. Een arts kàn via het huidige .be domeinsysteem dus geen waterdichte garantie geven dat hij ook effectief arts is." Isoc Belgium en het ISfTeH hopen daar iets aan te doen door middel van een veilige .health-zone. "Het is de bedoeling dat enkel een gecertificeerde fysieke organisatie een domeinnaam kan krijgen. Bovendien moet die organisatie of die entiteit aan een hele rist voorwaarden voldoen. Nog voor het einde van het jaar organiseren we in Brussel een groot debat rond het onderwerp, waarop alle geïnteresseerde partijen uitgenodigd zullen worden. Want het is wel degelijk de bedoeling dat er nog meer partijen en overheden in het samenwerkingsverband stappen." Volgens Vansnick heeft de Britse minister van gezondheidszorg al te kennen gegeven wel te willen toetreden, en ook vanuit Canada komen er positieve geluiden. De toezegging van Isoc Hong Kong ligt een beetje voor de hand, maar ook de Europese Commissie is het project genegen. "Ik hoop dat de overheden snel zullen inpikken. Dan kan het project eigenlijk niet falen." Toch mag het consortium niet vervallen in de fouten die de WHO maakte rond de eeuwwende. "Daar hoeden we ons wel voor. Zo is ons project alles behalve commercieel getint. Bovendien doen we het niet alleen. Dat zou Isoc Belgium ook niet aankunnen. Een groot samenwerkingsverband is absoluut noodzakelijk, al was het maar voor de installatie van het technische platform." In juni 2009 wordt normaal gezien het startschot gegeven voor de aanbestedingsronde bij Icann. Tegen dan zou dus ook het dossier van Isoc Belgium en het ISfTeH helemaal rond moeten zijn. "Uiteraard zijn we al een tijdje bezig met .health", verzekert Vansnick. "En eerlijk gezegd verwacht ik niet dat het venster in juni al zal geopend worden. Dat zal veeleer voor eind 2009 zijn. Er zijn nog veel te veel vraagstukken die om een antwoord vragen. Ik vrees dat het handboek voor de evaluatoren bij Icann verre van klaar is." Wanneer er nog andere partijen voor .health zouden willen gaan, mogen die altijd toetreden tot het consortium. "Als de kandidaten niet met ons willen samenwerken, hebben ze een probleem in die zin dat ze veel moeilijker kunnen aantonen dat ze een grote gemeenschap vertegenwoordigen die garanties stelt. Als Pfizer voor .health zou willen gaan, gaat dat bedrijf op geen enkele manier kunnen bewijzen dat het een medische staf vertegenwoordigt." Achter de exploitatie van de extensie staat voorlopig nog een groot vraagteken. Wie gaat het doen en waar gaat het gebeuren? "Vragen die door het consortium moeten beantwoord worden", besluit Vansnick. "Een exploitatie vanop één plaats wordt allicht moeilijk op wetgevend vlak. Dat was één van de struikelblokken in 2000." "Ik heb dit initiatief ook willen opstarten vanuit Europa, opdat men weer niet zou zeggen dat het een Amerikaans project is waar Icann zelf achter zit. Die Europese basis is zeker niet onbelangrijk met het oog op de geloofwaardigheid." Frederik Tibau