Larry Ellison sloeg de nagel op de kop toen hij 15 jaar geleden de komst van thin clients voorspelde, waarbij verwerking en storage van data niet langer aan de traditionele desktops zou worden overgelaten, maar aan grote mainframes op het netwerk. Met de lancering van de Chromebooks bouwt Google nu verder op dat idee (een minimum aan lokale balast en een gecentraliseerde aanpak van beheerproblemen), maar dan in een mobiele variant.
...

Larry Ellison sloeg de nagel op de kop toen hij 15 jaar geleden de komst van thin clients voorspelde, waarbij verwerking en storage van data niet langer aan de traditionele desktops zou worden overgelaten, maar aan grote mainframes op het netwerk. Met de lancering van de Chromebooks bouwt Google nu verder op dat idee (een minimum aan lokale balast en een gecentraliseerde aanpak van beheerproblemen), maar dan in een mobiele variant. Chromebooks zijn niets anders dan netbooks die werken op Chrome OS, het webgebaseerde besturingssysteem van Google waarbij alle toepassingen draaien in de wolk. Een dergelijke configuratie zou tal van voordelen hebben, zoals een snelle opstartsnelheid en software die in principe altijd up-to-date is, omdat patches, updates en service packs automatisch en van op afstand worden afgehandeld. Waarom zou je nog geld uitgeven aan een laptop met een duur geheugen en een zwaar besturingssysteem, wanneer al je files en apps toch ergens online zitten opgeslagen, zo redeneert de internetgigant. Muziek beluister je via Spotify, en Angry Birds is ook in webversie beschikbaar. Dat je online moet gaan om die toepassingen te kunnen gebruiken, lijkt een detail, maar is dat allerminst. Het grote pluspunt is meteen ook de achilleshiel. Connectiviteit met het internet is lang nog niet zo alomtegenwoordig als Google ons wil doen geloven. Zelfs in een rijke diensteneconomie zoals België is draadloos internet niet zomaar altijd en overal beschikbaar, zoals onlangs bleek uit een studie van Test Aankoop. En zonder internet is je Chromebook waardeloos. Passeer je de grens, wat, toegegeven, vooral een Europees probleem is, dan ga je zelfs bankroet zonder wifi. Los daarvan dringt de vraag zich op of gebruikers wel klaar zijn voor een volledige switch naar de wolk. Zoals de recente panne van de Amazon-cloud nog bewees, kunnen onlinediensten wel degelijk haperen, en kunnen klanten wél data verliezen. Het hoeft dan ook nauwelijks te verbazen dat de meeste consumenten zich nog niet echt comfortabel voelen bij het idee dat ze hun data enkel in de wolk kunnen opslaan. Een andere pertinente vraag is of Google wel goed geplaatst is om in hardware en support te voorzien. Temeer omdat het toch de bedoeling is om Chromebooks te verhuren aan kmo's en aan studenten. Ter herinnering: het laatste Google-experiment met hardware, de Nexus One, draaide uit op een flop, vooral omdat er van een deftige ondersteuning geen sprake was. Ook het feit dat een Chromebook enkel webgebaseerde applicaties slikt, verklaart voor een stuk de lauwe reacties. Immers, niet van alle softwarepakketten is een webversie beschikbaar. Neem nu iTunes. Dat pakket kan niet geïnstalleerd worden, waarmee Google meteen miljoenen iPhone-, iPod- en iPad-gebruikers uitsluit. Het grootste euvel van allemaal is allicht de prijs. De Chromebooks van Acer en Samsung die binnen enkele weken op de markt komen (in Nederland zal KPN de toestellen verdelen, bij ons is het nog even wachten), kosten tussen de 230 (wifi-only) en 350 euro (3G). Voor dat geld kan je eigenlijk ook gewoon een netbook kopen, die alles kan wat een Chromebook kan, en nog heel wat meer. Je zou met andere woorden een televisie in huis halen waarop je maar enkele kanalen kan ontvangen, terwijl er toestellen beschikbaar zijn voor dezelfde prijs, waarop je naar alle kanalen kan kijken. Bovendien is mobiel internet in ons land nog erg duur. De formules van de grote operatoren bieden vooralsnog kleine downloadvolumes aan hoge prijzen, toch als je gaat vergelijken met de ons omringende landen. Anderzijds mikt Google met dit experiment duidelijk op de lange termijn. En is het niet vaak de aanhouder die wint?Frederik Tibau