We spreken Heidi Rakels enkele dagen nadat bekend raakt dat het Amerikaanse Battery Ventures 29 miljoen dollar investeert in haar Leuvense bedrijf. Dat betekent niet alleen flink wat kennis en contacten, maar ook een stevige groei die er aan komt.
...

We spreken Heidi Rakels enkele dagen nadat bekend raakt dat het Amerikaanse Battery Ventures 29 miljoen dollar investeert in haar Leuvense bedrijf. Dat betekent niet alleen flink wat kennis en contacten, maar ook een stevige groei die er aan komt. HEIDI RAKELS: Vandaag zijn we met 45 mensen. Op het einde van het jaar moeten we met meer dan zeventig zijn, dus we zijn volop interviews aan het afnemen en we gaan veel focussen op Amerika. In de VS gaan we daarom op zoek naar een CRO (Chief Revenue Officer) en een CMO (Chief Marketing Officer). We gaan aan de Oostkust een kantoor opbouwen en we kijken ook naar overnames. Jullie zijn winstgevend, is de investering vooral om beter te groeien? RAKELS: Ja, we hebben klanten in 73 landen en we groeien overal even hard, maar een technologiebedrijf als het onze zou in Amerika sneller moeten groeien. We hebben daar wel een kantoor, maar dat volstaat niet. Daarom hebben we nu een Amerikaanse investeerder aan boord. In principe hebben we de investering niet nodig, maar het geeft ons wel een enorme buffer. Als we een idee krijgen dat ons veel geld gaat kosten, dan moeten we daar nu minder over nadenken. Geeft dat meer ruimte om creatief te zijn, of net niet? Vaak komt een creatief idee net omdat het budget beperkt is. RAKELS: Het voordeel van weinig geld hebben is dat je de juiste mentaliteit krijgt en die is hier wel. We blijven ook op dezelfde manier verder werken. Maar het geeft wel een buffer waarmee we verschillende zaken kunnen doen. Als jong bedrijf moet je goed op je budgetten letten, nu is er al meer de mentaliteit 'als iets, op termijn, meer opbrengt dan wat het kost, dan kunnen we het doen'. Maar met trial and error werken we niet. U bent in 1986 computerwetenschappen gaan studeren. Van waar kwam de interesse toen? RAKELS: Ik was heel goed in wiskunde en ik deed het ook graag. In de middelbare school, een meisjesschool, was ik de vreemde eend in de bijt omdat ik als meisje graag wiskunde deed en heel graag problemen oploste. Waren er toen veel vrouwen in die richting? RAKELS: Drie van de vijftig. Maar er was ook de passie voor judo. RAKELS:Ja, Ik deed zowel graag sport als wiskunde, maar gelukkig ben ik geen sport of wiskunde gaan studeren. Er werd me burgerlijk ingenieur aangeraden en dat is mijn geluk geweest. Anders kwam ik waarschijnlijk in het onderwijs terecht en dat is niets voor mij. Alle respect voor mensen die dat wel doen en kunnen, maar ik ben vrij introvert en een hele dag voor de klas staan zou mijn ding niet zijn. Op de universiteit kreeg ik voor het eerst programmeerles en ontdekte ik dat ik dat enorm leuk vond. Zo ben ik meteen bij computerwetenschappen beland. Na uw studies computerwetenschappen heeft u veertien jaar aan topsport gedaan om nadien terug te gaan programmeren. Is die passie altijd gebleven? RAKELS: Ja, ook na mijn topsportcarrière wou ik meteen terug gaan programmeren. Ik doe het gewoon heel graag, nog altijd. Tijdens mijn judocarrière heb ik nog wel wat gewerkt, maar na een tijdje hebben ze mij dat verboden. Het op jezelf doen was toen ook niet zo vanzelfsprekend. Ik zat vaak in het buitenland en op dat moment waren computers nog niet zo mobiel. Maar mijn focus lag toen wel op sport. Was het nadien lastig om de draad weer op te pikken als programmeur? RAKELS: Ik ben Java gaan studeren. C++ kende ik wel, maar ik wilde absoluut in Java programmeren. Toen ben ik Sun certified programmer geworden, en ben ik zo'n tiental jaar zelfstandig aan de slag geweest. Ik heb wel eventjes in loondienst gewerkt, maar ik ben te vrij geweest door de sport, dus dat ging moeizaam. U zegt zelf dat u introvert bent. Is dat te combineren met ondernemerschap? RAKELS: Ik denk dat ondernemen niets te maken heeft met introvert of extravert zijn. Je groeit daar ook in. Toen Eric (Lafortune, de partner van Rakels en medeoprichter van Guardsquare, nvdr.) en ik het bedrijf begonnen, hebben we alles zelf gedaan, zonder sales of marketing. We zetten onze software op internet en dat ging vanzelf. Maar dan begint dat te groeien en je hebt geen managementervaring, zelfs geen ervaring met projectleiding, en die eerste fase is heel moeilijk. Je neemt mensen aan, die moet je ook leiden. Dat is leren met vallen en opstaan. Is het vandaag leuker dan in het begin? RAKELS: Het is heel leuk dat je op een bepaald moment groter wordt tot je op een kantelpunt komt. Toen hebben we ook Roel Caers, onze eerste manager en huidige CEO, aangenomen. Vanaf dan kan je kijken wat je goed kan, en wat je niet goed ligt, laat je uitvoeren door iemand anders. Communicatie of verkoop, dat doe ik bijvoorbeeld zelf niet. Ik zie wel waar de gaten zijn, of wat we nodig hebben als we ergens willen geraken, maar ik zeg het dan tegen iemand die het moet uitvoeren. Wat zou u binnen Guardsquare het liefst willen doen? RAKELS: Programmeren. Ik doe het nog een beetje, maar niet aan het core product want dat is veel te complex en daar moet je 100 procent op kunnen focussen. Soms hebben we iets nodig, bijvoorbeeld om bepaalde cijfers te berekenen, en dan programmeer ik het zelf. Dat is voor mij de leukste taak en daar ga ik me dit weekend een paar uur mee bezig houden. Toen jullie met Guardsquare begonnen had Eric al ProGuard ontwikkeld, was dat de springplank? RAKELS: ProGuard was er inderdaad al als openbronproject van Eric. Hij is ook computerwetenschapper en was aan de slag als software-ingenieur. Maar 's avonds werkte hij aan zijn eigen project. Dat is toen opgepikt door Android en geeft één beveiligingslaag aan Android-apps en het maakt de apps ook kleiner en sneller. Hoe is dat uitgegroeid van een avondproject naar een bedrijf met klanten in 73 landen? RAKELS: Veel bedrijven zijn het beginnen gebruiken, maar die ene laag was voor hen niet genoeg. Zo ontstond de vraag om verschillende zaken toe te voegen. Maar veel daarvan past niet in een open source project, want dan zou het te gemakkelijk zijn voor hackers. Zo is Eric begonnen met een commerciële uitbreiding die we via een website online verkochten. Twee weken later hadden we plots een bank en een paar van de grootste bedrijven in de wereld als klant. Het speelt natuurlijk mee dat het toen voor een appel en een ei beschikbaar was. Uiteindelijk hebben we er na verloop van tijd, in 2014, een bedrijf rond gebouwd. Op het einde van dat jaar heeft Jürgen Ingels ook geïnvesteerd en dan zijn we mensen beginnen aanwerven. Nu zijn we met 45. Dat is niet enorm snel in vergelijking met Teamleader of Showpad, maar qua omzet zijn we wel even hard gegroeid en we zijn enorm winstgevend. Hoe zit de verdeling tussen de puur technische mensen en de andere profielen? RAKELS: Ongeveer fifty-fifty. De helft zijn technische profielen, en dan is er nog marketing, sales en administratie. Maar sales en technologie zijn de grootste teams. Elke goede software-ingenieur die hier komt solliciteren werven we aan. We leggen de lat heel hoog, maar wie slaagt werven we ook aan. Is dat makkelijk? Het voornaamste probleem van de meeste technologiebedrijven is dat ze geen mensen vinden. RAKELS: Het lukt voor ons dus wel, maar eigenlijk studeren er nog altijd te weinig mensen af. Ik hoop dat we met de aandacht voor STEM-projecten op termijn meer mensen richting computerwetenschappen krijgen, zowel mannen als vrouwen. We hebben ook al verschillende mensen uit het buitenland naar hier gehaald. We hebben hier gelukkig een goede universiteit (de KU Leuven, nvdr.) waardoor er al heel wat mensen van het buitenland naar hier komen, maar het mogen er meer zijn. Het is vraag die we bijna elke ICT Woman stellen: hoe krijgen we meer vrouwen richting IT? RAKELS: Het moet in de opvoeding zitten. Ze moeten ook in de middelbare school met echte IT, met code schrijven, in contact komen. Niet enkel een rondleiding in Excel? RAKELS: Inderdaad. Had ik in het middelbaar ooit code moeten schrijven, dan wist ik meteen wat ik wou doen. Ik hou van code en van Java. Maar ik denk dat vrouwen misschien vaker richting economie of geneeskunde gaan omdat ze de sociale impact willen zien. Dat is jammer want IT is vandaag de basis voor veel technologie en bedrijven. Maar ik begrijp niet waarom er zo weinig vrouwen in IT zitten. Toen ik als software-ingenieur werkte was ik altijd de enige vrouw. Maar de sportwereld, zeker de judowereld, is nogal een macho-omgeving waar net wel veel vrouwen zitten. Nadien kwam ik in de softwaresector, ook een mannenwereld maar wel een zachtere omgeving, en daar zie je amper vrouwen terugkomen. Ik zie geen reden waarom er daar niet meer vrouwen kunnen zijn. Is het niet tastbaar genoeg? RAKELS: Veel mensen gaan niet voor een master in computerwetenschappen omdat ze denken dat er geen echte waarde in zit. Maar als ik iets nodig heb, dan programmeer ik het zelf. Je kan het zelf maken, het kost je geen geld. Het enige wat je nodig hebt is een computer. Zo zijn we ook met ons bedrijf gestart. Er zijn ook plannen om mensen om te scholen naar meer technische of digitale profielen. Is dat een oplossing? RAKELS: Dat is een mooie zaak. We kregen net nog een kandidatuur van iemand met een diploma geschiedenis die nu op zichzelf Java aan het leren is. Dat is fantastisch, maar ga ik die aannemen? Neen, want die heeft geen master in computerwetenschappen. Voor minder mogen ze niet binnen? RAKELS: Ik heb hem gevraagd om code door te sturen en als die van heel hoog niveau is, dan is hij welkom. Maar meestal kan zo iemand niet concurreren met een master in computerwetenschappen. Zelfs velen met dat diploma vallen hier ook nog af. Ligt die lat zo hoog voor het bedrijf, of is dat eigen aan de securitysector? RAKELS: Onze software is heel complex, dus je moet een bepaald niveau hebben. We willen die mensen graag aannemen he, maar het is zo complex en de iets makkelijkere taken geven we in de eerste plaats aan de mensen die hier pas beginnen. We hebben zeer veel complex werk en eigenlijk vrij weinig 'eenvoudig' werk. Is zo'n herscholing dan een maat voor niets? RAKELS: Dat niet. Programma's om mensen te leren ontwikkelen of digitaal om te scholen zijn een goede zaak! Heb je geen master in computerwetenschappen dan kan je nog altijd op veel plaatsen terecht. Maar we kunnen in ons bedrijf geen opleiding van drie maanden geven en doen alsof dat hetzelfde is als een opleiding computerwetenschappen die vijf jaar duurt. Anderzijds hebben we hier ook ooit een zeventienjarige kandidaat gehad die we zo zouden aanwerven, die had alles op zichzelf geleerd, dus het kan wel. Met de investering van Battery Ventures wordt een Amerikaans bedrijf de meerderheidsaandeelhouder. Is dat ook voor u persoonlijk een nieuw hoofdstuk? RAKELS: Het is echt een nieuw hoofdstuk voor mij. Wat ik leuk vind is dat het tot nu de verantwoordelijkheid was van Eric en mij. Nu is het een gedeelde verantwoordelijkheid met onze Amerikaanse investeerder. We hadden ook kunnen kiezen voor verschillende investeerders, maar dan was iedereen maar een beetje verantwoordelijk. Nu heeft er één partij veel te zeggen, maar die heeft ook veel verantwoordelijkheid en dat merk je wel. De afgelopen dagen heb ik elke dag met hun mensen aan de lijn gehangen, over bijvoorbeeld open source of heel specifieke zaken, en dat helpt enorm. Maar wat als zo'n meerderheidsaandeelhouder binnen een paar jaar een kant wil opgaan die jullie minder ligt? RAKELS: Ik was natuurlijk wel wat angstig in het begin en dat is het risico dat je neemt. Maar je krijgt er ook een partner bij en we hebben wel heel goede feedback gekregen, onder andere van Collibra, waar Battery Ventures eerder al in investeerde. Van hen wisten we dat ze heel hard werken, maar dat ze ook positief blijven in moeilijke tijden. Dat maakt dat we heel blij zijn dat we met hen in zee gaan. Natuurlijk speelt ook hun bekendheid in de VS een rol. Vorige week zat ik op een event in San Francisco met een aantal CIO's en innovation managers van heel grote bedrijven. Normaal luisteren zo'n mensen amper naar je. Nu merk je dat ze spontaan naar je toe komen met de vraag of we iets voor hen kunnen doen. Dat is echt te danken aan Battery Ventures dat je bedrijf heeft geëvalueerd en heeft doorgelaten. De vraag die ze stellen is niet 'zijn ze goed of niet goed', de vraag is 'hebben we ze nodig of niet?'. Ze krijgen duizenden aanvragen per jaar, en investeren maar in een handvol bedrijven, dus je hebt wel een zekere selectie doorstaan. Zijn jullie naar hen gestapt of zij naar jullie? RAKELS: Ik heb ze eigenlijk eerst afgewezen. Op zich is het wel opmerkelijk gelopen: we zijn winstgevend dus we krijgen regelmatig de vraag van andere bedrijven die willen investeren of partneren. Daarom heb ik een standaardantwoord om zo'n vragen vriendelijk af te wijzen en ik had hen aanvankelijk ook zo'n mail gestuurd. Maar ze zijn blijven aandringen? RAKELS: Ze hebben nog eens gemaild en toen heb ik ze naar Jürgen (Ingels, nvdr.) doorgestuurd en er met Roel (Caers, huidig CEO van Guardsquare, nvdr.) over gesproken en zijn we beginnen praten. Wat toen ook opviel was dat ze heel gemotiveerd en slim zijn. Je hebt ook investeerders die vooral met geld afkomen maar waar je je afvraagt wat je van hen kan bijleren. Met Battery Ventures hebben we ook kennis en een netwerk in de VS. We moeten nu op zoek naar een CRO en CMO in de VS en er ook een extra bestuurslid vinden. Dat gaat via hun netwerk en door hun investering vinden we die ook. Zelf kan je daar niet aan beginnen. Bovendien zijn ze meerderheidsaandeelhouder, dus wij zijn ook belangrijk voor hen. Hoe zie je zelf je toekomst nu je de leiding meer uit handen geeft. Zie je jezelf iets anders opstarten, of intern andere dingen doen? RAKELS: Momenteel is dat honderd procent Guardsquare. Ik vind het een enorm interessant moment nu de Amerikanen er bijkomen. Ik ga enorm veel bijleren en je weet dat er veel gaat gebeuren de komende vijf jaar. Een bedrijf als Collibra loopt bij wijze van spreke al vijf jaar voor op ons, enfin als bij ons alles loopt zoals het moet. Ik kijk nu vijf jaar vooruit en dat is volledig binnen het bedrijf. Ik vind niet dat ik mijn energie mag verliezen met te veel andere dingen te doen omdat er hier nog zoveel moet gedaan worden.