In Amsterdam gebeuren de opmetingen van de meters (net als in de meeste pilootprojecten) via de elektrische lijn (plc) naar de concentrator, die dan weer verbonden is met de centrale site via een wan of gprs-privénetwerk. Er werden twee technologieën getest: cdma en de 'meter-to-fiber'. "Beide zouden meer demand/response toelaten dan gprs, waarvan de bandbreedte niet volstaat voor de bestaande behoeften", aldus Maikel Van Verseveld, vennoot en European lead Smart Grid Services bij Accenture. "PLC is nog erger en laat enkel opmetingen om het uur toe vanwege de zwakke bandbreedte en de lange responsetijden."
...

In Amsterdam gebeuren de opmetingen van de meters (net als in de meeste pilootprojecten) via de elektrische lijn (plc) naar de concentrator, die dan weer verbonden is met de centrale site via een wan of gprs-privénetwerk. Er werden twee technologieën getest: cdma en de 'meter-to-fiber'. "Beide zouden meer demand/response toelaten dan gprs, waarvan de bandbreedte niet volstaat voor de bestaande behoeften", aldus Maikel Van Verseveld, vennoot en European lead Smart Grid Services bij Accenture. "PLC is nog erger en laat enkel opmetingen om het uur toe vanwege de zwakke bandbreedte en de lange responsetijden." Niet alle informatie moet echter in real time worden verzameld of bidirectioneel worden doorgegeven. "In tegenstelling tot de Verenigde Staten kent Europa geen sterke vraag in verband met airco of enorme pieken in de steden. De investeringsbehoeften moeten dus objectief bekeken worden. Plc en gprs zouden in sommige opzichten moeten volstaan." Christophe Lestavel, consultant Energy & Utilities bij IBM, is er ook niet van overtuigd dat we verder moeten kijken dan plc of gprs. "De verzamelde of bidirectioneel doorgegeven gegevens (opmetingen, tarieven, eventuele orders om een toestel af te koppelen...) zijn beperkt qua volume. Of het nu gaat om plc of gprs, we hebben de grenzen van de bandbreedte nog lang niet bereikt. Naast de concentrator (voor geconsolideerde transfers naar het centrale systeem) kan de dienstverlener vrij de technologie met de grootste bandbreedte installeren die hij nodig acht (bekabeld wan, 2G, 3G, glasvezel...)." De keuze voor plc dan wel gprs (of een andere techniek) wordt beïnvloed door diverse criteria. Een concentrator (met plc-verbinding) is maar een rendabele investering als hij een maximum aantal lijnen bundelt. Voor afgelegen zones met een lage bevolkingsdichtheid is het duurdere gprs dus misschien wel gerechtvaardigd. Het gprs-netwerk, "dat niet altijd zo goed is als men denkt", vraagt bovendien soms meerdere lezingen van de opmetingen omdat er te weinig trafiek is op het netwerk. "Het debat gaat momenteel vooral over de standaardisering en de onderlinge operabiliteit, zodat om het even welke concentrator elke meter kan ondersteunen, ongeacht de leverancier ervan, en dat de concentrators elkaar onderling herkennen", aldus Christophe Lestavel. Er dient te worden opgemerkt dat de 'dialoog' tussen concentrators (op plc) nu nog via het centrale systeem van de distributienetwerkbeheerder moet. "Het denkproces richt zich steeds meer naar een gebruik van de plc-infrastructuur om de informatie van alle meters door te geven", zegt Pierre Lorquet, vicevoorzitter Energy, Utilities & Chemical bij Capgemini België. Deze "multivloeistofoplossing" (water, gas, elektriciteit), waarbij de elektrische meter dient als mastercollector en ip-gateway, zou volgens hem logisch zijn in ons land, vooral omdat de distributienetwerkbeheerders verantwoordelijk zijn voor de distributie van zowel elektriciteit als gas. "De multivloeistofoplossing biedt het voordeel dat de infra-structuren gedeeld worden en dat de investeringen rendabeler zijn." Dan moet er nog bepaald worden hoe de verschillende meters onderling zouden communiceren. "In landelijke gebieden staan de meters vrij dicht bij elkaar in de huizen. De situatie kan er helemaal anders uitzien in een stadsomgeving. De eenvoudige oplossing van radiofrequentie is dus niet noodzakelijk zo voor de hand liggend als men zou denken..." De onderlinge operabiliteit tussen uitrustingen van verschillende leveranciers of fabrikanten speelt ook een rol. Het project 'open meter' PRIME (PoweRline Intelligent Metering Evolution) dat werd opgestart door de Europese Unie, heeft tegelijk betrekking op de protocols, de modulatiesystemen en de gegevensformaten. De communicatiearchitectuur is gebaseerd op OFDM. 19 partners uit 7 landen nemen eraan deel sinds februari 2009. "Ondanks alles blijft men geneigd de DLMS/Cosemsemantiek (Device Language Message Specification/COmpanion Specification for Energy Metering) op te hemelen, die wordt aangeprezen door de DLMS User Association. Die groepeert de belangrijkste actoren van de Europese energiemarkt en staat nog steeds onder sterke invloed van de fabrikanten. Er zullen een zekere waakzaamheid en actieve deelname van de grote Europese utilities nodig zijn, aangezien DLMS/Cosem een open protocol is dat een ruime waaier berichtformaten mogelijk maakt. Dat kan een gevaar betekenen voor de onderlinge operabiliteit", aldus Pierre Lorquet. Op de onderste lagen zijn sommigen voorstander van de ip-normen. Zo ziet bijvoorbeeld Cisco hierin een facilitator voor het beheer, de gegevensomzetting en een veiligere keuze. Maar, benadrukt Capgemini, "er bestaan verschillende meningen bij de verschillende fabrikanten. Sommigen verwerpen ip omdat dit niet noodzakelijk de eerste keuze was van de leveranciers van plc-technologie met laag debiet. Het zou goed zijn als een internationaal, of ten minste een Europees, standaardiseringorgaan voor eens en altijd een implementatieprofiel valideerde." Brigitte Doucet