De MS Hyper-V virtualisatiemotor zit er bij Windows Server 2008 R2 net zoals bij SP2 standaard in, maar biedt enkele extra mogelijkheden. Ook interessant is het lagere stroomverbruik van R2. Nieuw zijn verder enkele beheergereedschappen, verbeteringen in Active Directory en de ondersteuning tot 256 processorkernen in plaats van 64 voorheen. 32-bit is voltooid verleden tijd. Iets minder langverwacht zijn een nieuwe ftp-server en ondersteuning voor DNS Security Extensions (DNSSEC). De 'Core'-editie is de grafische ondergrond nu helemaal kwijt. Microsoft voegde ondersteuning voor het .NET Framework toe, met inbegrip van ASP.NET applicaties. Voorts ondersteunt de Core-editie de Windows PowerShell. Microsoft claimt ook prestatieverbeteringen. De server start sneller, springt efficiënter om met I/O-operaties, versnelt opslagsystemen (vooral iSCSI) en biedt dankzij caching snellere webdiensten. Dat hebben we in deze bètaversie uiteraard allemaal niet kunnen testen.
...

De MS Hyper-V virtualisatiemotor zit er bij Windows Server 2008 R2 net zoals bij SP2 standaard in, maar biedt enkele extra mogelijkheden. Ook interessant is het lagere stroomverbruik van R2. Nieuw zijn verder enkele beheergereedschappen, verbeteringen in Active Directory en de ondersteuning tot 256 processorkernen in plaats van 64 voorheen. 32-bit is voltooid verleden tijd. Iets minder langverwacht zijn een nieuwe ftp-server en ondersteuning voor DNS Security Extensions (DNSSEC). De 'Core'-editie is de grafische ondergrond nu helemaal kwijt. Microsoft voegde ondersteuning voor het .NET Framework toe, met inbegrip van ASP.NET applicaties. Voorts ondersteunt de Core-editie de Windows PowerShell. Microsoft claimt ook prestatieverbeteringen. De server start sneller, springt efficiënter om met I/O-operaties, versnelt opslagsystemen (vooral iSCSI) en biedt dankzij caching snellere webdiensten. Dat hebben we in deze bètaversie uiteraard allemaal niet kunnen testen. De dvd die we van Microsoft ontvingen bevat alleen 64-bit edities van Windows Server 2008 R2. Naar we horen komt er geen 32-bit versie meer uit. Die beslissing verwondert ons niet. Alle moderne computerplatformen zijn immers al een tijdje 64-bit, zeker die voor servers. En de 64-bit versie van Windows kan veel meer geheugen aan dan de 32-bit versie. 32-bit processoren zijn immers beperkt tot 4 GB, al kan dat soms met trucjes nog met een paar GB extra opgedreven worden. Bij 64-bit processoren mag u terabytes aan werkgeheugen installeren.Deze bèta maakt er geen geheim van dat de kern die van Windows 7 is: de software meldt zich vanaf het prille begin als een 'Windows Server 7'. Pas als het keuzescherm voor de verschillende serveredities (standaard, enterprise, datacenter en core) verschijnt spreekt het systeem weer van Windows Server 2008. In elk geval begrijpen wij van Microsoft dat de naam zeker niet Windows Server 7 zal zijn, maar Windows Server 2008 R2. Dat beginscherm zal dus nog veranderen. Waar Windows XP enVista, en Windows Server 2003 en 2008 nog standaard sturingen aan boord hadden voor LSI Logic SCSI controllers, blijkt dat bij Windows 7 en ook deze R2-server niet meer het geval te zijn. Het gaat natuurlijk net om die sturingen die nodig zijn om deze Windows-systemen te installeren in een virtuele VMWare omgeving. Merkwaardig genoeg werken de 64-bit LSI-sturingen voor Vista wel perfect onder Vista en de 2008 en -SP2 server. Moet dat soort pesterijen van concurrenten nu elke keer, Microsoft? Een van de kritieken op Hyper-V in vergelijking met de ESXi hypervisor van VMWare is de verplaatsing van in werking zijnde virtuele machines. Bij VMWare heet dat V-Motion. Microsoft heeft het vooraf wel aangekondigd, maar uiteindelijk niet waar gemaakt. Virtuele machines kunnen bij de huidige versie van Hyper-V alleen worden verplaatst als ze uitgeschakeld zijn. Helaas crasht de server dan nogal eens. Voor R2 kondigt Microsoft Live Migration aan, dat 'levende' virtuele machines in slechts milliseconden kan verplaatsen tussen fysieke systemen. Gebruikers merken daar niets van. Bij gebrek aan voldoende performante 64-bit systemen kunnen we dat momenteel niet testen, maar zodra R2 officieel uit is zullen we dat zeker alsnog doen. Hyper-V heeft voor R2 nog een paar verbeteringen. Zo zijn er nieuwe beheerscenario's voor System Center Virtual Machine Manager. Ook is er een bijgewerkt beheer voor uitvalovernamesystemen. Niet alleen R2 zelf kan meer processoren aan, ook Hyper-V kan dat. U kunt tot 32 logische processoren op het fysieke systeem gebruiken. Hyper-V kan ook gebruik maken van SLAT ('Second Level Translation') als de fysieke cpu dat ondersteunt. SLAT is een nieuwe, virtualisatie-specifieke eigenschap van de allernieuwste Intel- en AMD-processoren. Standaard hardwarevirtualisatie kennen we als Intel-VT en AMD-V. Daar maken alle moderne hypervisors gebruik van. De nieuwe voorzieningen hebben te maken met het processorbeheer van geheugenpaginatabellen. Bij Intel heet dat NPT of 'Nested Page Tables', AMD spreekt over EPT of 'Enhanced Page Tables'. Dit vermindert de toch al zeer geringe overhead van een hypervisor ten opzichte van fysieke processoren. In verband met virtuele schijven (VHD's) kan de nieuwe Hyper-V ze nu toevoegen en verwijderen bij een in werking zijnde virtuele machine. Op het vlak van beheer zijn er heel wat vernieuwingen. We beperken ons tot de twee belangrijkste, namelijk PowerShell 2.0 en toegang op afstand tot Server Manager. Server Manager is de MMC-console waarmee u alles in Windows 2008 beheert. Hoewel MCC-consoles ook over het netwerk kunnen werken, was dat voor Server Manager tot dusver niet mogelijk. De nieuwe Server Manager kan wel op afstand bestuurd worden, met name door een andere Server Manager. U kunt nu dus meerdere servers in een boomstructuur zien en die beheren alsof ze lokaal zijn. Vroeger kon dat alleen via System Center beheersoftware. Voortaan geeft krijgt u die mogelijkheid dus in de server zelf. PowerShell 2.0 heeft ruim 240 nieuwe beveleenheden ('cmdlets'). Meestal dienen die om de standaardserverrollen vanaf de opdrachtregel te beheren. Microsoft is nu trouwens bezig de rollen om te draaien. Het nieuwe grafische beheer wordt eerst ontwikkeld als een PowerShell cmdlet. Pas dan wordt een GUI-versie ontwikkeld. Zo werken ook heel veel Unix en Linux GUI-beheergereedschappen. Hiermee is tegelijk een van de zwakke punten van Windows Server uit de wereld geholpen. Wees u er wel van bewust dat dit een serieuze leerfase van uw beheerders vergt. Het ontwerpen van cmdlets is daarentegen wel gemakkelijker gemaakt. PowerShell 2.0 bevat nu een ontwerp-GUI met debugging- en testinggereedschappen waarmee u zelf cmdlets kan ontwerpen en testen. De grootste stroomslokop van een computer is de processor. Bij multicores is het stroomverbruik natuurlijk nog veel groter. Windows 2008 R2 kan aan 'core parking' doen. Het systeem sluit niet gebruikte processorkernen gewoon af. Die verbruiken dan geen stroom meer. Dit betekent in de praktijk een serieuze stroombesparing in servers. In Group Policy zijn voorzieningen toegevoegd om servers inzake functies en stroomverbruik geheel of gedeeltelijk af te bouwen, bijvoorbeeld buiten de kantooruren. U kunt via Group Policy reglementen opstellen voor stroombesparing. Ook voor Windows-desktopclients zijn er verbeteringen, zowel voor pc's als voor notebooks. Windows 7 heeft de benodigde software voor deze nieuwe serverdiensten al aan boord. Voor XP of Vista dient u extra clientsoftware te installeren, maar Microsoft laat voorlopig in het midden of er die ook gaat komen. De belangrijkste nieuwigheid heet DirectAccess. Dat geeft u toegang tot het bedrijfsnetwerk. U werkt dus altijd alsof u lokaal ingeplugd bent. DirectAccess zorgt volautomatisch voor alle verbindingen. Er is dus geen aparte VPN-dienst en -client meer nodig. Allemaal heel leuk, maar dit werkt natuurlijk alleen maar met een recente versie van Windows. De eerder vermelde stroombesparingsreglementen in Group Policy laten een zeer granulair beheer van het stroomverbruik in Windows 7 clients toe, maar Vista en XP ondersteunen dit niet. We begrijpen dat Microsoft geld wil verdienen met nieuwe desktop- en serverbesturingssystemen. Toch zouden we graag meer aandacht zien voor wat al in gebruik is. De prestatieverbeteringen, beheeruitbreidingen en vooral het verbeterde stroombeheer van desktops en servers zijn allemaal zeer interessant. Ze werken echter (voorlopig?) alleen maar met Windows 7 desktops en Windows Server 2008 R2 servers. Microsoft zou zich echt wat meer moeite moeten getroosten om dit soort functionaliteiten ook toe te voegen op reeds bestaande systemen. Toch op zijn minst bij XP- en Vista-desktops en 2003- en 2008-servers. Weinig bedrijven staan in deze tijden van crisis te springen om al hun desktops en servers te vervangen om van de interessantste nieuwigheden in R2 gebruik te kunnen maken... Johan Zwiekhorst