De term Internet of Things roept vandaag nauwelijks nog verwondering op. Fans van IT-weetjes kennen wellicht de naam van Kevin Ashton, een medewerker van Procter & Gamble die in 1999 de naam Internet of Things bedacht. Alleen was het concept ook toen allang niet nieuw meer. Al in 1982 sloot Coca-Cola een frisdrankautomaat aan op het internet. Het toestel stuurde data door over de voorraad en de koeling van de drankjes. Bij de brede doorbraak van het internet in de jaren negentig, kregen meer en meer toestellen een aansluiting. Alleen spraken we toen nog over machine-to-machine, niet over IoT. Intussen mogen we stellen dat IoT met 31 miljard geconnecteerde toestellen zijn plaats heeft verworven.
...

De term Internet of Things roept vandaag nauwelijks nog verwondering op. Fans van IT-weetjes kennen wellicht de naam van Kevin Ashton, een medewerker van Procter & Gamble die in 1999 de naam Internet of Things bedacht. Alleen was het concept ook toen allang niet nieuw meer. Al in 1982 sloot Coca-Cola een frisdrankautomaat aan op het internet. Het toestel stuurde data door over de voorraad en de koeling van de drankjes. Bij de brede doorbraak van het internet in de jaren negentig, kregen meer en meer toestellen een aansluiting. Alleen spraken we toen nog over machine-to-machine, niet over IoT. Intussen mogen we stellen dat IoT met 31 miljard geconnecteerde toestellen zijn plaats heeft verworven. Grosso modo kunnen we drie types IoT onderscheiden. Een eerste type is op de consument gericht. "Het gaat om geconnecteerde toestellen die intussen al vaak een vast onderdeel van ons leven als consument vormen", zegt Tim Paridaens, IoT leader bij Deloitte België. "Van de settopbox voor digitale tv tot een digitale assistent als Alexa of een smartwatch." Een tweede type is de commerciële IoT die inspeelt op het dagelijks leven, zoals geconnecteerde vergaderzalen, asset tracking in winkels en smart cities. De derde is industriële IoT, voornamelijk gericht op proces- en productieoptimalisering. Tim Paridaens: "Het klassieke voorbeeld daarbij is dat van machines die data produceren die nieuwe inzichten bieden en bijvoorbeeld preventief onderhoud mogelijk maken." "We zien inderdaad elk jaar meer ge- connecteerde toestellen", zegt Anna Hristoskova, senior engineer bij de Software Engineering Group van Sirris. "De markt groeit dus nog sterk, al zegt dat op zich niet zo veel." Veel belangrijker is wat er effectief met die geconnecteerde apparaten gebeurt. "We moeten IoT meer als een ondersteunende technologie beschouwen, bijvoorbeeld in het kader van kunstmatige intelligentie en machine learning. IoT is dan de technologie die toelaat de data te verzamelen waarmee je intelligente en proactieve ondersteuning kunt bieden aan producten." Maar hoewel de genetwerkte toestellen en de connectiviteit beschikbaar zijn, vindt u in de markt volgens Hristoskova toch opvallend weinig off-the-shelf succesverhalen - met name door het gebrek aan standaardisatie. "Al is ook het verschil in maturiteit tussen diverse sectoren vaak erg groot", stelt ze. "Toepassingen voor smart cities, bijvoorbeeld, hebben vaak al heel wat meer maturiteit dan oplossingen voor geconnecteerde machines in een fabriek." De voorbije vijf jaar ging IoT door een ware hype. Dat de technologie de beloftes vandaag nog niet helemaal heeft waargemaakt, wil Tim Paridaens niet gezegd hebben. "Er treedt wel een zekere vertraging op", stelt hij. "Maar daar is een eenvoudige uitleg voor. Je kan niet van de ene dag op de andere op een nieuwe technologie overstappen." De zelfrijdende wagen - zowat de ultieme toepassing van IoT en kunstmatige intelligentie - komt straks niet in een wereld terecht met alleen maar zelfrijdende wagens. "Er blijven ook klassieke auto's rondrijden, met chauffeur. In een bedrijf is dat net zo. Ook al zet je stappen met IoT, je blijft tegelijk altijd een zekere legacy met je meedragen." Anders gezegd: een proof of concept kan heel succesvol zijn, maar dat betekent nog niet dat daar snel een even succesvolle implementatie op volgt. "Niet het IoT-traject op zich vormt vandaag de grote uitdaging", zegt Paridaens, "wel de transformatie die daarna bij het bedrijf volgt. Vaak is er nood aan nieuwe vaardigheden, bijvoorbeeld rond de omgang met data. Kortom: niet de technologie is het moeilijkste luik." Volgens Paridaens zien bedrijven de opportuniteiten rond IoT wel degelijk. Als ze daar al mee worstelen, dan is het om een juiste prioriteitenlijst te maken. "Vroeger was IoT duur en niet zo elegant", zegt Johan Diels, director bij Simac. "Dankzij de technologische evolutie komt IoT binnen handbereik van ieder bedrijf. De goedkopere sensoren zijn er, de betaalbare connectiviteit, de cloudplatformen en de artificiële intelligentie om met de verzamelde data zinvolle dingen te doen." Tegelijk stelt Diels vast dat de IoT-markt er bijzonder versnipperd bij ligt. Er zijn heel veel start-ups, maar die focussen zich doorgaans op één deelaspect van het grotere geheel. "Daaraan kan je zien dat we nog maar aan het begin van het IoT-verhaal staan", zegt hij. "Van consolidatie in de markt is voorlopig weinig sprake." Intussen hebben diverse sectoren al behoorlijk wat ervaring met IoT opgebouwd. "We zien veel tractie in de retailbranche", zegt Diels. "Het gaat dan om het opvolgen van goederen doorheen de supply chain, vaak tot op het niveau van de individuele verpakking, doorheen het hele transport. IoT-toepassingen laten daarbij toe diverse parameters in kaart te brengen, zoals de temperatuur en de luchtvochtigheid van de omgeving, maar bijvoorbeeld ook of de goederen tijdens het transport een bepaalde hellingsgraad hebben overschreden." Dat soort traceerbaarheid is op zich niet echt nieuw. De echte toegevoegde waarde zit in een volgende stap. "Je kan de gemeten waarden vastleggen in een blockchain, waardoor er geen discussie meer mogelijk is over de verschillende parameters die vastgelegd zijn in het smart contract", vervolgt Diels. "Nog een stap verder is de integratie met toepassingen uit de fintech." Is er zo een afwijkende waarde gemeten en vastgelegd in een smart contract op een blockchain, dan zou een fintechtoepassing daar op het moment van de betaling automatisch rekening mee kunnen houden, bijvoorbeeld door een boete op te leggen. Een praktische drempel voor IoT blijkt vaak de toegang tot data. "Veel bedrijven hebben vragen rond het gebruik van data, rond datakwaliteit, beveiliging en governance, " zegt Anna Hristoskova. "Het potentieel van geconnecteerde toestellen zorgt alleen maar voor nog meer data. Bedrijven vragen zich meer en meer af waarin de waarde van de data schuilt, maar ook wat de kosten zijn om al die data adequaat op te slaan, te delen en te analyseren." Anders gezegd: IoT is geen technologisch verhaal, maar een businessvraagstuk. "Dat klopt", bevestigt Hristoskova. "En de beschikbaarheid van goedkope sensoren maakt dat vraagstuk alleen maar moeilijker. Data verzamelen was nooit makkelijker, terwijl het even moeilijk blijft - zo niet moeilijker - om in de eerste plaats een goede business case te vinden." Er zijn zodanig veel opportuniteiten om processen efficiënter te maken of businessmodellen te hertekenen, dat het voor een bedrijf niet altijd makkelijk is te weten waar het staat. Een goede roadmap is dan essentieel: stilstaan bij de dingen waar je als bedrijf het eerst succes mee wil hebben. "Dat is wellicht nog het moeilijkste", besluit Tim Paridaens. "Niet blindelings allerlei PoC's lanceren, maar voldoende tijd nemen om de strategische oefening te doen, een roadmap op te stellen en enkele cases tot een goed einde te brengen. Dat is de ideale manier om met IoT snelheid te maken."