Sinds een vijftiental jaar evolueert de informatica in ziekenhuizen van voornamelijk administratief naar resultaatgericht, met een soort van centrale database die gevoed wordt met patiëntengegevens, al dan niet gekoppeld aan een medisch dossier. Geleidelijk aan wordt intelligentie in de dossiers geïnjecteerd, om zorgverstrekkers te helpen bij hun opzoekwerk.
...

Sinds een vijftiental jaar evolueert de informatica in ziekenhuizen van voornamelijk administratief naar resultaatgericht, met een soort van centrale database die gevoed wordt met patiëntengegevens, al dan niet gekoppeld aan een medisch dossier. Geleidelijk aan wordt intelligentie in de dossiers geïnjecteerd, om zorgverstrekkers te helpen bij hun opzoekwerk. Het patiëntendossier bestaat uit 3 grote bestanddelen: het dossier van de arts (met gegevens over behandelingen, medicatie, biologie enz.), het verpleegkundig dossier (in de vorm van een dashboard met alle handelingen die de verpleger moet uitvoeren) en het labo- en apotheekdossier (met de te plaatsen en ontvangen bestellingen). Volgens Thierry Vermeeren, oprichter en ceo van OZConsulting, een consultancybedrijf gespecialiseerd in medische it, zouden het CHU van Luik, het Grand Hôpital van Charleroi en het CHU Mont-Godinne het meest gevorderd zijn wat het gebruik van het elektronische patiëntendossier betreft. Het betreft ziekenhuizen die de intern ontwikkelde (of aangekochte en overgenomen) bouwstenen gebruiken en onderling met elkaar verbinden. Toch stelt Vermeeren zich de vraag of geïntegreerde software niet te verkiezen valt boven de afzonderlijke modules van 'de digitale patiënt', ook al zijn deze onderling met elkaar verbonden. Heel wat bedrijven, zoals Mims (met OmniPro), Xperthis (fusie van Partezis, Polymedis en Xtenso) en Ciges, hebben immers een geïntegreerd aanbod. Bovendien profileren grote internationale - en vooral Amerikaanse - spelers waaronder Epic, Cerner, Allscripts en Medasys zich in deze niche, met geïntegreerde software van het erp-type. Deze oplossingen hebben het voordeel dat ze goed geïntegreerd zijn, maar ze moeten toch ook nog tot op zekere hoogte geprogrammeerd worden én ze zijn aanzienlijk duurder. De Belgische producten daarentegen, zijn beter aangepast aan de lokale realiteit, of het nu gaat om de omvang of de specifieke eigenschappen van de ziekenhuizen. Bovendien blijkt het vaak moeilijk voor een ziekenhuis om dergelijke investeringen opnieuw in vraag te stellen. Ook al dwingt de 'concurrentie' een ziekenhuis ertoe 'de hub te worden van een verzorgingsnetwerk en zich niet tot de eigen instelling te beperken.' "Er is weinig dialoog rond de technologie binnen een ziekenhuis", vindt Vermeeren. Vandaar het belang van een initiatief zoals dat van 'de digitale patiënt', dat tot ver buiten de grenzen belangstelling opwekt. Het succes toont overigens aan dat er vraag was naar een dergelijk platform, temeer omdat 'de digitale patiënt' volledig los staat van enige commerciële benadering. "Wij geven de voorkeur aan peering zonder de marketing van de leveranciers", klinkt het. Nog een troef van OZConsulting is dat het inzicht in de ziekenhuisberoepen bijna een manier van denken is. It wordt te vaak gevoeld als een bedreiging in plaats van een opportuniteit", merkt Vermeeren nog op. Marc Husquinet