Weinig it-leveranciers kunnen zeggen dat ze al sinds 1939 actief zijn in ons land. Maar het Bull van vandaag is een héél ander bedrijf dan het Bull van pakweg 20 jaar geleden. Sinds enkele jaren is het Franse technologiebedrijf eigenlijk aan een tweede leven begonnen. De pijnlijke herstructureringen lijken hun vruchten af te werpen, het afstoten van de serviceactiviteiten heet nu een 'juiste strategische keuze'.
...

Weinig it-leveranciers kunnen zeggen dat ze al sinds 1939 actief zijn in ons land. Maar het Bull van vandaag is een héél ander bedrijf dan het Bull van pakweg 20 jaar geleden. Sinds enkele jaren is het Franse technologiebedrijf eigenlijk aan een tweede leven begonnen. De pijnlijke herstructureringen lijken hun vruchten af te werpen, het afstoten van de serviceactiviteiten heet nu een 'juiste strategische keuze'. "Bull hoeft niet meer zo nodig de nummer één te zijn", weet ook Tony Mary, die rond de eeuwwende een jaartje marketingdirecteur was bij de computerbouwer. "Het bedrijf is niet meer de grote speler van weleer, maar heeft intussen wel zijn plaats gevonden in de markt. En die plaats wordt nu met succes verder ontwikkeld en verdedigd." Mary, die van 1973 tot 1993 bij IBM aan de slag was, keek destijds vol verwondering naar de gang van zaken bij zijn Franse concurrenten. "Wat innovaties betreft, waren ze steevast de eerste", benadrukt de topman. "De mainframes met GCOS-processoren, de chipkaarten: bij IBM dachten we toen keer op keer verdorie, ze hebben het gevonden." Toch is Bull nooit de grote rivaal geworden van Big Blue, iets wat de voormalige Franse president François Mitterand nochtans nadrukkelijk beoogde toen zijn administratie het bedrijf inlijfde. "Bull was une compagnie d'ingénieurs", legt Mary de vinger op de wonde. "Allemaal briljante geesten, dat wel, maar iets doen met de innovaties, of de verwezenlijkingen vertalen naar een degelijk actieplan? Ho maar!" "In zekere zin zou je kunnen zeggen dat dat vandaag nog steeds het geval is", vult Saskia Van Uffelen aan, ceo van Bull Belux. "De onderneming is nog steeds innovatief, maar er zit nog altijd geen grote marketingmachine achter. Dat hoeft ook niet meer zo nodig, de ambities zijn verlegd. Ons businessplan voor de komende jaren is gebaseerd op het gericht investeren, en op het verbreden van ons aanbod naar de bestaande klanten toe." Om de nieuwe trend verder te zetten, wil Bull, ironisch genoeg, vooral voortbouwen op waarden uit het verleden. "Traditie en stabiliteit zijn altijd grote troeven geweest, en verklaren waarom we bepaalde klanten sinds jaar en dag mogen voorthelpen", klinkt het. Van Uffelen, zelf nog maar een jaar aan de slag bij Bull, ziet nog andere redenen waarom de klanten het Franse bedrijf blijven vertrouwen. "Ze weten dat we hen nooit in de steek laten, en dat weegt vaak zwaarder door dan andere argumenten. Bovendien is Bull een lokaal verankerde onderneming, met Europese expertise en met een Europese bedrijfscultuur. Dat wordt nu uitgespeeld als een sterk punt tegenover de Amerikanen. We hebben nog nooit een klant verloren." Toch blijft de portfolio beperkt. 65 procent van de omzet komt nog steeds van bij de overheid, in België onder meer van de federale overheidsdiensten Financiën, Justitie, Sociale Zekerheid en Binnenlandse Zaken. "Dat we vandaag vooral voor de staat werken, is zonder meer een voordeel", glimlacht Van Uffelen, "en we hebben liever een rist loyale klanten, dan een hoop afnemers die je voor het minste in de steek laten." De drie kernactiviteiten waar de computerbouwer vandaag op focust, zijn High Performance Computing ("we zitten weer in de wereldwijde top vijf"), opensourceprojecten (gebaseerd op de BPM en BI-software van het door Bull aangedreven ObjectWeb consortium), en it-beveiliging. "Het is niet de bedoeling om opnieuw een generalist te worden die alles doet. Onze oplossingen zijn gebaseerd op een aantal bouwstenen, en daar houden we ons ook aan." Toen de Fransman Pierre Bonelli in 2001 aan het roer van Bull kwam te staan, wachtte hem de ondankbare taak om meteen een grote reorganisatie door te voeren. Een groot deel van de dienstenactiviteiten werd afgescheiden, het bedrijf plooide terug op het zuivere infrastructuurgedeelte. "De motivatie om de dienstenpoot grotendeels te verkopen was goed", argumenteert Van Uffelen. "Want op die manier kon er cash gegenereerd worden. De impact van de terugval was bij ons wel groter dan in sommige andere landen, omdat we in België met een uit de kluiten gewassen services-afdeling zaten (waaruit Steria ontstaan is, nvdr.). Wat wel schitterend was, is dat men de services heeft kunnen afscheiden zonder klanten te verliezen", gaat de ceo verder. "Het aspect van loyauteit speelde hier weer sterk. Onze afnemers hebben altijd hun goede indruk behouden, en waren maar wat blij toen we vanaf 2005 uit het dal begonnen te kruipen." Intussen is Bull opnieuw een 'solutions provider'. "Vorige zomer hebben we nog de Belgische dienstenleverancier CSB Consulting overgenomen, en we kunnen nog meer acquisities financieren", weet Van Uffelen. Het huidige aanbod is gebaseerd op open source. "Bull is één van de pioniers in open source", besluit de topvrouw. "Waarom er zo weinig opensourcetoepassingen een succes worden? Omdat men er maar niet in slaagt om de bedrijfswereld en de wereld van de open source met elkaar te verzoenen. De grote moeilijkheid is om concrete projecten gemanaged te krijgen. Hoe hou je een community van ontwikkelaars onder controle? Hoe kan ik mijn re-leasemanagement op een structurele manier afwerken? Er wordt zo 'technologisch' gedacht bij Bull, dat er altijd een goede link geweest is tussen beide werelden. "