Er komt een tijd waarin we terug zullen kijken op de coronacrisis van 2020. Een tijd waarin we collectief ontwaken uit de economische, maatschappelijke en sociale nachtmerrie. Hoe gaan we ontwaken? Badend in het zweet of net heel uitgerust met een klare blik?
...

Er komt een tijd waarin we terug zullen kijken op de coronacrisis van 2020. Een tijd waarin we collectief ontwaken uit de economische, maatschappelijke en sociale nachtmerrie. Hoe gaan we ontwaken? Badend in het zweet of net heel uitgerust met een klare blik? Wanneer ik dit schrijf, in week twee van een 'zachte lockdown', merk ik dat deze compleet onverwachte gezondheidscrisis op technologisch vlak toch een opportuniteit is om telewerken helemaal te laten doorbreken. Dat soort opportuniteit - een 'driver' zoals dat heet - waarvan je als leverancier nooit durft dromen. Geholpen door de overheid werden bedrijven verplicht om van thuiswerk ineens de norm te maken. Leveranciers zagen het laaghangend fruit hangen - never waste a good crisis - en goochelden snel met gratis (test)licenties voor hun software, goedkopere (cloud)hosting en tijdelijke aanbiedingen voor bedrijven en scholen. Uiteraard niet allemaal vanuit oprechte filantropie of pure burgerzin, maar in vele gevallen ook vanuit de hoop om later de échte vruchten te plukken. Maar goed, dat massaal thuiswerken ging toch meteen verbazend vlot, zelfs voor die bedrijven voor wie videoconferencing en VPN's nietszeggende begrippen zijn - of beter: waren. Toegegeven, er waren problemen en er zullen er ongetwijfeld nog wel wat opduiken. Microsoft Teams en Azure haperde al eens, Google Hangouts, Zoom en andere video-apps hadden hun kuren, er waren bij momenten capaciteitsproblemen bij VPN's, netwerken kraakten en telecomoperatoren moesten in allerijl extra capaciteit laten aanrukken. Maar het resultaat was er wel: honderdduizenden Belgen maakten voor het eerst kennis met telewerken. En velen onder hen zagen dat het goed was. Of dat het voor sommige werkdoelen zelfs beter en productiever werkt dan je elke dag aan een slakkengang doorheen de files naar je vaste werklocatie te sleuren. Precies daarom is in de IT-sector thuiswerken en werken vanop locatie al even ingeburgerd, zo leert onze jaarlijkse salarisenquête. Met één belangrijke kanttekening: dat de IT'er wél nog altijd graag naar kantoor trekt voor de sociale contacten. In zoveel andere sectoren en bedrijven lijkt thuiswerk nog steeds synoniem voor de verpersoonlijking van de aangeboren luiheid van de mens en is het niet toegelaten. Tot de overheid hen nu dwong om het toch een kans te geven. Er komt een tijd waarin we terug zullen kijken op de massale adoptie van videoconferencing en collaboration software in deze coronacrisis. Gaan we dan terugkijken met een goedkeurend oog of wordt het toch een kritische blik? Vanuit de eindgebruiker is het volgens mij al een beklonken zaak. Wie nu ineens een laptop met VPN in handen kreeg, gaat die niet meer willen afstaan. Wie het gemak van videoconferencing ontdekt heeft, zal willen blijven videobellen. Die nieuwe samenwerkingssoftware? Die gaan we niet willen verwijderen. En wie zijn werkdag de afgelopen weken ineens flexibel kon en mocht indelen, zal dat willen blijven doen. Maar ik ben er van overtuigd dat het merendeel onder hen wel nog regelmatig naar kantoor zal willen gaan om de sociale contacten te onderhouden, voor de teamsfeer, om de creatieve spark niet kwijt te raken, voor sommige meetings, en ja, ook voor de middelmatige koffie aan de koffiemachine en de bijbehorende kantoorroddels.Werknemers kennen nu de onmiskenbare voordelen van thuiswerken, net zoals ze meer dan ooit beseffen wat de sterke punten van de kantooromgeving zijn. Ik hoop dat onze bedrijven en organisaties dit ook inzien en de klok niet angstvallig willen terugdraaien. Het post-coronatijdperk wordt een uitdaging voor de wereldwijde economie en voor ieder van ons. Ik denk niet dat er in dat tijdperk nog een plaats is voor een strijd rond de locatie van de ideale werkplek. Die strijd is al beslecht door covid-19.