De luchtvaartsector is al langer een trend-setter. Grote luchtvaartmaatschappijen maakten al gebruik van computernetwerken lang voor er sprake was van het world wide web. Sterker nog: de 'intelligente adresseringssystemen' die meer dan een kwarteeuw geleden werden ontwikkeld, worden vandaag nog steeds gebruikt, zij het met wat meer toeters en bellen er rond. In essentie is een boekingsproces voor een vliegtuigticket in al die jaren nauwelijks veranderd.
...

De luchtvaartsector is al langer een trend-setter. Grote luchtvaartmaatschappijen maakten al gebruik van computernetwerken lang voor er sprake was van het world wide web. Sterker nog: de 'intelligente adresseringssystemen' die meer dan een kwarteeuw geleden werden ontwikkeld, worden vandaag nog steeds gebruikt, zij het met wat meer toeters en bellen er rond. In essentie is een boekingsproces voor een vliegtuigticket in al die jaren nauwelijks veranderd. Eind jaren '60, begin jaren '70 werden vliegtuigtickets nog gekocht aan de balie, of telefonisch besteld en geleverd. De maatschappijen kwamen echter al snel tot het besef dat het boekingsproces versneld diende te worden. Informatietechnologie, die toen nog in de kinderschoenen stond, kon hen daarbij helpen. In een eerste fase werden de eigen vluchten geïnventariseerd op een soort van interne 'mainframe'. De volgende stap was het ter beschikking stellen van diezelfde inventaris aan de zogeheten 'computerreservatiesystemen' (CRS'en). Waarmee het eerste grote 'verband' tussen de maatschappijen een feit was. Computerreservatiesystemen ontsproten eigenlijk uit de interne reservatiesystemen van de grote luchtvaartmaatschappijen, maar evolueerden al snel naar onafhankelijke en neutrale entiteiten. Elke luchtvaartgigant die zijn tarieven en zijn dienstregeling aan één CRS doorspeelde, werd wettelijk verplicht ze aan alle CRS'en door te geven. Klanten met een vergunning konden live dossiers raadplegen en aanpassen, en kregen een hele hoop vluchtinformatie op hun scherm. Vervolgens is elk reisbureau die naam waardig met de inventarissen van zo'n CRS gaan werken. De reisagent moest een vaste som betalen voor de consultatie en de daaruit voortvloeiende reservatie, de kosten werden doorgerekend aan de luchtvaartmaatschappij in kwestie. Vier spelers maakten naam en zijn het onthouden waard: Galileo, Amadeus, Worldspan en Sabre. Amadeus was een Europees initiatief, de drie andere waren van Amerikaanse origine. Tot 1995 ontwikkelden de vier protagonisten compleet gesloten soft- en hardwareomgevingen, die geïmplementeerd werden bij alle reisbureaus die daar om vroegen. Deze laatste kregen letterlijk een terminal in de winkel die via een netwerk verbonden was met de grote mainframes uit de VS. Voor elke CRS stond er één systeem. Twee tot drie pc's per persoon was meer regel dan uitzondering. Het feit dat er een consensus bestond tussen de grote vliegtuigmaatschappijen en de reisbureau's om met de CRS'en samen te werken, zorgde voor een jarenlange conservatieve status quo in de informatie- en reservatiewereld. Maar de doorbraak van het internet, en de komst van de lagekostenmaatschappijen, zorgde voor een flinke omwenteling en zou het model langzaamaan onderuit halen. Het internet bood de ideale gelegenheid om de CRS'en te omzeilen, en om tickets rechtstreeks online aan de eindklant te verkopen. Om kosten te besparen, verpatsen Ryanair en co. bijvoorbeeld uitsluitend tickets via hun eigen gesloten systeem, op hun eigen website. Zij geven hun inventaris niet door aan de globale distributiesystemen, waardoor ze ook geen commissie moeten betalen. Een boeking gemaakt via een computerreservatiesysteem kost een maatschappij immers 2,5 euro, en in een markt waarin de prijzen steevast bleven dalen, betekende dat een steeds groter percentage aan distributiekosten. De traditionale maatschappijen volgden schoorvoetend het voorbeeld van de budgetvliegers, en stimuleerden de verkoop via een eigen website. Maar dat aanbod had zo zijn beperkingen, omdat het enkel efficiënt was voor point-to-point vluchten. De technologie achter de eigen websites voldeed niet om verre bestemmingen met tal van tussenstops te boeken. Het ontstaan van reiswebsites en reis-portalen waarbij verschillende luchtvaartmaatschappijen op één plek al hun vluchten aanboden, was het logische gevolg. De meeste spelers volgden wat dat betreft een driedubbele strategie: ze bleven hun inventarissen doorgeven aan de globale reservatiesystemen, behielden hun eigen website, en sloten zich tegelijkertijd aan bij een online reisbureau of stampten samen met andere luchtvaartmaatschappijen een nieuw bureau uit de grond. Tot op vandaag is het bekendste voorbeeld allicht Expedia. com, dat uitgegroeid is tot het grootste online reisbureau ter wereld. De gevolgen laten zich raden. Waarnemers mogen dan wel voorspellen dat de reismarkt tot 2020 jaarlijks gemiddeld met vijf procent zal blijven groeien, het aandeel van de CRS'en in de reservatiesector daalde en daalt redelijk dramatisch. Worldspan en Sabre hebben intussen de handdoek in de ring gegooid, en werden opgeslokt door Galileo. De twee grote overblijvers hopen alsnog het tij te kunnen keren, en werken naarstig aan de ontwikkeling van nieuwe producten en diensten die de reisagent meer mogelijkheden moeten bieden. "Galileo en Amadeus zijn langzaam maar zeker aan het evolueren naar volwaardige it-leveranciers die allerlei oplossingen schrijven voor luchtvaartmaatschappijen en reisbureau's", verduidelijk docent toeristische informatica Jean-Pierre Wintmolders van de Katholieke Hogeschool Mechelen. Hoewel de twee resterende globale distributiesystemen hun inkomstenstroom voor een stuk zien opdrogen, zijn ze volgens Wintmolders alles behalve een bedreigde diersoort. "Maatschappijen zoals Easy Jet of Ryanair, die zelf hun reservaties beheren, passeren niet langer via de CRS'en. Maar het grote merendeel van de kleinere spelers heeft simpelweg niet de know how in huis om die processen in goede banen te leiden. Zij 'outsourcen' hun reservatiediensten om hun vluchten aan de man te kunnen brengen. En raad eens bij welke partijen ze dan terecht komen?" "Galileo en Amadeus van hun kant hebben van de bedreiging tot op zekere hoogte nog een opportuniteit kunnen maken", gaat de docent verder, "want achter de meeste online reisbureaus die vandaag het mooie weer maken, gaat wel degelijk de technologie van een CRS schuil. Een partij zoals Galileo bijvoorbeeld heeft zwaar geïnvesteerd in integratietools die het mogelijk maken om ook de tarieven van brokers te raadplegen, of vluchten van budgetvliegers te boeken." Overigens ziet Wintmolders nog een andere reden waarom CRS'en voorlopig onmogelijk kunnen worden gemist, en dat zelfs niet wenselijk is. "Iemand die zelf een vlucht boekt op het internet, krijgt maar een erg beperkt zicht op het aanbod, en wordt beïnvloedt door de airline in elke stap zie hij zet. Een reisagent die toegang heeft tot Amadeus of Galileo, krijgt een volledig overzicht van alle vluchten en prijzen, van zowat alle maatschappijen. Hij kan vergelijken en de eindgebruiker helpen in zijn keuze. En ook: heel wat van de nieuwe online boekingssites tappen hun informatie gewoon af van de globale distributiesystemen. Op die manier blijven ze eigenlijk incontournable."Frederik Tibau