Wie is hier al online?" Katja Schipperheijn vraagt het de volle klas leerlingen uit het derde tot zesde leerjaar. Heel wat handen gaan de lucht in. Wie zit er op sociale media? Lege blikken volgen. "Whatsapp? MovieStarPlanet? Fortnite?" Nu snappen ze het. Alweer: veel vingertjes. Allemaal zelfs, op eentje na. Ja dus, die leeftijdsgrens van dertien jaar is een lachertje. Kinderen van nu zijn van nu, en dus zijn ze geconnecteerd. Geen probleem voor Schipperheijn, maar dan moeten ze wel weten waar ze mee bezig zijn. En dus begon de onderneemster achter sCool een nieuw project: sCooledu, waarmee ze school per school aan de mediawijsheid probeert te brengen.
...

Wie is hier al online?" Katja Schipperheijn vraagt het de volle klas leerlingen uit het derde tot zesde leerjaar. Heel wat handen gaan de lucht in. Wie zit er op sociale media? Lege blikken volgen. "Whatsapp? MovieStarPlanet? Fortnite?" Nu snappen ze het. Alweer: veel vingertjes. Allemaal zelfs, op eentje na. Ja dus, die leeftijdsgrens van dertien jaar is een lachertje. Kinderen van nu zijn van nu, en dus zijn ze geconnecteerd. Geen probleem voor Schipperheijn, maar dan moeten ze wel weten waar ze mee bezig zijn. En dus begon de onderneemster achter sCool een nieuw project: sCooledu, waarmee ze school per school aan de mediawijsheid probeert te brengen. "Leerkrachten zijn nog lang niet digitaal geletterd", zegt ze, "en dat zorgt voor angst. Ze zijn bang dat hun leerlingen meer van het internet weten dan zijzelf, en dus gaan ze het onderwerp uit de weg. Zo groeide het idee om zelf dan maar de jongeren te gaan onderwijzen over online gedragscode. Want zelfs al is sCool een veilig platform om samen te leren, ook daar moeten ze zich aan de spelregels houden." Met partners als Mediawijs, Child Focus, Digitale Wolven en anderen ontwikkelde Schipperheijn het concept van een gezamenlijke doos vol les- en inspiratiemateriaal rond veilig internetgebruik. En om te zorgen dat die in de scholen ook effectief gebruikt wordt, kwam er de wedstrijd 'Dé Sociaalste School'. Ze lacht. "Ik heb vorig jaar op mijn donder gekregen dat ik sociale media promoot. Neen. Daarom zeggen we nu expliciet dat we inzetten op digitaal burgerschap, sámen met de maatschappij. Dat past dus perfect in het idee van Lieven Boeve van de Katholieke Scholenkoepel voor het nieuwe vak 'Mens en Maatschappij' in het secundair. Wat mij betreft moet men daar echter al in het basisonderwijs mee beginnen." Waarom? Elke Boudry van het Vlaams Kenniscentrum Mediawijs vat het goed samen, wanneer ze het Ketnetprogramma '@Elindo' introduceert. "Natuurlijk zijn tien- tot twaalfjarigen al geïnteresseerd in het internet en sociale media, en vanaf het middelbaar worden ze daar helemaal door opgeslorpt. Het is dus belangrijk om ze vooraf nog even bij de kraag te vatten - want later wordt het moeilijker - om hen wat mediawijsheid bij te brengen." Ook bij de kinder- en jongerenzender Ketnet bekommeren ze zich dus om de digitale geletterdheid. In het nieuwe @Elindo buigt de jonge acteur-presentator Elindo Avastia zich over het internet van de jongeren in al zijn geuren en kleuren, en daarbij komen ook heikele punten aan bod als cyberpesten en games waar u voor moet betalen. Dat hij zelf ook nog niet alles wist, klinkt het. "Neem nu het belang van 'streaks' op Snapchat, dat je elke dag een foto moet sturen én er één terug krijgen. Ik ben er enorm van geschrokken hoe belangrijk dat voor kinderen is. Ze zijn er het hart van in als dat niet lukt omdat ze geen wifi vinden of geen data meer hebben." En hij haalt het verhaal aan van een jongen die zonder dat hij het besefte tweeduizend zuurverdiende euro's van zijn ouders uitgaf om toch maar zijn spelletje te kunnen blijven spelen. De crux? "Het gaat ook om mediawijsheid bij de ouders. Soms zijn zij het die van niets weten, en hebben ze geen idee van wat hun kinderen online doen. Dat maakt het moeilijk omdat ze niet weten waar de gevaren zijn. Eigenlijk moeten ouders en kinderen samen mediawijs zijn." Onderzoeker Joris Van Oytsel van de Universiteit Antwerpen treedt hem bij. "Ouders mogen zich niet laten afschrikken door hun gebrek aan kennis, want waar de kinderen meer weten hebben ouders de levenswijsheid en de ervaring om met bepaalde situaties om te gaan. Het is dus belangrijk om te weten welke apps ze hebben staan, en je te laten uitleggen hoe ze werken. Dat kan subtiel als ze in het nieuws zijn gekomen, dan kan je er gemakkelijk over beginnen." Katja Schipperheijn is het daar volmondig mee eens. "Heb je er op gelet hoe vaak ik daarnet in de klas zei 'zeg dat maar tegen je mama en papa'? Dat doe ik bewust, want ik wil dat het gesprek daar verder gaat. Ik wil dat die ouders, zoals al een aantal keer gebeurd is, nadien eisen dat er een info-avond voor hen komt op school over mediawijsheid. Want dat is nodig én belangrijk." Ze haalt een voorbeeld uit de klas van daarnet aan. "Dat ene meisje dat nog niet op internet was? Het is belangrijk dat je daar mee spreekt, en achterhaalt waarom ze dat nog niet verkende. Mag ze niet of wil ze niet? Of heeft ze de middelen niet? In dat geval moet je zéker met de ouders gaan praten, want de kans bestaat dat ook zij digitaal ongeletterd zijn, en als je daar niets aan doet begint dat kind met een digitale achterstand." Vergelijk het met fietsen, zegt ze. "Je laat ze ook niet zonder oefening alleen de baan op. En als mama en papa je geen helm geven, en niet betrokken zijn, gaat dat kind ook nooit goed kunnen fietsen. En de vraag is: wie leert de kinderen de verkeersregels? De school, want mama en papa kennen die vaak ook niet goed meer. Digitale opvoeding is dus een gedeelde verantwoordelijkheid, waarin ook de maatschappij haar deel moet doen. En dat is niet door een leeftijdsbeperking in te stellen en te denken dat we zo onze plicht hebben gedaan. Zo maak je het alleen maar aantrekkelijker, en leer je dat het ok is om te liegen over je leeftijd." Praten blijft dus belangrijk, zelfs al is het niet altijd gemakkelijk. "Neem nu bij cyberpesten", zegt Van Oytsel. "Jongeren durven dat vaak niet aankaarten bij volwassen omdat ze bang zijn niet begrepen te worden, of dat hun internetgebruik zal worden ingeperkt. Dat is niet de bedoeling. We moeten zorgen dat ze wel bij ouders en school terecht kunnen, want cyberpesten is sowieso vaak een verlengde van een offline situatie." Met zijn erg populaire website is Ketnet zelf ook een sociaal medium, maar digitaal verantwoordelijke Sam Ickx trekt de lijn met Facebook et les autres helder: "Wij zijn een walled garden: niéts van wat bij ons binnenkomt gaat naar buiten. Wij delen geen data met bedrijven of anderen, en kinderen en ouders hebben volledige controle over hun gegevens." En lukt het om pestvrij te blijven? Ickx kan alleen maar wijzen op de vele inspanningen om dat tegen te gaan. "We modereren actief, waarbij een automatische woordenlijst ons team waarschuwt. Dat kan desnoods in real time volgen wat gezegd wordt, als we dat willen." De conclusie komt als uit één mond bij alle experts op de Ketnetpersconferentie: "Het internet is zonder enige twijfel een verrijking, maar we moeten er mee leren omgaan met de risico's." Al klinkt de bedenking van een aanwezige moeder ook waar. "Zolang de kinderen net zo goed ook nog buiten blijven spelen." Want ook dat is belangrijk.