De sharing economy-trend en nieuwe internetplatformen zorgden de voorbije weken voor heel wat gespreksstof, en tal van bedrijven maken gretig gebruik van de 'mini-jobs' die inherent zijn aan het model dat onder meer Airbnb, Uber, BlaBlaCar of, dichter bij huis, Menu Next Door en ListMinut, hanteren.
...

De sharing economy-trend en nieuwe internetplatformen zorgden de voorbije weken voor heel wat gespreksstof, en tal van bedrijven maken gretig gebruik van de 'mini-jobs' die inherent zijn aan het model dat onder meer Airbnb, Uber, BlaBlaCar of, dichter bij huis, Menu Next Door en ListMinut, hanteren. Dankzij de technologie kunnen miljoenen particulieren als amateur een activiteit uitoefenen die tot nu toe was voorbehouden voor professionals. En dankzij de magie van het web kunnen ze een internetpubliek bereiken dat vaak heel uitgebreid is. Door al deze jonge bedrijven kan Jan met de pet een betaalde prestatie leveren en zo in zekere zin de concurrentie aangaan met professionals (taxichauffeurs, koks, hoteleigenaars, schilders, tuinmannen) die tot nu toe als enigen hun diensten mochten aanbieden. Om in deze crisistijd de eindjes aan elkaar te knopen, zijn deze amateur-dienstverleners bereid om diensten te leveren tegen een lagere prijs. Volgens Philippe Coulon, country lead Belgium van Airbnb, zijn de prijzen op zijn platform 30 of 40 procent goedkoper dan traditionele huisvesting (hotel, pension enz.). Onruststoker Uber is nog altijd actief in Brussel met zijn UberX-service, tegen prijzen die 25 procent goedkoper zijn dan die van hun taxiconcurrenten. De Belgische start-up Menu Next Door belooft een verdienste tussen de 100 en 350 euro per afgeleverd menu. William Shu, de oprichter van het Britse bedrijf Deliveroo, dat gespecialiseerd is in de levering van maaltijden per fiets, beweert dat zijn Parijse thuisbezorgers 4.000 euro per maand op zak steken. Zorgt ze dus voor nieuwe banen, deze samenwerkingseconomie ? Om deze beloften eens uit te testen, besloot ik in de schoenen te gaan staan van een dienstverlener met een experiment dat ik UberizeMe heb gedoopt. Deze mini-jobs op het web staan immers open voor iedereen : je hebt niet per se een opleiding of een bijzonder statuut nodig, en in sommige gevallen is er zelfs geen echte vaardigheid vereist. Mijn doel ? 2.500 bruto per maand verdienen, via Menu Next Door, ListMinut, Airbnb, Deliveroo en Take Eat Easy. Dit kun je dus moeilijk beschouwen als de occasionele inkomsten (maximaal 5.000 euro) die minister De Croo voor amper 10 procent wil belasten. Op luttele minuten tijd ben ik dienstverlener geworden op de meeste van deze sites, behalve voor Deliveroo en Take Eat Easy, die een afspraak ter plaatse en een (lichte) selectie opleggen. Ik heb geworsteld met de stronk van een hazelaar, heb me uitgesloofd om een vijver drabbig water leeg te maken, heb 400 km met de fiets gereden, heb mijn huis van boven tot onder opgeruimd en gepoetst om het te verhuren op Airbnb, en ik heb meer dan tien kilo gehakt bereid om verschillende menu's voor mijn buren te prepareren. Al dat werk voor een resultaat dat niet volledig voldeed aan mijn verwachtingen : ik heb maar liefst 135 uur echt gewerkt (de tijd die ik nodig had om bepaalde opdrachten te zoeken op platformen zoals ListMinut niet meegerekend) en heb slechts 2.124 bruto binnengerijfd. Goed voor 15 euro per uur. Ik deed het experiment als zelfstandige in bijberoep, wat belastingtechnisch betekent dat ik volgens de huidige wetgeving zwaar belast zal worden op deze inkomsten. Als ik aan een vergelijkbaar bedrag kom gedurende 12 maanden, zou ik in een belastingschijf van 40 of 45 procent terechtkomen. In principe zou deze maand in de samenwerkingseconomie me "zeker niet veel meer opleveren dan het wettelijk minimumloon, dat rond de 1.500 euro bruto bedraagt, maar dat amper belast wordt", luidt de analyse van Philippe Defeyt. Ik zou daarentegen wel mijn kosten kunnen aftrekken. De conclusie is duidelijk : als zelfstandige is uitsluitend leven van de samenwerkingseconomie een heus hindernissenparcours. Zoals Sandrino Graceffa, de baas van SMart, benadrukt, "houdt de zogenaamde 'uberisering' van het werk meestal geen rekening met uitgestelde inkomsten, dit wil zeggen inkomsten in geval van ziekte, dagen waarop de dienstverleners niet werken. Zelfs niet met pensioen". De Belgische eigenaars van start-ups in de sharing economy hebben het eerder over 'extra inkomsten' voor hun diensten dan over echte lonen. "We beschouwen Take Eat Easy als een extra inkomen, niet als een voltijdse job", benadrukt Karim Slaoui, medeoprichter van de Belgische start-up voor maaltijden aan huis. Sommigen wijzen op de mogelijkheid voor mensen in precaire situaties om een centje bij te verdienen. Maar econoom Philippe Defeyt is daar nog niet zo zeker van : "Mensen die twee banen combineren zijn vaak mensen die al een zeker kapitaal of vaardigheden bezitten, ze zitten niet echt in een precaire situatie. Om een pand te huur te zetten op Airbnb, heb je een vrij grote woning of meerdere huizen nodig. Om mensen rond te rijden, heb je een rijbewijs en een auto nodig. Dat kan niet iedereen zeggen, en in die zin is de samenwerkingseconomie maar weggelegd voor een bepaalde categorie mensen." Meer en meer professionals spuien kritiek op deze categorie van amateur-surfers die met hun diensten onder hun duiven schieten. "Die amateur-tuinman is voor ons oneerlijke concurrentie : al was het maar omdat hij gratis naar het containerpark kan, terwijl iemand die dit als beroep doet normaal gezien moet betalen", reageert deze tuinaannemer als hij online het resultaat van een van mijn prestaties voor ListMinut bekijkt. Alexandre Terlinden, algemeen directeur van Delitraiteur, zegt dat "het initiatief van Menu Next Door op deze kleine schaal niet kan doorgaan voor een concurrent. Maar als de koks, zoals we stilaan beginnen te zien, gevraagd worden om grotere hoeveelheden te bereiden, kunnen we spreken van een commerciële aanpak. En in dat geval moeten alle concurrenten aan dezelfde regels voldoen". Want de concurrentie van deze particulieren die voor profs willen doorgaan in uiteenlopende sectoren, roept vragen op. "Is deze parallelle economie niet bezig de officiële economie te ondermijnen, zoals bijvoorbeeld volle auto's van de gebruikers van BlaBlaCar voor lege tgv's van de SNCF zorgen ?", vragen Philippe Escande en Sandrine Cassini zich af in hun boek Bienvenue à l'ère du capitalisme 3.0 (Welkom in het tijdperk van het kapitalisme 3.0). Voor de voorstanders van de samenwerkingseconomie vormen de activiteiten van de amateurs via de platformen geen concurrentie voor de profs, maar eerder een aanvulling of zelfs een verruiming van de markt. Een mening waar ook Alexander De Croo, minister van de Digitale Agenda, achter staat. Maar volgens econoom Philippe Defeyt "verschuiven we vooral activiteiten, terwijl het scheppen van werkgelegenheid vanuit een macro-economisch oogpunt marginaal blijft." "Wat we echter zien is een neerwaartse druk op de lonen/inkomens en een toegenomen concurrentie tussen een formele sector die aan strenge regels voldoet en een informele sector die geen of minder regels kent. Het is dan ook duidelijk : we kunnen spreken van oneerlijke concurrentie." Momenteel blijft het natuurlijk moeilijk om de reële impact van deze peer to peer-economie te meten. Volgens een recent (optimistisch) rapport van het Europees Parlement zou een betere benutting van de middelen, zoals mogelijk gemaakt wordt door de samenwerkingseconomie (in de ruime betekenis), een winst van 572 miljard euro opleveren in de 28 landen van de Unie... Voor het zover is, staat deze nieuwe economie echter nog voor grote uitdagingen op wettelijk, fiscaal maar ook conceptueel vlak. Het lijdt immers geen twijfel dat allerhande regelgevers deze opportunistische start-ups niet zomaar commissies gaan laten opstrijken op de rug van hele legers onderbetaalde zelfstandige internetgebruikers die zelfs zo niet altijd de eindjes aan elkaar kunnen knopen. Het gevaar dat uiteindelijk een economie van de miserie triomfeert, is per slot van rekening reëel. Christophe Charlot