"Ik was als tiener zo'n joch dat altijd wel met een nieuw project kwam aanzetten: dj spelen voor een underground-radiostation, eigen magazine opstarten, enzovoort. Altijd wel iets te doen. De energie van een ondernemer was er, ze moest alleen worden wakker gemaakt. En dan kom ik als twintiger in Silicon Valley terecht, een cultuur die precies drijft op ondernemerschap."
...

"Ik was als tiener zo'n joch dat altijd wel met een nieuw project kwam aanzetten: dj spelen voor een underground-radiostation, eigen magazine opstarten, enzovoort. Altijd wel iets te doen. De energie van een ondernemer was er, ze moest alleen worden wakker gemaakt. En dan kom ik als twintiger in Silicon Valley terecht, een cultuur die precies drijft op ondernemerschap." Dus bleef de vandaag 42-jarige Bart Decrem na zijn rechtenstudies aan de universiteit van Stanford plakken in Palo Alto, een van de belangrijkste enclaves van het technologiemekka aan de Amerikaanse westkust. Hij runt er momenteel Tapulous, een start-upbedrijf dat ritmegames voor Apple's iPhone- en iPod Touch-toestellen maakt. Ritmegames, waarbij de speler op het exact juiste moment op de exact juiste knop moet drukken, werden enkele jaren geleden een rage, waarvan momenteel twee spellenreeksen profiteren op de huiskamerconsoles: Guitar Hero en het concurrerende Rock Band. Geen van beide gamereeksen heeft echter een versie voor Apple's toestellen, die nochtans snel een belangrijk gameplatform zijn geworden. Maar daar lijkt een derde hond met het been te zijn gaan lopen: het door Tapulous uitgegeven Tap Tap Revenge en diens opvolger, Tap Tap Revenge 2. Als game leveren de twee spelletjes weinig nieuws onder de zon: ze zijn een soort 'karaoke voor vingers', waarbij de speler neerdalende blokjes op meerdere snaren moet aanraken op het exacte moment dat ze een balk onderaan het scherm bereiken. Het ritme waarin de blokjes naar beneden komen wordt bepaald door het muzieknummer dat wordt afgespeeld. Allemaal relatief simpel. Maar het businessmodel achter de games zorgde ervoor dat Decrem door het gezaghebbende tijdschrift Fast Company werd uitgeroepen tot een van de tien invloedrijkste mensen in de muziekindustrie, en een van de honderd grootste creatievelingen in de zakenwereld. Het spelletje zelf wordt gratis verdeeld. Wie online is en de game zit te spelen, ziet reclameboodschappen onderaan het scherm opdoemen - een eerste inkomstenstroom voor Tapulous. Maar de echte omzet komt van betalende versies van de game, die voor 4 euro worden verkocht en gefocust zijn op één artiest. Zo zijn er speciale Tap Tap Revenge-versies van Coldplay, Lady Gaga, Dave Matthews Band, Nine Inch Nails en Weezer. De inkomsten daarvan worden netjes verdeeld tussen Tapulous, Apple en de muzieklabels en -uitgevers. Nog een voorbeeld van hoe bedreven Decrem out of the box denkt: de originele versie van Tap Tap Revenge bestond al in het illegale circuit, op gekraakte iPhones, en hij haalde de code binnen door de maker ervan een job aan te bieden binnen Tapulous. Decrem trok eind van de jaren '80 naar de universiteit van het Amerikaanse Stanford, waar hij buitenwandelde met een diploma van master in de rechten. Maar buiten een interimjobje bij het consultancybedrijf McKinsey tijdens de zomer gebeurde daar niks mee. In plaats daarvan kwam hij, begin jaren '90, in aanraking met het opkomende circuit van it-start-ups. "Ik bracht de laatste jaren van mijn middelbaar door op de Internationale School in Brussel", zegt Decrem. "Daar kreeg ik een kring van internationale vrienden. Die maakten iets in me wakker dat al langer in me zat: reislust, zin om elders te zijn. Maar uiteindelijk ben ik toch gewoon in Silicon Valley gebleven: ik hou van het weer (lacht)." In de vroege jaren '90 ging hij eerst aan de slag in de non-profitsector. Hij hielp Plugged In opstarten, een van de eerste organisaties die zich toelegden op het dichten van de digitale kloof. Daarna richtte hij, aangevuurd door zijn passie voor het besturingssysteem Linux, het internetbedrijf Eazel op. Dat focuste, bij het prille begin van deze eeuw, op de toen ontluikende professionele markt voor Linux, door bestandsmanagementssoftware te ontwikkelen die kon worden gelinkt aan betalende webdiensten. Maar hij overschatte het marktpotentieel van Linux voor desktopcomputers (dat nog steeds zo goed als nihil is), en het durfkapitaal achter het bedrijf geraakte op voordat er noemenswaardige inkomsten waren. Decrem zwalpte daarop wat rond in Korea, waar hij business development deed voor twee start-ups die ook iets met Linux deden. Tot hij terug naar Silicon Valley afzakte, en werd binnengehaald door de Mozilla-stichting. Die had een plan in het achterhoofd: de fundamenten onder de oude Netscape-webbrowser gebruiken voor een compleet nieuw programma om over het internet te surfen, dat opnieuw de strijd kon inzetten tegen het allesoverheersende Internet Explorer van Microsoft. Firefox, zoals de nieuwe browser heette, innoveerde waar Internet Explorer was blijven stilstaan: het programma bevatte browsertabs, een ingebouwde popupkiller, betere beveiliging, en een onderliggende mechaniek waarmee de gebruiker veel sneller over het internet zou kunnen surfen. Al wat ze nog nodig hadden was een deftig marketingplan, en dat was waar Decrem een flink staaltje van zijn creatieve geest liet zien. Hij zette met weinig geld een ware volksrevolte op tegen Internet Explorer, bestendigde die door het uitdelen van stickers en buttons, en schaarde zelfs wat donaties bij elkaar voor een advertentie in de krant The New York Times. Het succes van die inspanning is ondertussen meetbaar: in augustus van dit jaar stond het marktaandeel van Firefox op 23 procent. Dat van Microsofts Internet Explorer, vijf jaar geleden nog goed voor meer dan 90 procent, kalfde af naar 67 procent. Maar niet lang na zijn Firefox-avontuur startte Decrem een bedrijf op dat een concurrerende browser op de markt bracht: Flock. Het programma surft niet alleen naar inhoud, maar ook naar mensen en plaatsen, die de gebruiker rond zich heeft geschaard via sociale media als Twitter, Technorati en Del.icio.us. Maar ook daar is hij alweer weg: het bedrijf haalde zijn nieuwe ronde durfkapitaal binnen, en had Decrem dus - volgens Decrem - niet meer nodig. "Ik ben goed in het aanbrengen en uitbouwen van nieuwe ideeën, en rendeer dus vooral in de eerste fase van een start-up", zegt Decrem. "Vanaf het moment dat het bedrijf is uitgevaren, is er een ander soort leiderschap nodig: een dat de focus legt op management." Een serieondernemer, zowaar. En zo kent men hem ook in Silicon Valley: na zijn verblijf bij Flock kreeg hij, terwijl hij nadacht over nieuwe projecten, een bureau toegewezen bij het durfkapitaalfonds Doll Capital Management. En zelfs een titel: hij was Entrepreneur in Residence. "Serieondernemerschap lijkt een vreemde activiteit vanuit een Vlaamse ondernemingscontext", zegt Decrem. "Bedrijven in Vlaanderen zijn duurzamer, en carrières duren dus ook langer. In Silicon Valley duurt het enkele maanden tot maximum twee jaar om een project op te bouwen. Lukt het binnen die termijn niet, dan wordt het afgevoerd en begin je aan iets nieuws. Ik zou in Vlaanderen nooit kunnen doen wat ik hier doe: mijn professionele netwerk is geografisch ook veel te geconcentreerd. Je start een bedrijf op, en je investeerders, klanten en andere partners komen gewoon binnenwandelen. Dat zijn dingen die alleen maar hier kunnen, net omdat iedereen zo dicht bij elkaar zit." En toen kwam Tapulous. Het bedrijf maakt zich momenteel klaar om een derde versie van Tap Tap Revenge op de markt te brengen. Daarbij niet gehinderd door de nakende en onvermijdelijke marktsaturatie van iPhone-games: tijdens een persconferentie van Apple waarop ook Decrem enkele weken geleden zijn zegje mocht doen, opperde Apples tweede man Philip Schiller dat er momenteel al meer dan 21.000 videogames op de markt zijn voor de Appletoestellen. Toch vindt Decrem dat het verhaal van Tapulous nog maar pas begonnen is. "Elke interessante markt krijgt een goldrush over zich heen waarna ze verzadigt, dat is niets nieuws. Waar het om draait is een toekomstige trend, die de iPhone en iPod Touch een tikkeltje hebben versneld: het feit dat de centrale computer van de toekomst in de zak van de gebruiker zit. Dingen maken voor de iPhone blijft dus een goeie manier om in de toekomst te kijken." En wat de serieondernemer na Tapulous gaat doen? "Daar kan en wil ik op dit moment niet over nadenken", zegt Decrem. "Er zijn ondernemers die met drie, vier projecten tegelijkertijd bezig zijn, maar dat kan ik niet. Ik ben honderd procent gefocust op Tapulous, en kan me momenteel zelfs niet indenken dat ik ooit iets anders zal doen. Maar ik weet ook: op een bepaald moment gebeurt het toch." Ronald Meeus'Ik zou in Vlaanderen nooit kunnen doen wat ik hier doe: mijn professionele netwerk is geografisch ook veel te geconcentreerd.'