Wie in Hanoi of Ho Chi Minh arriveert, krijgt meteen het tumult van de brommertjes over zich. Die miljoenen jongeren met hun knetterende scooters symboliseren prachtig het ‘nieuwe’ Vietnam dat de verloren tijd van oorlogen en economisch immobilisme wil inhalen.

“In de jaren 90 kwam ik geregeld in Vietnam”, vertelt William. “Ik stond elke keer opnieuw verstomd van de razendsnelle veranderingen in Ho Chi Minh. In 2006 besloot ik me hier te vestigen en een bedrijf voor softwareontwikkeling op te richten.” William werd tijdens de oorlog geboren in Vietnam. Hij emigreerde vóór de val van Saigon naar de Verenigde Staten. Zijn piepjonge bedrijf telt nu 30 ‘offshore’ software-ingenieurs die uitsluitend voor de Amerikaanse markt werken. “Voordat ik me in Vietnam vestigde, had ik al enkele werknemers in de VS. Die mensen blijven me bijstaan in de directe contacten met mijn klanten. Wij hebben complexe en soms zeer specifieke projecten, zoals een softwarepakket dat de data van de hypotheekleningen van de grootste Amerikaanse banken samenvoegt en transformeert.” Service Oriented Architecture (SOA), WebSphere, Web Services en vele andere moderne technologieën maken deel uit van zijn ambitieuze plannen.

Vele expats keerden de voorbije jaren terug naar India of China maar ook naar Vietnam. Ze zijn het roerend eens over de unieke troeven van het nieuwe Vietnam. “Wij kregen de kans om onze studies in Vietnam te voltooien met een master in Parijs. En hoewel Franse bedrijven ons een interessante job aanboden, keerden we liever terug naar ons eigen land”, vertelt Son die samen met enkele andere Vietnamezen -allemaal met een diploma van Franse universiteiten of hogescholen op zak – een kmo startte.

Nieuwe ondernemers

De expats zijn niet de enige ondernemers in Vietnam. “Bij Vietnamezen zit ondernemen gewoon in het bloed”, beweert men hier. De 23-jarige Le vertelt zijn verhaal: “Vijf jaar geleden droomde ik ervan om ‘software engineer’ te worden en 300 dollar per maand te verdienen. Toen ik naar de universiteit trok, leende ik in de eerste week een boekje over pc-architectuur. Ik wilde mijn eigen pc bouwen. Mijn ouders gaven me 7 miljoen dong (ca. 350 euro nvdr.) voor de componenten. Voor onze familie is dat een hoop geld! Sinds de dag dat mijn pc werkt, ben ik verslaafd aan it: ik wil altijd maar méér leren.”

Tijdens zijn studies werkte Le deeltijds voor kleine lokale bedrijfjes: eerst PHP en Flash, later ASP en nog later JSP en VC++. Dat bracht hem 30 of 50 dollar per maand op. “Ik had dat geld nodig”, merkt Le op. Op zekere dag leerde hij het netwerk voor toeleveranciers scriptlance. com kennen. Hij kaapte een job van 40 dollar weg. “Wow! Ik kon opeens in enkele uren mijn vroegere maandsalaris verdienen!” Vanaf die dag stortte Le zich met hart en ziel op ‘offshore’ softwareontwikkeling. “Ik had geen tijd meer om te studeren. Ik vergat de universiteit en begon te werken en te werken. Ik verdiende een pak geld in die netwerken voor toeleveranciers, maar gaf ook veel uit aan mijn familie, mijn vrienden en… mijn liefjes.” In maart 2007 richtte hij FunnyFox op, gespecialiseerd in de ontwikkeling van toepassingen en websites. Zes maanden later had Le 30 mensen aan de slag. Het grootste deel van zijn omzet realiseert hij in Japan… ofschoon hij nauwelijks een woord Japans spreekt.

Op jacht naar klanten

En toch is het helemaal niet gemakkelijk om in Vietnam een ict-activiteit op te zetten en er klanten te vinden. De concurrentie op de binnenlandse markt is moordend als gevolg van een overaanbod en minuscule budgetten voor softwareontwikkeling. Deze moeilijke situatie zorgt voor bodemprijzen en verplicht veel ict-bedrijven om de landsgrenzen over te steken en te exporteren. In 2006 verzamelden Lam, Hoang en Hieu wat kapitaal om het avontuur te wagen. “Momenteel hebben we uitsluitend Vietnamese klanten. Maar die markt ligt zo extreem moeilijk dat we onze knowhow absoluut willen exporteren. Als het in het buitenland lukt, zullen we de binnenlandse markt opgeven en ons uitsluitend toeleggen op ‘offshore’ ontwikkeling.”

Nhung uit Ho Chi Minh City heeft een paar jaar voorsprong op Lam, Hoang en Hieu. “Wij zoeken geen klanten meer” , lacht ze. “Zij vinden ons via het internet. Goeie webmarketing is voor ons dan ook absoluut cruciaal. ” Nhung heeft effectief klanten in alle windstreken: Australië, Verenigde Staten, Spanje, enz. Nhung – die 2 jaar in Finland leefde – werkt bovendien met enkele freelance-partners samen om een lokale aanwezigheid te garanderen. Als tegenprestatie gunt Nhung hen toegang tot haar flexibele en competitieve. NET-ontwikkelingscapaciteit.

In juni 2006 richtten Hung en Hien op hun beurt een kmo op die kleine ‘offshore’. NET-projecten in Japan en de VS voor zijn rekening neemt. “Dat zijn twee totaal verschillende markten. In de VS starten onze projecten meestal zonder gedetailleerde specificaties. De klant deelt ons alleen maar het productconcept mee. Wij werken hiermee, en het is dan aan onze lokale partner om de productkenmerken te preciseren. Dat verloopt allemaal via Skype, e-mail of Yahoo Messenger. Wij zijn nog nooit in de VS geweest. ” Hung werkt uiteraard als toeleverancier van dit soort projecten. “In Japan werkt het heel anders. Vóór de start van het project krijgen we de gedetailleerde specificaties. Hier werken we natuurlijk forfaitair. Maar dat betekent nog niet dat we van ‘change requests’ verlost zijn”, lacht ze.

De troeven

Vietnam heeft eigenlijk heel veel troeven. Eerste markante vaststelling: de hr-kosten tarten hier alle verbeelding. Een jonge academicus verdient in de ict niet meer dan 200 tot 300 dollar per maand. Dankzij die lage lonen kunnen de exporteurs van computerdiensten uiterst scherpe tarieven hanteren.

Een ander voordeel van Vietnam is het enorme reservoir aan mensen dat ervan droomt om ‘software engineer’ te worden. Dankzij de naoorlogse babyboom telt Vietnam ruim 80 miljoen inwoners waarvan 65 procent nog geen dertig is. Traditiegetrouw heeft het communistische land onderwijs in exacte of toegepaste wetenschappen altijd aangemoedigd. Het vrij theoretische openbaar onderwijs wordt nu aangevuld met privé-instellingen voor it-opleiding zoals NIIT en APTECH, beide van Indiase oorsprong.

De softwarewereld oogt bovendien bijzonder aantrekkelijk voor die jonge fans van internet, netwerkgames, gsm’s en andere technologische gadgets. “In de Verenigde Staten dromen alle knappe koppen van een job in de financiële wereld of in de advocatuur. In Vietnam willen die bollebozen allemaal in de it-sector werken” , horen we telkens opnieuw. “In Vietnam is het ‘cool’ om software-ingenieur te zijn. Je standing gaat er enorm op vooruit en het is bovendien de poort naar de buitenwereld”, stelt Nhung.

“Elk jaar doen 20.000 nieuwe informatica-gediplomeerden hun intrede op de arbeidsmarkt. De sector van de softwareontwikkeling kan die nog lang niet allemaal absorberen. Wij hebben dus nog keuze genoeg”, vertelt Hong die in een van de belangrijkste Vietnamese ict-bedrijven werkt.

Deze jonge ondernemingen beseffen wel degelijk dat ze hun huidige bestaan danken aan een nieuwe politieke wind. De Vietnamese overheid stapte zowat twintig jaar geleden af van haar centraal beheerde en gestuurde planeconomie, ten gunste van een liberalisering van de markten. De Vietnamese economie stijgt nu al 6 jaar met 7 tot 8 procent per jaar. Vietnam is daarmee de tweede groeier in Azië, na China. Ook de toetreding van Vietnam tot de WereldHandelsOrganisatie (WHO) in 2006 heeft gezorgd voor een ondernemingsvriendelijk klimaat. Vietnam verwacht dit jaar 20 miljard dollar aan directe investeringen vanuit het buitenland. Beste voorbeeld is de 300 miljoen dollar investering van Intel in de buurt van Ho Chi Minh City.

De moeilijkheden

Het is uiteraard niet allemaal rozengeur en maneschijn voor deze software-exporteurs. “Ons grootste probleem is de beheersing van het Engels. Gelukkig gebruiken we het Latijnse alfabet, zodat we gemakkelijk kunnen lezen en schrijven in het Engels. Het valt echter niet mee om onszelf verstaanbaar te maken”, betreurt Cuong die via een Britse partner voor grote multinationals werkt. Geen mens zal tegenspreken dat communicatie een essentieel element is voor het welslagen van een it-project.

“In de VS wordt in veel van onze projecten een soepele methodologie gevolgd. De klant maakt tijdens het project de productbehoeften duidelijk via een zeer krachtige interactie tussen de klant en het ‘offshore’ ontwikkelingsteam. Het is dus absoluut cruciaal om flexibel en doelgericht te kunnen communiceren met onze klanten”, verduidelijkt Hung die de Amerikaanse klanten van zijn jonge bedrijf opvolgt. In die context kiezen vele ondernemingen voor het ‘proxy’-communicatiemodel. De teamleider die een team van 3 à 5 mensen beheert, spreekt en begrijpt Engels. Hij tolkt tussen de klant en zijn team. “Het resultaat van onze interactie met de klant wordt in het Engels gedocumenteerd voor latere validering door de klant. Deze documenten worden nooit naar het Vietnamees vertaald”, zegt Hung.

Een ander probleem is het gebrek aan mensen met gedegen ervaring in grootschalige projecten. In Vietnam is de ‘offshore’ softwareontwikkeling nog maar een tiental jaar geleden gestart. Ook vandaag vallen er weinig grote ‘offshore’ projecten te noteren. De inkomsten uit export van in Vietnam ontwikkelde software blijven zeer bescheiden, al werd in 2006 – volgens het recentste ‘Vietnam ICT Outlook’-rapport – een stijging met 50 procent genoteerd, tot 105 miljoen dollar.

“Wij slagen er niet in ervaren consultants te rekruteren” , klaagt François die in Louvain-la-Neuve studeerde en nu een dertigtal engineers in dienst heeft. “We moeten ze zelf opleiden en ze daarna ook nog in huis kunnen houden… ” Zoals overal is het vasthouden van ‘it-kleppers’ een belangrijke doelstelling van elke bedrijfsleider, al blijft het personeelsverloop in Vietnam zeer beperkt. “Een familiale sfeer creëren binnen het bedrijf is een uitstekend middel om onze beste resources te behouden”, voegt François eraan toe. “Elke woensdag hebben we twee uur sport, elk kwartaal een karaoke-avond, en elk jaar een week vakantie aan zee, met partners en kinderen!”

Een heikel punt voor Vietnam blijft het geringe respect voor intellectuele eigendom: Bill Gates en Steve Ballmer die bij hun recente bezoeken aan het land nog lof hadden voor het enorme potentieel, hopen binnenkort ook ‘langs de kassa’ te passeren…

‘The world is flat’

Alle problemen ten spijt bijten de jonge Vietnamese ict-ondernemers zich vast in deze geglobaliseerde wereld waaraan ze toch de ontwikkeling van hun activiteit danken. “Vandaag staat alles op het internet. Je moet gewoon kunnen lezen”, stelt Le die erg jonge mensen tussen 20 en 23 in dienst heeft. Via vrije software konden Vietnamese ontwikkelaars en testers een beroep doen op efficiënte tools om een kwaliteitscode te produceren: Struts, Hibernate, Eclipse, Postgres, Bugzilla, CruiseControl en nog vele andere behoren tot het dagelijkse gereedschap van die kleine bedrijven met zeer beperkte middelen.

“Werken in embedded software voor luchtvaartelektronica of spoorwegvervoer heeft ons verplicht om te voldoen aan de extreem strenge kwaliteitsnormen en -processen die onze klanten eisen”, bevestigt Tri die de commerciële relatie met zijn Franse klanten behartigt. Dat is inderdaad het voordeel van de jonge Vietnamese bedrijfjes die zich op deze geglobaliseerde wereld storten. De recentste technieken en methodologieën overschrijden de grenzen met de snelheid van het internet. Bij de toepassing hiervan hoeft men geen schrik te hebben voor allerlei weerstand die resultaat is van oude gewoontes, want Vietnam heeft geen ict-verleden.

Khanh is verantwoordelijk voor de ontwikkeling van de Vietnamese tak van een kmo uit Californië. “De code die wij produceren, wordt continu geïntegreerd (Continuous Build Integration) dankzij een ‘open source’-tool (CruiseControl) waarmee we bij elke ‘build’ ook de automatische ‘unit’ tests kunnen integreren.” Dankzij deze aanpak slaagt Khanh erin om de kwaliteit van de code die hij aan zijn Californische klanten levert, beter te beheren ondanks de constante specificatiewijzigingen.

Na een doctoraat van drie jaar in Nederland keerde Duy terug naar Hanoi om zijn activiteit in softwareontwikkeling te lanceren. Ook hij probeert een stukje van de globaliseringskoek mee te pikken. “Momenteel werk ik vooral voor de marktplaats rentacoder. com. ” Dankzij tevreden klanten krijgt Duy de hoogste ‘rating’ op dit platform dat duizenden softwarekopers in contact brengt met ontwikkelaars uit de hele wereld. “Op een dag kreeg ik een project binnen voor Indiërs… die deze softwareontwikkeling voor rekening van een Arabische klant uitbesteedden! Yes, the World is flat”, grapt hij in de lijn van de bestseller van Thomas L. Friedman. Duy vindt het jammer dat de omvang van projecten op Rentacoder zelden boven 1.000 dollar uitstijgt. Net als vele andere Vietnamese ondernemers hoopt hij dat de globaliseringsmarkt zijn dromen van groei en expansie vroeg of laat zal doen waarmaken. z

Thierry Demonceau

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier

Partner Content