Data News: Hoe is het idee voor GnomeMeeting ontstaan?
...

Data News: Hoe is het idee voor GnomeMeeting ontstaan? Damien Sandras: In 2001 beëindigde ik mijn studies burgerlijk ingenieur aan de Katholieke Universiteit van Louvain-La-Neuve. Ik heb toen aan mijn thesispromotor voorgesteld om in plaats van gewoon iets uit de voorgestelde lijst met onderwerpen te kiezen, een videoconferentiesysteem te ontwikkelen. Tijdens mijn studies was ik in de ban geraakt van Linux als besturingssysteem en open source software, maar ik had er tot dan toe nooit zelf een bijdrage aan kunnen leveren. Bovendien was ik lid van een groep Linux-gebruikers die verschillende events organiseerde. We stelden vast dat er voor Linux geen videoconferentiesoftware beschikbaar was die compatibel was met NetMeeting, dat in die tijd zeer populair was voor Windows. Na de ontwikkeling werd mijn project dan gepubliceerd als vrije software met een GPL-licentie, samen met de broncode. In die tijd wist ik nog niet of ik het project wel wilde voortzetten. DN: Maar het sloeg in als een bom... DS: Klopt. Toen ik terugkwam van vakantie, had ik al tientallen e-mails van tevreden gebruikers en mensen die verbeteringen voorstelden. Bovendien wisten de belangrijke Linux-distributies van die tijd, Mandrake (nu Mandriva) en Red Hat, me te vertellen dat GnomeMeeting zou worden opgenomen in de volgende stabiele versie van hun distributie. Het sneeuwbaleffect was zodanig dat ik nu nog, na al die jaren, GnomeMeeting blijf onderhouden als vrije software in mijn vrije uurtjes. DN: Is het product in de loop der jaren geëvolueerd? DS: Drie jaar geleden werd het duidelijk dat we ook het SIP-protocol, het belangrijkste protocol voor voice over ip, moesten ondersteunen. Het H.323-protocol, dat indertijd door NetMeeting werd ondersteund, verdween stilletjesaan omdat veel gebruikers al ip-pbx'en gebruikten die met het SIP-protocol werkten, vooral Asterisk. In 2006 kwam er dus een versie 2.0 van GnomeMeeting uit, die zowel H.323 als SIP ondersteunde. Toen werd GnomeMeeting omgedoopt in Ekiga, om verwarring met NetMeeting te vermijden en ons open te stellen voor andere platformen dan Linux. Ekiga is een Kameroens woord voor een oeroude communicatietechniek met vocalises, een beetje het equivalent van de tamtam. DN: En het evolueert nog altijd? DS: In september brengen we normaal gezien versie 3.0 van Ekiga uit, een versie die op 'media internet devices' (MID's) zal kunnen draaien. Intel bijvoorbeeld biedt een dergelijke MID aan waarop Ekiga al werkt. Ook aanwezigheidsbeheer en instant messaging worden toegevoegd, zodat je kan zien of een contactpersoon online is alvorens hem te bellen. De interface lijkt niet echt op die van een 'softphone', maar heeft iets weg van een instant messenger, in de stijl van Skype. Versie 3.0 zal eerst en vooral voor Linux uitkomen. De Windows-versie bestaat, maar bevindt zich nog in een experimenteel stadium, bij gebrek aan een Windows-ontwikkelaar. Het product werd altijd geprogrammeerd om geen enkel platform uit te sluiten en volledig overdraagbaar te zijn. Opensource software gebruiken op een bedrijfseigen systeem is waarschijnlijk te verkiezen boven het gebruik van bedrijfseigen software op een bedrijfseigen platform. Onze voorbeelden zijn programma's zoals OpenOffice en FireFox. Maar ik ga hier geen geloofskwestie van maken. DN: Maakt u het onderscheid tussen 'open source' en 'vrije software'? DS: Wat ik zo interessant vind aan 'open source' is vooral de technische kwaliteit van de code, doordat zo veel personen eraan bijdragen, meer dan de onderliggende filosofie van 'vrije software'. Het eindresultaat is natuurlijk hetzelfde, enkel de manier om het resultaat te bereiken verschilt. Het gaat uiteindelijk altijd om software met een open broncode die gewijzigd kan worden, voor zover men de licentiebeperkingen naleeft. DN: Bent u nog altijd nauw betrokken bij de ontwikkeling van Ekiga?DS: In het begin van het project wou ik alles doen: de code, de documentatie, de technische ondersteuning, de 'packaging', en zelfs een aantal vertalingen in het Frans, aangezien Ekiga meertalig is. Vandaag hebben we echter medewerkers die deze taken op zich nemen en verbeteringen of nieuwe functies aanbrengen. Sinds de SIP-versie is er veel meer interesse. Nu ben ik nog maar een van de vele medewerkers, ook al ben ik wel de belangrijkste 'onderhouder' van het project. Ik heb dit project altijd als een hobby gezien, zelfs de programmering, en ik geef dus de voorkeur aan de taken waar ik de meeste voeling mee heb. DN: Kunt u het project nog van nabij volgen nu het zo'n omvang gekregen heeft? DS: Ik kan natuurlijk niet langer elke lijn code lezen, maar ik beheers het architectuuraspect. En voor ik code begin te schrijven, gaat een regelmatige medewerker altijd een werkwijze voorstellen. Eigenlijk doen we op die manier aan klassiek projectbeheer. Ik hoop dat er steeds meer medewerkers komen zodat het een project wordt dat bijna vanzelf loopt wat de programmering betreft. Dat zou een mooi bewijs zijn van het succes van dit project. DN: Valt een dergelijke 'hobby' te combineren met uw beroepsactiviteiten? DS: Ik heb het geluk dat ik al een paar jaar aan de slag ben bij IT Optics, dat in België erg actief is op het vlak van vrije en opensource software. Twee jaar geleden richtte het bedrijf Novacom op, gespecialiseerd in voice over ip en ip-telefonie op basis van vrije software. Novacom heeft een hele reeks programma's ontwikkeld en een mini Linux-distributie, waarmee ze gebruiksklare ip-pbx'en op basis van Asterisk kunnen aanbieden aan hun klanten in de bedrijfswereld. Mijn beroepsactiviteiten en Ekiga vullen elkaar dus aan, want ik kan mijn kennis van het SIP-protocol aanwenden bij toepassingen voor klanten van Novacom. We hebben ook zeer grote installaties die op Asterisk draaien, onder andere voor het Luxemburgse bedrijf IEE, gespecialiseerd in sensoren voor de automobielindustrie. Ze gebruiken daar de oplossing van Novacom om 1.200 ip-telefoons in de hele wereld te beheren. Maar aangezien ik zowat aan het hoofd sta van dat departement, kruipt er enorm veel tijd in. Het is dus een goeie zaak dat er steeds meer medewerkers zijn die instaan voor de evolutie van Ekiga. DN: Hoe ziet u Ekiga op langere termijn evolueren? DS: SIP is een protocol dat nog altijd evolueert, met name wat het aanwezigheidsbeheer betreft, bijvoorbeeld om een adreslijst op te slaan op een server op afstand. Ekiga zal dus waarschijnlijk evolueren naar een professionele oplossing die steeds meer functies ondersteunt. Ik zou graag zien dat Ekiga op termijn de ideale partner wordt van gebruikers van ip-telefooncentrales. Ekiga is echt een telefonieapplicatie, een softphone, en niet zozeer een chatprogramma. We mikken dus op professionele gebruikers, met cruciale functies zoals de doorschakeling van oproepen, een wachtmuziekje wanneer een beller 'on hold' wordt geplaatst, dubbele oproepen, een aanduiding van de status van het toestel op afstand, en goede videokwaliteit voor videoconferenties. Tot nu toe was Ekiga trouwens voornamelijk een Linux-project. We hebben echter nood aan een stabielere Windows-versie, die meer wordt 'verpakt' als een afgewerkt product. Dit gezegd zijnde, de bèta Windows-versie van Ekiga 2.0 was al heel stabiel en voor 98 procent volledig. We moeten er echter voor zorgen dat die overblijvende 2 procent ook echt in orde zijn, gezien het grote aantal exotische configuraties. Als we ooit evolueren naar een commercieel product, zal het waarschijnlijk de vorm aannemen van een platform dat wordt gekoppeld aan betaalde diensten. Ekiga moet de alles-in-één-oplossing worden voor voice over ip, ip-telefonie en videoconferentie. DN: Hebt u concurrentie van andere producten? DS: Er is veel concurrentie, maar allemaal van proprietary producten. Een opensource oplossing biedt echter een hoop voordelen: erg veel functies dank zij de talrijke medewerkers, maar zonder bijkomende kosten; de ruimte om in te spelen op elke specifieke vraag van de klant, en dus zeer uitgebreide persoonlijke aanpassingsmogelijkheden; een snellere evolutie met talrijke updates en nieuwe functies; en natuurlijk de lagere aankoopprijs. DN: U bent ook de medeoprichter van Fosdem. Wat is dat precies?DS: Fosdem staat voor 'Free and Open Source Developers' European Meeting'. In 2001 ontstond het idee om programmeurs van vrije software samen te brengen. Op de eerste conferentie kwamen zo'n 500 mensen opdagen, en tijdens de editie van dit jaar in februari liepen er meer dan 3.500 deelnemers rond in de gebouwen van de ULB. U moet weten dat Mozilla bijvoorbeeld, de stichting achter FireFox, zijn jaarlijkse vergadering plant in het kader van Fosdem. Het is het grootste evenement van die aard in België en misschien zelfs in Europa. Sinds dit jaar maak ik echter niet langer deel uit van de organisatie en ze blijft ook zonder mij voortbestaan. DN: Nooit aan gedacht om uw eigen bedrijf op te richten?DS: In het begin speelde ik zeker met dat idee, ook omdat ik wat ondernemersbloed heb. Maar sinds ik het Novacom-departement van IT Optics heb kunnen uit de grond stampen, is dat verlangen voor een deel vervuld. Het moeilijkste is niet met een project beginnen, wel het volhouden, als het nieuwe eraf is. Nu, ik sta nog altijd open voor dit soort initiatieven, zolang het gaat om activiteiten rond opensource software en Linux in het algemeen. DN: Wat vindt u van het tekort aan studenten in de informaticarichtingen ? DS: Een zeer spijtige zaak. Zelf ben ik aan het einde van mijn middelbaar in C++ beginnen programmeren onder MS-Dos. Die passie is toen een beetje doodgebloed met Windows 98, maar gelukkig is ze aan de universiteit weer opgelaaid met Unix. Ik beschouw Windows als een onkraakbare brandkast, terwijl je met Linux echt kunt knutselen als een mécanicien. Informatica is echter een vak dat je moet doen uit passie. Het is bovendien een enorm uitgebreide wereld, die zichzelf constant vernieuwt, en ook voor een deel die andere technologiesector, de telecommunicatie, omarmt. Die twee aspecten maken het voor mij zo boeiend. Marc Husquinet