In tal van andere interviews in deze Guide hoor je een zelfde geluid: innovatie is bijzonder moeilijk te stimuleren. Op de vraag hoe uw bedrijf of instelling innovatie bij de werknemers tracht aan te zwengelen, antwoordde 48 procent dat dat via opleidingen gebeurt. Ook brainstormingsessies zijn een populair middel; daarover zegt 48 procent dat ze ingezet worden in het bedrijf als innovatiestimulans. De aloude ideeënbus bestaat zelfs nog - 8 procent van de respondenten zegt er zijn of haar ideeën in kwijt te kunnen - maar moet het afleggen tegen zijn digitale e...

In tal van andere interviews in deze Guide hoor je een zelfde geluid: innovatie is bijzonder moeilijk te stimuleren. Op de vraag hoe uw bedrijf of instelling innovatie bij de werknemers tracht aan te zwengelen, antwoordde 48 procent dat dat via opleidingen gebeurt. Ook brainstormingsessies zijn een populair middel; daarover zegt 48 procent dat ze ingezet worden in het bedrijf als innovatiestimulans. De aloude ideeënbus bestaat zelfs nog - 8 procent van de respondenten zegt er zijn of haar ideeën in kwijt te kunnen - maar moet het afleggen tegen zijn digitale evenknie: 19 procent zegt dat in zijn of haar bedrijf een online ideeënbus bestaat. Daarnaast wordt toch een flink aandeel 'andere' middelen (8 procent) gebruikt, waarbij in veel gevallen communicatie een centrale plaats in neemt: ideeën en ervaringen uitwisselen tijdens de lunch - waar hiërarchie doorgaans minder speelt, of in dagdagelijkse gesprekken met arbeiders en (potentiële) klanten. Ook een of ander bonussysteem wordt weleens opgegeven als een belangrijke stimulans. Dat lijkt te kunnen kloppen, want 54 procent van de ondervraagden zegt dat het bedrijf waar hij of zij voor werkt vernieuwende ideeën ook effectief beloont. De structuur om al die vernieuwende ideeën aan bod te laten komen in de organisatie, is in 55 procent van de ondervraagde bedrijven ook aanwezig. Dan resten nog de eigenlijke nieuwe ideeën: waar ontstaan die precies? Heel wat managers verkondigen doorgaans vol overtuiging dat "een kantoor niet bepaald een stimulerende omgeving is voor innovatie." Toch zegt een overweldigende 65 procent van de ondervraagden dat nieuwe ideeën nog het makkelijkst ontstaan op de werkplek. Ook in de wagen wordt blijkbaar flink gepiekerd en nagedacht: 43 procent zegt dat in zijn of haar wagen weleens ideeën geboren worden. Maar ook een trein, tram, of bus leent zich tot inspiratierijke momenten (12 procent). Opmerkelijker is de vaststelling dat heel wat it'ers bijna letterlijk met hun werk gaan slapen. Bijna 1 op de 4 zegt namelijk dat nieuwe ideeën bij hem of haar in bed ontstaan. En ook in de vakantie, is het werk blijkbaar nooit veraf: 17 procent heeft tijdens zijn vakantie nieuwe ideeën. Misschien is het dus voor werkgevers nog een idee om een vakantie naar voor te schuiven als incentive voor nieuwe ideeën? Overigens lopen de 'andere' antwoorden - samen toch goed voor 8 procent - heel erg uiteen. Sommigen vinden een rookpauze bijvoorbeeld inspirerend, terwijl anderen beweren dat ze tijdens de afwas geniale vondsten hebben. Als we in al die verschillende antwoorden toch een rode draad zoeken, dan lijken het wel de dagdagelijkse bezigheden in de thuisomgeving te zijn. En jawel, ook het kleinste kamertje kwam ettelijke keren terug in de antwoorden. Of hoe innovatie soms écht in een klein hoekje schuilt.z Kristof Van der Stadt