Velen denken bij it-infrastructuur spontaan aan de hardware en tussenliggende verbindingen die nodig zijn om alle it binnen organisaties gaande te houden. Meningen verschillen echter over wat it-infrastructuur precies is. Voor sommige systeembeheerders hoort een dns-server bij de it-infrastructuur. Andere trekken de grens bij computers en servers, maar nemen de diensten die erop draaien er niet bij: dat is immers systeem- en netwerkbeheer. Managers zullen it-infrastructuur definiëren als alle activa die nodig zijn om de it-gestuurde zakelijke processen gaande te houden. Voor hen slaat het beheer van de it-infrastructuur ook op het it-beheer zelf. Er is dus geen duidelijke grens te trekken; sowieso zullen er vele overlappingen zijn met andere beheersgebieden. We kunnen ons vinden in de definitie van whatis. com. Die internetsite geeft als definitie van infrastructuurbeheer het beheer van essentiële werkingscomponenten voor de informatietechnologie van een organisatie. Dit heeft betrekking op reglementen, processen, apparatuur, data, personeel en externe contacten. Infrastructuurbeheer wordt soms onderverdeeld in systeembeheer, netwerkbeheer en opslagbeheer. De kerntaken van infrastructuurbeheer zijn onder meer:
...

Velen denken bij it-infrastructuur spontaan aan de hardware en tussenliggende verbindingen die nodig zijn om alle it binnen organisaties gaande te houden. Meningen verschillen echter over wat it-infrastructuur precies is. Voor sommige systeembeheerders hoort een dns-server bij de it-infrastructuur. Andere trekken de grens bij computers en servers, maar nemen de diensten die erop draaien er niet bij: dat is immers systeem- en netwerkbeheer. Managers zullen it-infrastructuur definiëren als alle activa die nodig zijn om de it-gestuurde zakelijke processen gaande te houden. Voor hen slaat het beheer van de it-infrastructuur ook op het it-beheer zelf. Er is dus geen duidelijke grens te trekken; sowieso zullen er vele overlappingen zijn met andere beheersgebieden. We kunnen ons vinden in de definitie van whatis. com. Die internetsite geeft als definitie van infrastructuurbeheer het beheer van essentiële werkingscomponenten voor de informatietechnologie van een organisatie. Dit heeft betrekking op reglementen, processen, apparatuur, data, personeel en externe contacten. Infrastructuurbeheer wordt soms onderverdeeld in systeembeheer, netwerkbeheer en opslagbeheer. De kerntaken van infrastructuurbeheer zijn onder meer: - vermijden van duplicatie van activiteiten; - verzekeren van de ondersteuning van standaarden; - verbeteren van de stroom van informatie doorheen een informatiesysteem; - propageren van de aanpasbaarheid die nodig is voor een wijzigbare it-omgeving; - verzekeren van de interoperabiliteit tussen interne en externe bedrijfsentiteiten; - en het onderhouden van effectieve beheerreglementen en -praktijken voor wijzigen ('change management'). Hoewel alle zakelijke activiteiten zwaar afhankelijk zijn van de it-infrastructuur, valt het op dat de planning en projecten die nodig zijn om het effectief beheer van die infrastructuur te verzekeren gewoonlijk flink onderschat worden. Dat kan natuurlijk nadelig uitdraaien voor een organisatie. Volgens een rapport van het onderzoeksbureau IDC hebben investeringen in it-infrastructuurbeheer nochtans een absoluut niet te verwaarlozen impact op de omzet van een bedrijf. IDC beweert zelfs dat dit de grootste impact heeft. Uiteraard is er door de jaren heen heel wat ervaring opgedaan met it-infrastructuurbeheer. Die ervaring kunnen we vertalen in een lijst van beste praktijken. Dat is dan ook gebeurd via onder meerITIL ('Information Technology Infrastructure Library'). ITIL is een kader van methodes van beste praktijken die het leveren van hogekwaliteitsdiensten moet vergemakkelijken. De ITIL-methode bevat een uitgebreide verzameling beheerprocedures die ondernemingen ondersteunen bij het doorvoeren van kwalitatieve it-projecten met een goede prijsprestatieverhouding. Deze procedures zijn uiteraard leverancieronafhankelijk. Ze werden ontwikkeld om als gids te fungeren over de hele breedte van de it-functionaliteit: dus zowel infrastructuur als ontwikkeling als dagelijkse werking. Hoewel ITIL al ontstond tijdens de jaren '80, duurde het tot het midden van de jaren '90 vooraleer de methode echt populair werd. Dat leidde dan tot een standaardisatieproces dat uitmondde in allerlei standaarden, waaronder een ISO-standaard ISO/IEC 20000. Deze slaat echter maar op één onderdeel van ITIL, namelijk het it-dienstenbeheer. ITIL is een methodologie die heel duidelijk aangeeft welke de verschillende stappen (de 'flow') zijn binnen procedures. Taken worden gecombineerd met verantwoordelijkheden van mensen of afdelingen. Zo ontstaat een duidelijke structuur, die gebaseerd is op de ervaring van ondernemingen die hebben meegewerkt aan ITIL, dat trouwens constant evolueert. De volledige ITIL-methode v3 omvat vijf kernboeken. Deze bevatten de ITIL-methode voor it-beheer ontwikkeld volgens de ISO 9001 normen. De bedoeling van de methode is complexiteit van de it-infrastructuur in organisaties beheers- en beheerbaar te houden. Dat is een botte noodzaak, want nog altijd mislukken zes op de tien it-projecten. De ITIL-documenten vormen de neerslag van vele jaren ervaring opgedaan in honderden projecten. De vijf kernboeken van ITIL v3 zijn dienstenstrategie, -ontwerp, -transitie, -werking en regelmatige dienstenoptimalisatie. IT-infrastructuurbeheer valt onder dienstentransitie (waaronder dus change en configuration management) en onder dienstenwerking (de dagelijkse operatie van het geheel, waaronder dus event management e.d.). Het IT-infrastructuurbeheer gaat bij ITIL natuurlijk voornamelijk over alles wat met die dagelijkse werking van de volledige it-omgeving te maken heeft. Het bestaat uit netwerkbeheer, operatiebeheer, beheer van lokale processoren, computerinstallatie en -aanvaarding, en systeembeheer. Goed beheer omvat analyse, planning, ontwerp, uitrollen, bewaking en technische ondersteuning van de hele it-infrastructuur. Hierna geven we een overzicht van de oplossingen voor it-infrastructuurbeheer van de vier grootste spelers in deze markt: BMC, CA, HP en IBM. Als we over de grootste spelers op de markt van beheeroplossingen spreken, dan staat BMC samen met HP aan de top. Net als zijn concurrenten heeft BMC de laatste jaren allerlei andere bedrijven overgenomen, met het doel zijn productgamma te kunnen vervolledigen en bruikbare technologieën in huis te krijgen om bestaande producten te verbeteren. Maar waar de concurrenten meestal beslisten om een bekende productnaam te houden, doet BMC dat niet. BMC realiseert zich natuurlijk dat zoiets een risico inhoudt vermits een bekende naam zeker een belangrijk marketingwapen is. Maar het bedrijf besloot dat het graag een zo volledig gamma beheerproducten wilde aanbieden waarvan de namen duidelijk zijn en geen twijfels of gokwerk zouden inhouden. BMC wilde de nadruk leggen op de ondersteuning van ITIL en gaf de verschillende productsuites daarom de namen die ook in de ITIL-methodes gebruikt worden. BMC heeft een erg uitgebreid gamma beheersuites en het it-infrastructuurbeheer is daar één onderdeel van. De andere beheersuites zijn: applicatie-, activa-, capaciteits-, configuratie-, en identiteitsbeheer. BMC heeft dat geheel van beheersuites erg modulair opgebouwd, zodat u kunt kiezen wat u wel en niet nodig hebt; bovendien kunnen de diverse modules ook samenwerken met producten van andere producenten. En als u zich nu afvraagt hoe het dan zit met twee van BMC's bekendste productnamen, namelijk PATROL en Remedy, dan moeten we u vertellen dat dit modules geworden zijn in de beheersuites en daardoor van naam veranderd zijn. PATROL heet nu Performance Management en Remedy kreeg de naam Service Management. De functionaliteit van Remedy is in de praktijk ondergebracht bij meerdere modules, namelijk Service Desk Management en Service Request Management. BMC pakt alles wat maar met beheer te maken heeft aan vanuit het oogpunt van zakelijke diensten. Het bedrijf probeert een hoge kwaliteit van zijn diensten aan te bieden. De gebruikers of klanten hebben een zekere kwaliteitservaring van die diensten. Het beheer van de zakelijke diensten of BSM (Business Service Management) heeft dan ook tot doel, de levering van kwaliteit en de ervaring daarvan op eenzelfde hoog niveau te krijgen en te houden. Daartoe onderscheidt BMC een logisch en een fysiek dienstenbeheer. Het logische beheer houdt zich bezig met de eigenlijke zakelijke processen en communiceert met gebruikers en klanten, maar ook met bedrijfsmedewerkers en managers. Het probeert om hen zoveel mogelijk kwaliteit te bieden. Bij dat logisch beheer hoort ook identiteitsbeheer, dienstenaanvraagbeheer, dienstenhelpdesk, wijzingenbeheer, activabeheer, dienstenkwaliteitbeheer en in het midden daarvan de beheerinterface met dashboards en analytische grafieken. Deze logische beheermodules communiceren met elkaar of met producten van derden en halen hun informatie uit de bedrijfs-CMDB ( Configuration Management DataBase). Die kan uiteraard volautomatisch ingevuld en bijgewerkt worden met 'discovery'-gereedschappen. De fysieke beheermodules maken uiteraard ook druk gebruik van de CMDB. Daar hoort dan capaciteitsbeheer en softwareconfiguratie bij, maar ook het impactbeheer en het eventbeheer. Dat laatste wordt zelf ingevuld via prestatiebeheer (het vroegere PATROL). Het bevat informatie van alle opslagsystemen, databasesystemen, netwerken, applicaties en middleware, transacties, servers (mainframe, distributed en virtuele) en clientsystemen. De fysieke diensteninformatie wordt verzameld via agenten of via agentloze systemen en gecommuniceerd aan RSM (Remote Service Monitor uit de Remedy-stal). RSM communiceert op zijn beurt met het transactiebeheer, de beheerportaal en eventueel software van derden. Op dit punt treedt de proactieve functionaliteit van BMC in werking. Het volstaat immers niet om alleen te bewaken en te reageren op evenementen. Gebeurtenissen moeten worden geanticipeerd, zodat op voorhand de nodige maatregelen kunnen worden getroffen. BMC spreekt van een proactief netwerk van dienstenbeheeronderdelen. Aan de bovenkant van dit netwerk communiceert de portaal (maar ook het transactiebeheer en modules van derden) met het eventbeheer, dat zelf communiceert met het impactbeheer. Bovenaan de ladder zien we het kwaliteitsbeheer en de servicedesk die beide communiceren met het impactbeheer. De hele communicatie van het portaal met de diverse beheermodules is webgebaseerd, wat dus ook verklaart waarom beheermodules van derden gemakkelijk ondersteund kunnen worden. Zo is het mogelijk om het fysieke deel met HP-software uit te voeren en het logische stuk met die van BMC. Het omgekeerde kan natuurlijk ook. Klanten van BMC vereisen dit trouwens. BMC komt volgens eigen zeggen in feite maar zeer zelden tegen dat bedrijven zijn volledige beheeromgeving van boven tot onder implementeren (zoiets noemt BMC bedrijven van BSM-niveau 5). Meestal gaat het om delen die even vaak moeten samenwerken met modules van derden. Volgens wat BMC ons te verstaan gaf, komen zij in de markt als enige echt serieuze concurrent alleen HP tegen. CA en IBM zien ze nooit, aldus BMC. BMC heeft alles in huis om alle platformen en alle soorten hardware te kunnen beheren. Hoger op de bedrijsladder worden de managers niet lastig gevallen met onnodige technische details. De managers krijgen eenvoudige webinterfaces te zien met statistieken, analytische grafieken en dashboards. Op die manier zien ze met één oogopslag of alles optimaal werkt en indien niet, hoeveel dat het bedrijf kost. BMC zakelijke-dienstenbeheer: http://www.bmc.com/bsm BMC infrastructuurbeheer: http://www.bmc.com/products/products-services-detail/0,,0-0-0-20,00.html Unicenter van CA zal wel geen onbekende zijn. Dit is een allesomvattende it-beheeromgeving. Lange tijd ontbraken toch de beheerfaciliteiten voor de onderkant van een it-omgeving: de botte netwerkapparaten die voor alle verbindingen zorgen. Een gelegenheid diende zich aan toen producent van netwerkapparatuur Cabletron zich opsplitste en diens beheersoftware een eigen leven ging leiden onder dochter Prisma. Die beheersoftware heette Spectrum. Prisma werd overgenomen door Concord, dat een oplossing had voor prestatiebeheer (eHealth), maar niet voor fold management. Fold management betekent letterlijk 'kuddebeheer', waarbij de 'kudde' gevormd wordt door alle netwerkapparaten. Concord wilde dit fold management dus aanpakken met Spectrum. In 2005 nam CA Concord over, waardoor Unicenter uitgebreid kon worden met zowel prestatiebeheer als fold management. Het principe van CA Spectrum is, dat het u in staat stelt OSI-lagen 2 en 3 van uw netwerk te beheren en te modelleren. Dat kan zowel voor lan als wan, maar ook voor bedrade, draadloze, fysieke en virtuele netwerken. Alle technologieën en ip-diensten die door deze netwerken worden verstrekt, kunnen uiteraard ook worden beheerd. Gepatenteerde analysetechnieken voor root causes en incidentimpact helpen u de precieze oorzaken van problemen vast te pinnen. De betroffen gebruikers kunnen worden geïdentificeerd. Maatregelen ter correctie worden aanbevolen, zodat de hersteltijd verbetert. Geïntegreerd in Unicenter is een en ander producent- en technologie-onafhankelijk. Zodra een netwerktoestel SNMP ondersteunt, kan de oplossing van CA ermee overweg. En zodra er MIP (met name MIP2) mogelijk is, kan er zelfs heel veel. Toestellen zijn dan geen zwarte dozen meer, maar hebben identificeer-, controleer- en beheerbare netwerkpoorten waarlangs ip-verkeer geleid wordt. Niettemin hebben veel hardwareproducenten toch nog bedrijfseigen protocollen om statusinformatie op te vragen of om bepaalde beheeractiviteiten te kunnen ontplooien. Daarom is de beheersoftware van CA uitgerust met zogenaamde kennismodules, waarin ook bedrijfseigen protocollen en eigenschappen opgenomen zijn. CA heeft dat vanzelfsprekend alleen maar gedaan voor de grote namen met de meest verkochte producten (denk aan firma's als Cisco, Foundry en Juniper). Andere kennismodules werden op vraag voorzien of door derden toegevoegd. Vaak is het niet eens nodig om willekeurige hardware specifiek te gaan ondersteunen: als SNMP en MIP2 ondersteund worden, hebt u vaak al genoeg voor een fatsoenlijk beheer. CA schijnt aan alles gedacht te hebben. Elk apparaat met netwerkpoorten en zo tot en met metadiensten en -applicaties kunt u met de oplossingen van CA beheren en bewaken. CA heeft zelfs gedacht aan andere soorten beheer voor verschillende niveaus in uw onderneming. Zo kunnen managers 'business views' bekijken met grafieken die de prestaties van it-gedreven zakelijke processen laten zien, terwijl een netwerkbeheerder de technische details hiervan te zien krijgt en kan doorboren tot op het niveau met individuele netwerkdiensten. En een systeembeheerder kan hardwareprestaties bewaken en verbeteren. CA Infrastructure Management: http://ca.com/us/products/category.aspx?ID=315 CA Spectrum: http://ca.com/us/products/product.aspx?id=7832 CA eHealth: http://ca.com/us/products/product.aspx?ID=5637 Als u voor HP aan beheer denkt, dan komt u waarschijnlijk wel op de naam OpenView. Marktonderzoek van HP wees echter uit, dat de meeste mensen OpenView (als ze de naam al kennen, natuurlijk) associëren met netwerkbeheer en netwerkdiscovery. Dat is prima, en de naam OpenView blijft daar verder voor dienen. Voor het grotere plaatje kon die naam dus niet dienen en dus moest HP op zoek naar een nieuwe verzamelnaam voor de omvangrijke groep beheersoftware. Dat werd gewoon 'HP Software'. OpenView is daar een klein onderdeeltje van. HP is altijd al sterk geweest in de onderste laag van netwerk- en systeembeheer. Zelfs de concurrenten van HP geven grif toe dat de Network Node Manager of NMM van HP OpenView erg goed is. Veel van die concurrenten eisen dan ook niet dat u die vervangt, als u hem in gebruik hebt. Andersom wil ook HP zijn klanten zoveel mogelijk tegemoetkomen. Dus kan de HP Software samenwerken met allerlei beheerproducten van HP's concurrenten. Wat HP ontbeerde, was de koppeling naar boven toe, naar soa-omgevingen (dienstengeöriënteerde architectuur). Om het beheerplaatje te kunnen vervolledigen, nam HP een aantal andere bedrijven over. Een van de belangrijkste was Mercury Interactive, dat de broodnodige producten in verband met activabeheer van zakelijke diensten kon leveren. HP besloot voor de duidelijkheid alle beheerproducten, ook die uit eigen huis, onder te brengen onder het merk Software en de verwijzingen naar OpenView en Mercury en andere subnamen te laten vallen. Naast Mercury kocht HP nog andere softwareproducenten. Zo zorgt Opsware voor software en diensten voor het provisioneren en configureren van servers en netwerkinfrastructuren. HP gebruikte die sofware voor het HP Datacenter Automation Center. Andere overnames zijn: SPI Dynamics (beveiligingsbeoordelingssoftware en -diensten, specifiek voor webapplicaties), Bristol (end-to-end proceszichtbaarheid voor zakelijke transacties: TransactionVision) en Peregrine (servicedesk/helpdesksoftware). It-infrastructuurbeheer draait bij HP voortaan om het grote beeld. Business Technology Optimization (BTO of zakelijke-technologieoptimalisatie) heet dat bij HP. De bedoeling is om de bedrijfsmanagers de zekerheid te geven dat alles wat het bedrijf investeert in it, ook rendeert en helpt de zakelijke doelen te bereiken. Dat draait voor HP rond drie hoofdtaken: strategie, applicaties en werking. Strategie gaat over het beheer van zakelijke eisen en portefeuilles en soa-transformatie. Dit dient met andere woorden om de eis voor een bepaald zakelijk it-vereisend proces te vertalen in benodigde it-diensten en -infrastructuur. Het luik applicaties slaat op de werking van applicaties en meer bepaald hun beveiliging, prestatiebeoordeling en kwaliteitsverzekering. Het laatste onderdeel, werking, gaat over automatisering en beheer van zakelijke diensten en IT-dienstenbeheer. De door HP uitgevoerde overnames zorgen voor de benodigde producten. Daardoor kan HP een compleet end-to-endbeheer verzorgen. Laten we niet vergeten dat HP ook een volledig telecomproductenpakket biedt; ook dat kan in het infrastructuurbeheer betrokken worden via HP OpenCall. De basis van alle infrastructuurbeheer is zoals altijd de CMDB. HP gebruikt een Universele CMDB (overigens een product van HP zelf). Die houdt alle informatie van discovery's bij voor zowel de fysieke als logische onderdelen van uw infrastructuur en laat impactanalyses toe en functies voor toegangsbeheer. HP Software vertrekt met HP Network Node Manager onderaan de ladder en verstrekt ontdekking, bewaking met status- en prestatieanalyse en effectief beheer voor alle lagen van een it-infrastructuur tot helemaal bovenaan bij de zakelijke processen. Met de beheersoftware van HP krijgen bedrijfsmanagers een zicht op het wel en wee van it-afhankelijke zakelijke processen en diensten, waardoor ze zien hoe hun it-investeringen renderen. Ook zien ze welke investeringen nog nodig zijn om bepaalde prestaties te verbeteren of om nieuwe diensten te voorzien. HP Software: http://www.hp.com/go/software Als u aan IBM en beheer denkt, dan schiet u waarschijnlijk de naam Tivoli te binnen. Toch heeft Tivoli tegenwoordig niets meer te maken met het oude Tivoli Management Framework. Het is nu een merknaam waaronder zo'n twee- tot driehonderd verschillende producten vallen. Dat heeft te maken met de migratie naar soa-omgevingen. IBM wou onder de naam Tivoli een end-to-endbeheer verzorgen en nam daartoe heel wat andere bedrijven over. Zo zorgt de overname van Candle voor alle systeembewakingssoftware en Micromuse voor netwerkbeheer, event handling en zakelijke-impactbeheer. Collation voorziet de asset discovery (ontdekking van it-activa). Het zorgt ook voor de implementatie van een CMDB in twee lagen. Enerzijds is er een geautoriseerde lees/schrijfdatabase die het resultaat is van een ontdekkingfase in het verleden. Die wordt aangepast aan de gewenste waarden. Anderzijds is er een read-only 'actuele' database, die de huidige gemeten waarden bevat. Die kunnen dan vergeleken worden met de geautoriseerde waarden. Ook erg belangrijk is de overname door IBM van MRO Software, die enterprise en it asset management (activabeheer) biedt, aangevuld met servicedesksoftware. Samen met de discovery tools van Collation bent u hiermee al een heel eind op weg om ITIL-processen te kunnen bewaken en beheren. IBM Tivoli verdeelt het beheer globaal in drie hiërarchische rubrieken. Onderaan de evolutieladder staat het bronnenbeheer (resource management). Dat zijn in principe alle bewakings- en rapportagetaken. IBM gebruikt voor alle rapportagemodules trouwens de opensourcesoftware van BIRT (gebaseerd op Lotus Eclipse). Een trapje hoger vinden we het systeem- en applicatiebeheer. Dit gaat over individuele onderdelen die samen een zakelijk proces vormen. Bovenaan de ladder staat het dienstenbeheer (service management) dat dus in feite gaat over het beheren van de zakelijke diensten of processen. IBM ziet met Tivoli het beheer globaal verlopen in drie fasen in een eindeloze lus: Wat gebeurt er? (infrastructuurbeheer) Hoe beïnvloedt dit mijn bedrijfsactiviteiten? (impact op zakelijke processen) Welke acties ondernemen we? Ook IBM heeft aan zowat alles gedacht. Voor wat IBM niet in huis had, zijn er bedrijven overgenomen die wel de gewenste software of diensten in huis hebben. Het beheer kan werkelijk end-to-end en ook IBM kan alles beheren zodra het SNMP en eventueel MIP2 ondersteunt. De beheerinstrumenten van IBM tonen dashboards die afgestemd zijn of kunnen worden op de functie van wie ze opvraagt. Een systeembeheerder ziet technische details. Een bedrijfsmanager ziet grafieken die tonen hoe de IT-gestuurde zakelijke processen binnen de organisatie presteren. IBM Tivoli: http://www.ibm.com/software/tivoli/ Johan Zwiekhorst