Belgen doen dat graag: ons land vergelijken met andere landen. Het is bon ton om dan vooral de negatieve kanten op te lijsten. Klagen en zagen: typisch Belgisch. Nergens meer putten in de weg dan hier. Alleen maar regen en grijze lucht in le plat pays. Een overheid die niet efficiënt is. Een belabberde macro-economische situatie, en dat onderwijs is ook al niet meer wat het geweest is.
...

Belgen doen dat graag: ons land vergelijken met andere landen. Het is bon ton om dan vooral de negatieve kanten op te lijsten. Klagen en zagen: typisch Belgisch. Nergens meer putten in de weg dan hier. Alleen maar regen en grijze lucht in le plat pays. Een overheid die niet efficiënt is. Een belabberde macro-economische situatie, en dat onderwijs is ook al niet meer wat het geweest is. We praten onszelf als land blijkbaar graag de dieperik in: foeteren dat we alweer een plaats gezakt zijn in een of andere Europese ranking. En als we dan eens vooruit gaan in een klassement, dan gaan we meteen relativeren. Het ligt dan aan de anderen die het minder goed gedaan hebben. Of dan is er ineens wel die eeuwige dooddoener "goh ja, met cijfers kan je alles bewijzen". Gaat het over ICT, dan is dat niet anders. O-ver-al bengelt België achteraan in de lijstjes of blijft ons land lanterfanten in de middenmoot. Dat is toch hoe het soms lijkt of wat ons negatief zelfbeeld ons doet geloven. En wie geen kaas gegeten heeft van ICT of technologie, die is er wel vaak als de kippen bij om het ICT-beleid in ons land te vervloeken, of zelfs neer te zetten als dat van een bananenrepubliek. Een apenland, mijnheer. Kijk, u gaat mij hier niet horen beweren dat we geen uitdagingen hebben. Maar het leek ons voor deze ICT Guide wel opportuun om eens na te gaan waar we nu écht staan. En ook: hoe de ICT-sector uit de coronacrisis komt. Als winnaar of als verliezer? Als er iets is waarmee we als redactie de afgelopen maanden rond de oren geslagen werden, waren het rapporten over digitale transformatie. Dat die nu éindelijk helemaal losgebarsten is en dat covid-19 een 'nooit geziene versnelling' op gang bracht. Maar digitaliseren is niet noodzakelijk hetzelfde als transformeren. Zoals Luk Denayer van Cronos het in dit magazine laat noteren: "Van een echte strategische transformatie is (nog) geen sprake. Ze is zelfs een beetje achteruitgeduwd." Ja, iedereen kreeg noodgedwongen alle mogelijkheden aangereikt om van thuis te werken maar daar blijft het heel vaak bij. Het is het moment om door te zetten, werk te maken van een echte transformatie en niet terug te keren naar het oude normaal. Iets wat ook de analisten van Gartner zien: CIO's kunnen mee het verschil maken, maar moeten dan wel nú handelen en échte digitale transformatie (mee) op de agenda zetten. Maar nog even over dat gezeur in ons land en de lijstjes. Op zich doen we het in vergelijking met onze buurlanden eigenlijk niet slecht. "Geloof het of niet, maar we hebben binnen de technologische industrie in België de voorbije jaren marktaandeel gewonnen", zegt Bart Steukers van sectorfederatie Agoria verderop in dit magazine. De loonkost is wel degelijk verminderd in vergelijking met buurlanden als Duitsland, Frankrijk en Nederland en er zijn ook meer jobs gecreëerd. Maar precies daar schuilt ook een van onze grootste uitdagingen: de werkgelegenheid. Hoe gaan we onze ICT-vacatures kunnen invullen? Het aantal ICT-vacatures in ons land zit nu al terug licht boven het niveau van voor de coronacrisis. Een ICT-rekruteringsspecialist zei me pas nog dat zijn bedrijf de afgelopen maanden een all-time recordomzet neergezet heeft. Maar met de bestaande pool gaan we er niet geraken om alle jobs in te vullen. Er zit maar één ding op: de inactieve bevolking aanspreken, inzetten op omscholing en het blijven stimuleren van informaticagerichte opleidingen. Pessimistisch ingestelde Belgen zullen wel orakelen dat dit allemaal nooit gaat lukken en het wel bij een halfleeg glas zal blijven. Maar voor mij is het glas toch eerder halfvol. Zeker sinds de terrassen weer open zijn.