Het WearIT@Work-programma werd na een periode van vijf jaar in mei afgesloten. Het moest de haalbaarheid van wearable computing voor mobiele werkers onderzoeken en de toepasbaarheid van wearables (kleding, helmen, handschoenen, home-machine-interfaces, ...) in verschillende omgevingen aantonen. Er werden 42 partners uit 16 landen bij betrokken, waaronder Siemens, HP, EADS, Microsoft, NTT DoCoMo, SAP. Bij ons deed Multitel mee, een expertisecentrum uit Bergen gespecialiseerd in voice recognition, RTLS (real-time location systems), mobiele technologie, multimodale integratie, allemaal domeinen die een rol spelen in wearable IT. Er werden vier toepassingsgebieden onderzocht (productie, gezondheidszorg, vliegtuigonderhoud, nooddiensten), maar nog heel wat andere gebieden zouden garen kunnen spinnen bij het geleverde werk. Vandaar dat er onder de R&D-partners erg uiteenlopende spelers terug te vinden zijn zoals ...

Het WearIT@Work-programma werd na een periode van vijf jaar in mei afgesloten. Het moest de haalbaarheid van wearable computing voor mobiele werkers onderzoeken en de toepasbaarheid van wearables (kleding, helmen, handschoenen, home-machine-interfaces, ...) in verschillende omgevingen aantonen. Er werden 42 partners uit 16 landen bij betrokken, waaronder Siemens, HP, EADS, Microsoft, NTT DoCoMo, SAP. Bij ons deed Multitel mee, een expertisecentrum uit Bergen gespecialiseerd in voice recognition, RTLS (real-time location systems), mobiele technologie, multimodale integratie, allemaal domeinen die een rol spelen in wearable IT. Er werden vier toepassingsgebieden onderzocht (productie, gezondheidszorg, vliegtuigonderhoud, nooddiensten), maar nog heel wat andere gebieden zouden garen kunnen spinnen bij het geleverde werk. Vandaar dat er onder de R&D-partners erg uiteenlopende spelers terug te vinden zijn zoals Skoda, de Parijse brandweer of nog een ziekenhuis in Oostenrijk. LifeNet is zo'n subproject en definieert zich als een "bijstandssysteem voor tactische navigatie", bestemd voor de interventies van de Parijse brandweer. Er komen verschillende technologieën aan te pas: draadloze communicatie, bewakingstools, sensoren, navigatie, ... LifeNet zou de vervanger moeten worden van de uiterst rudimentaire middelen waarover brandweerlieden nu beschikken om elkaar terug te vinden en te handelen tijdens een brand. Er worden nog vaak touwen gebruikt om ruimtes af te bakenen in en rond een brandhaard, en spuitgasten gebruiken ze ook om hun weg terug te vinden in de rook. Dit brengt echter tal van problemen met zich mee: touwen die lossen, gekneld raken, vuur vatten, ... Er is ook de verplichting om de touwen terug te volgen, ook al bieden ze niet altijd de snelste weg naar buiten. Het LifeNet-netwerk gebruikt snel implementeerbare bakens/sensoren om een specifiek lokalisatiesysteem te vormen. Het masker van de brandweerlieden is uitgerust met een microscherm waarop navigatie-informatie verschijnt met alternatieve wegen, binnenwegen, richtlijnen om hun onderzoeksgebied uit te breiden, ... Hun laarzen zijn uitgerust met sensoren die hun locatie ten opzichte van de bakens berekenen. Er worden verschillende communicatietechnologieën gebruikt (Wlan, Tetra, gsm, gprs, umts, Blue-tooth, IEE 802.5.4, ...,) die dynamisch worden ingeschakeld al naargelang van de vereiste toepassing en de technische en omgevingsomstandigheden (dienstkwaliteit, reactietijd, foutenmarge, beveiliging, kosten, energieverbruik, ...). Die brengen gesprekken over, maar ook afbeeldingen, gegevens van de sensoren, beelden van de thermische camera's, ... Om een efficiënte communicatie tussen de brandweerlieden en het coördinatieteam te garanderen, gebruiken de pakketten simultaan verschillende wegen, met behulp van een RDM-techniek (radio disjoint multipath) om interferenties te vermijden. Die replicatie zorgt voor een zwaardere belasting van het netwerk, maar, zo benadrukken de projectverantwoordelijken, "bedoeling is de betrouwbaarheid van de communicatie te verbeteren in een vijandige omgeving met vuur, rook, dampen, ..." Tijdens de door Multitel georganiseerde informatiedag over WearIT@Work, kwam Dr. Kurt Adamer, chirurg in het ziekenhuis van Speyer in Oostenrijk, getuigen over de tests met nieuwe wearable interfaces. Die moeten voor het ziekenhuispersoneel het beheer van medische gegevens vereenvoudigen tijdens bezoeken op de kamers. "Een laptop en een muis zijn in die context zeker niet de beste hulpmiddelen. Niemand zou aan een lijnpiloot vragen om tijdens de laatste fase voor een landing een laptop en een muis te gebruiken ..." verklaarde de chirurg niet zonder enige ironie. Een eerste prototype werkte met bewegingen: een arts kon op het scherm door de medische dossiers navigeren via bewegingen die werden geregistreerd door een camera die was aangesloten op de computer in de kamer. "De complexiteit van de navigatie maakte een spraakgestuurde bediening onmogelijk. Een headset is ook niet zo handig als je bijvoorbeeld een stethoscoop moet hanteren. De bewegingen - scrollen door een vinger of hand naar boven of beneden te bewegen, een document sluiten door naar links te gaan - zorgden echter voor interpretatieproblemen. Stel je voor dat de arts die je moet behandelen even een kruisteken maakt!" aldus Kurt Adamer. Er werd dus een tweede prototype ontworpen, op basis van tactiele interfaces op de kraag en de borstzak. De cursor wordt verplaatst door bewegingen op korte afstand van deze oppervlakken. De selectie gebeurt door een lichte toets. Alle analyseaanvragen worden doorgestuurd naar de pda van de verpleegster, die de aanvraag bevestigt. Bijkomende beveiliging: een sensor meet de afstand tussen de verpleegster en de arts om te controleren dat die laatste wel degelijk aanwezig was om een aanvraag in te dienen.Brigitte Doucet