In de familie Goeminne kennen ze het buitenland: "We hebben bijna allemaal een wereldreis op ons actief. Ik heb trouwens altijd al willen vertrekken, maar door omstandigheden ben ik direct na mijn studies beginnen te werken." Zijn werk in de it-sector bracht hem eerst naar KPMG als Cobol-programmeur. Daarna werkte hij als coach bij Econocom en als it-manager bij een maatschappij van maritieme verzekeringen. Tien jaar terug begon hij bij Randstad, dat hij had leren kennen tijdens een uitzendopdracht als coach bij Interlabor.
...

In de familie Goeminne kennen ze het buitenland: "We hebben bijna allemaal een wereldreis op ons actief. Ik heb trouwens altijd al willen vertrekken, maar door omstandigheden ben ik direct na mijn studies beginnen te werken." Zijn werk in de it-sector bracht hem eerst naar KPMG als Cobol-programmeur. Daarna werkte hij als coach bij Econocom en als it-manager bij een maatschappij van maritieme verzekeringen. Tien jaar terug begon hij bij Randstad, dat hij had leren kennen tijdens een uitzendopdracht als coach bij Interlabor. Bruno Goeminne heeft zijn it-kennis stelselmatig uitgebreid. Eerst Windows, daarna back-officesystemen, en dan vooral netwerkondersteuning, naast Lotus Notes. Momenteel zet hij zijn eerste stappen in de Aix-wereld. "Toen ik bij Randstad begon, waren we met een tiental informatici. Vandaag telt het departement een veertigtal interne it'ers en bijna evenveel externen." En onze netwerkexpert heeft zijn handen vol want Randstad heeft meer dan 200 vestigingen (zowel uitzendkantoren als sites bij grote klanten) waar ongeveer 1.600 personen werken. Toen de groep Randstad vier jaar geleden een partnershipcontract sloot met VSO (zie kadertje), voelde Bruno Goeminne dat de invulling van zijn droom dichterbij kwam. Na een aantal motivatiegesprekken, selectieproeven (om de kennis van de kandidaten te testen, want VSO eist diploma's en twee jaar ervaring in de sector) en opleidingen (om de cultuur van het land te leren kennen) vertrok onze informaticus in september 2005 voor zes maanden naar Ethiopië. Na een paar dagen acclimatisatie in de hoofdstad Addis-Abeba reisde hij door naar Awassa, een stadje van zo'n 80.000 inwoners, waar hij een informaticanetwerk zou installeren voor een regionaal kantoor van het ministerie van onderwijs. Het was even wennen aan de lokale leef- en werkomstandigheden. Hij werd betaald op dezelfde voet als het lokale personeel en moest dus ook zijn levensstijl aanpassen. Natuurlijk wist hij dat hij bij zijn terugkeer in België zijn oude job weer zou kunnen opnemen, maar ter plaatse leidde hij allesbehalve een luxeleventje (wat niet van alle westerse expats kan worden gezegd). "En het weinige geld dat ik kon sparen, heb ik ginder weggegeven." De infrastructuur die hij ter plaatse aantrof, was zeer rudimentair: onvoldoende elektriciteit, bekabeling die volledig moest worden vernieuwd, gebrek aan uitrusting. "Het personeel had weliswaar een technische basiskennis, maar niemand had ooit een hub gezien of wist hoe hij twee pc's met elkaar moest verbinden." Toch lopen er in Ethiopië ingenieurs rond met bijvoorbeeld een Microsoft-certificatie, maar hun praktische ervaring is zeer beperkt, eigenlijk onbestaande. Een andere verrassende vaststelling: geld was niet echt een probleem, al moest hij soms geduld oefenen alvorens het materiaal arriveerde en waren goede lokale contacten belangrijk. "Veel ngo's beschikken over fondsen die ze distribueren." En giften in natura? "De invoertaksen zijn zo hoog dat het niet interessant is om oude pc's weg te geven." Erger nog, de 100 dollar-pc, het project van Nicholas Negroponte om ontwikkelingslanden toegang te geven tot de informatica, dreigt hier geen voet aan de grond te krijgen. "Mijn doel ter plaatse was een lokaal netwerk te installeren met server, netwerk en Windows." Windows kreeg de voorkeur op Unix omdat "het gemakkelijk is mensen te vinden met kennis van Microsoftproducten." Bovendien circuleren kopieën van Windows-software vlotjes in het land. Zes maanden bleken uiteindelijk niet genoeg om het werk echt af te maken. Bruno Goeminne blikt filosofisch terug: "Een paar maanden na mijn terugkeer in België heb ik vernomen dat het netwerk functioneerde en aangesloten was op het internet. Je moet er van meet af aan rekening mee houden dat je niet noodzakelijk de doelstellingen bereikt die je gesteld hebt. Bovendien is de ambitie van VSO niet om het werk te doen in plaats van de lokale bevolking, maar om de mensen te helpen zelfredzaam te zijn." Alles bij elkaar vindt Bruno Goeminne dat hij "tien keer meer heeft geleerd uit deze ervaring dan ik zelf heb gegeven. Wij in Europa hebben alles en zijn nooit tevreden." Hij is blij te hebben gewerkt in een prachtig land met een ongelooflijke rijkdom aan geschiedenis, cultuur en religie. "Europeanen hebben vaak een vervormd beeld van Ethiopië. Deze landen hebben hun eigen waarden die we moeten respecteren." Marc Husquinet