Hoe zag de it-situatie eruit bij uw komst in mei 2001?

EDDY VAN DER STOCK: Ik werd eerst aangenomen als it-verantwoordelijke van het OCMW. Ik zou de situatie van de informatica in die tijd niet bepaald benijdenswaardig willen noemen. Er was immers maar een tiental internetaccounts en mailboxen, en die waren dan nog voorbehouden voor het management. Maar meteen werd er een strategisch investeringsplan 2001-2006 ingevoerd om de stad te voorzien van een it-infrastructuur die naam waardig, met mailservers.

In 2006 lanceerde het gemeentebestuur de idee om de informatica van de stad en van het OCMW te bundelen. Met dat perspectief heb ik een strategisch rapport opgesteld dat de verschillende organen analyseerde en dat op 1 januari 2007 uitmondde in een fusie tussen de 2 it's, iets wat in die tijd een echte vernieuwing was. De invoering van een gemeenschappelijke infrastructuur was niet moeilijk, voor de hardware noch voor het optische glasvezelnetwerk. Maar de gegevens die worden beheerd door het OCMW en de Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid zijn uiterst vertrouwelijk en vereisen een zeer hoge beveiliging, terwijl de stad moet opener moet zijn over haar inwoners. Het probleem lag moeilijker wat het gemeenschappelijke datawarehouse betrof. We hebben dan het concept van mid office uitgewerkt, waarbij één enkele database de generieke gegevens opslaat. Dit mid office-concept zal trouwens een van de projecten van V-ICT-OR zijn waar ik nog op terugkom.

Ik wil er nog bij zeggen dat het allesbehalve evident was om de informatica van de stad en het OCMW dichter bij elkaar brengen, gezien de verschillen in cultuur en wetgeving, omdat het OCMW afhangt van de federale regering en de stad natuurlijk van de Gewesten, om nog maar te zwijgen van de verschillende processen en instellingen.

Wat is de balans nu 5 jaar later van dit strategisch plan?

EDDY VAN DER STOCK: Het mid office-concept dat een applicatie op een horizontale manier wilde implementeren tussen de stad en het OCMW - wat een hele uitdaging was - werd met succes ontplooid, en dat is zeer bemoedigend. Tegelijkertijd hebben we gewerkt aan de voip-telefonie, videobewaking, enz. via ons FO-netwerk.

Intussen zijn we niet meer de enigen met een gemeenschappelijke it voor de stad en het OCMW. Soms gebaseerd op het model van Lokeren, anderen creëerden hun eigen model.

En dat brengt ons bij V-ICT-OR, waarvan mid office een van de projecten is?

EDDY VAN DER STOCK: De vereniging V-ICT-OR, waarvan ik sinds half 2007 voorzitter ben, probeert te kijken of het niet mogelijk is om gemeenschappelijke concepten op te zetten die zouden kunnen worden toegepast op alle gemeenten van Vlaanderen of zelfs van België, en om de leden te laten profiteren van de uitgevoerde experimenten. Een van de belangrijkste initiatieven heeft betrekking op de beveiliging van informatie, vooral omdat we ervaring hebben opgedaan met het OCMW en de contacten met de KSZ en verschillende federale entiteiten. Deze groep geldt nu als norm en lanceerde onlangs het kennisplatform van de lokale overheden, met een portaal gewijd aan informatiebeveiliging. Daarnaast werd er een technische tool ontwikkeld op basis van regels die door de federale overheid werden opgesteld en waarmee een administratie het kwaliteitsniveau van haar veiligheid kan nagaan. Maar V-ICT-OR heeft ook belangstelling voor andere onderwerpen, zoals e-government, smart cities, open data, enz. De vereniging organiseert ook themadagen, onder andere over GIS, infrastructuur, informatiebeheer, enz. Bovendien lanceerde de vzw allerlei projecten, zoals een denkproces over de basiselementen van e-government, het project 3I over de veiligheid, de kwaliteit en de structuur van de informatie, alsook een kennisplatform van de lokale overheden (kplo). Het is een kennisdatabank die gevoed wordt door de lokale netwerken, verspreid over alle gewesten van Vlaanderen, en die gebruik maken van de nieuwe sociale media zoals Facebook, Twitter en Google+. Alle kennis die wordt uitgewisseld tijdens de themadagen wordt systematisch opgenomen in dit platform. Dit kplo maakt het ook mogelijk om experts te identificeren in deze gemeenschappen op basis van de evaluatie en de validatie van de antwoorden die de deelnemers geven. Vanuit dit platform hebben we ook themaportals opgericht, 7 tot nu toe. Dit platform heeft zich trouwens onlangs opengesteld voor de ambtenaren van de Vlaamse Gemeenschap via MOVI ICT.

V-ICT-OR beperkt zich nu niet langer tot Vlaanderen, want we hebben contacten met Nederland, Groot-Brittannië, Zweden, Canada, de VS en zelfs Nieuw-Zeeland, bijvoorbeeld in het kader van de vzw LOLA (Linked Organization of Local Authorities), die de verenigingen van de landen bundelt en waarvan ik sinds 6 november 2012 verkozen ben tot voorzitter. LOLA werd half november opgericht en heeft tot doel de Europese en/of internationale standaarden te promoten, 'best practices' in te voeren, in te staan voor de coördinatie van transnationale projecten en Europese en nationale financiering te vinden om deze doelstellingen te bereiken. Tegen mei volgend jaar gaan we concrete voorstellen doen in het kader van het OSLO-project voor Open Standards for Local Authorities dat een generiek datamodel voor de lokale overheden wil creëren, een beetje zoals het concept van mid office. Het doel is om de uitwisseling van gegevens tussen en binnen de administraties te formaliseren en dus te vergemakkelijken, rekening houdend met de authentieke gegevens en beveiliging. Het gaat om een privé/publiek partnerschap, want in de privésector bestaat er heel wat kennis die onmiddellijk kan worden geïntegreerd in dit project. De financiering wordt zo verzekerd omdat V- ICT-OR geen subsidies geniet.

In de toekomst is V-ICT-OR van plan om zijn dienstenaanbod voor de lokale verantwoordelijken uit te breiden, zonder te concurreren met de markt en zonder een commercieel aanbod te lanceren, maar om bijvoorbeeld een ict-masterplan, of een richtlijn voor informatiebeveiliging of GIS, een data warehouse-aanpak, e-government, enz. te helpen invoeren. We zijn van plan om een neutrale speler te worden die de markt laat kiezen welke oplossing er moet worden ingevoerd, maar die een conceptuele benadering voorstelt.

Ik zou nog graag het CCSP-project willen aanstippen, dat staat voor Common Citizen Service Platform, waar Lokeren actief aan deelneemt in het kader van V-ICT-OR. Het is een platform van diensten om de administraties te ondersteunen die de CRM Dynamics-software van Microsoft implementeren en die dus ontwikkelde modules kunnen uitwisselen en zo de invoering van deze tool kunnen versnellen en de financiële kosten kunnen beperken. We leggen wel niets op aan de gemeenten en CCSP richt zich alleen tot administraties die voor Microsoft kozen.

Om terug te komen op Lokeren, welke projecten staan er nog op stapel?

EDDY VAN DER STOCK: We gaan verder met de ontplooiing van crm en van het mid office-concept. Op het vlak van infrastructuur staat de installatie van een draadloos netwerk in de rusthuizen op het programma, waardoor de senioren o.a. toegang kunnen krijgen tot de digitale diensten van de stad. De vernieuwing van de website staat ook op de agenda, met de integratie van sociale media en communities. De toegang tot de gemeentediensten vergemakkelijken behoort ook tot de prioriteiten om minder gebonden te zijn aan de strikte openingsuren van de loketten.

Tot slot zijn we van plan om shared services tussen de administraties van onze regio te promoten, en in de toekomst zelfs in heel Vlaanderen, bijvoorbeeld voor een vergunningsaanvraag. Want uiteindelijk mogen we niet bekrompen denken, maar moeten we ons openstellen. Zo zouden we onze human resources meer kunnen delen, bijvoorbeeld een GIS-specialist of een kwaliteitscoördinator, die voor meerdere gemeenten zou kunnen werken. Want we werken nu nog te veel op gemeentelijk niveau. Schuilt de toekomst immers niet in virtuele stedelijke centra die bestaan uit meerdere (kleinere) gemeenten?

Hoe evolueren uw teams en uw budgetten?

EDDY VAN DER STOCK: Ik beschik over een vrij stabiel kwaliteitsvol team van 8 informatici. Al 3 ambtstermijnen lang hebben we praktisch hetzelfde politieke team, en dat is een voordeel want de partijen kunnen open communiceren en begrijpen elkaar zonder moeite. Bovendien zijn de politieke verantwoordelijken zeer dynamisch en hebben ze een zeer open visie. In Lokeren kan ik echter met veel meer autonomie werken dan in andere administraties, zonder machtsverhoudingen. Om de dialoog te vergemakkelijken organiseerden we half december trouwens het congres Manage IT met als thema het beheer van de crisis en het bevorderen van de dialoog tussen managers en it.

Wat betreft de budgetten moeten we erkennen dat de stad constant en op een gezonde manier heeft geïnvesteerd in it en dat ze niet van plan is om haar informatica uit te besteden. Want voor Lokeren is it niet alleen een technisch probleem, maar ook een technologiebron, zoals human resources. De it moet het strategisch plan en de ideeën binnen de eigen muren houden, een beetje zoals je zelf de kleuren kiest, ook al vertrouw je het werk toe aan een schilder. Op het vlak van hr bepaalt de administratie trouwens de middelen die ze nodig heeft, zelfs als de selectie door een externe organisatie gebeurt.

Wordt er gedacht aan de cloud?

EDDY VAN DER STOCK: Als lokale administratie zijn er nog heel wat problemen op te lossen voordat we de stap naar de cloud zetten, vooral dan op het vlak van veiligheid. We moeten er trouwens grondig over nadenken en cloud geleidelijk aan ontplooien. We zouden kunnen overwegen om het OSLO-project in de cloud te zetten om dit dataframe aan te bieden aan de lokale verantwoordelijken. Ook zouden we kunnen overwegen om sommige applicaties in privécloud te zetten, zoals de burgerlijke stand, met behulp van de nodige beveiliging.

Marc Husquinet