Kunstmatige intelligentie of AI kan, nu en in de toekomst, een belangrijke rol spelen. Dat is ook de verschillende regeringen in ons land niet ontgaan. Wie op zoek is naar ondersteuning, onderzoek of gewoon extra informatie kan hier terecht bij een heleboel instanties, zowel regionaal als federaal, die elk een deel van de puzzel leggen.
...

Kunstmatige intelligentie of AI kan, nu en in de toekomst, een belangrijke rol spelen. Dat is ook de verschillende regeringen in ons land niet ontgaan. Wie op zoek is naar ondersteuning, onderzoek of gewoon extra informatie kan hier terecht bij een heleboel instanties, zowel regionaal als federaal, die elk een deel van de puzzel leggen. Vlaanderen heeft bijvoorbeeld zijn actieplan rond Artificiële Intelligentie en investeert jaarlijks 32 miljoen euro in onder meer onderzoek, deels via het Vlaams AI Onderzoeksprograma, digitalisering van bedrijven en een kenniscentrum Ethiek. In het Franstalige landsdeel wordt de kar voor een groot deel getrokken door DigitalWallonia4.ai dat een tweetal jaar geleden werd opgericht om een ecosysteem van spelers samen te brengen. Het Brussels Hoofdstedelijk Gewest werkt overigens nog aan zijn actieplan. Dat zou een van de komende maanden worden uitgerold. Daarnaast, of daarboven als u wil, is er nog AI4Belgium, een federaal programma dat sinds maart twee jaar bestaat. "AI4Belgium heeft als belangrijkste doel om een betrouwbare AI te helpen bouwen, en om samenwerking te promoten, zowel in ons land als in Europa, iets wat nodig is als Europa naast bijvoorbeeld de Verenigde Staten wil staan", zegt Nathanaël Ackerman, die voor de FOD BOSA het project aanstuurt. AI4Belgium ziet zichzelf als een soort grassroots campagne, gestart door een zestal organisaties, waaronder de federale overheidsdienst BOSA (verantwoordelijk voor digitale transformatie), sectorfederatie Agoria en BNVKI (de Benelux Vereniging voor Kunstmatige Intelligentie) op nationaal niveau. Nog bij de originele oprichters: de regionale techclusters The Beacon, Be Central en Réseau IA. "Ondertussen zijn er meer dan duizend-vijfhonderd experten aan boord", voegt Ackerman toe. De lijst is lang en leest als een 'Who's who' van onderzoeksinstellingen en sociale organisaties, zoals Data & Maatschappij Kennis Centrum en het AI for the Common Good Institute. Het idee achter het programma is om te informeren, maar ook om experten en anderen uit verschillende sectoren samen te brengen om te discussiëren over dingen als ethische AI, en die ideeën vervolgens richting nationale en internationale instellingen te brengen. De agenda ziet er alvast ambitieus uit. Er moet bijvoorbeeld een open innovatie-ecosysteem worden neergezet, burgers moeten meer vertrouwen krijgen in de technologie, het onderwijssysteem moet aangepast richting levenslang leren, er wordt ingezet op meer onderzoek, ethische en legale frameworks worden gebouwd en een verantwoorde datastrategie moet worden opgesteld. Ook tussen die agendapunten: de adoptie van AI bij bedrijven. Ongeveer zestien procent van Belgische ondernemingen zou momenteel AI-toepassingen gebruiken. Kijken we naar de Europese doelstellingen, dan moet dat tegen 2030 stijgen naar 85 procent. Naast gewone bedrijven die AI gebruiken, identificeert AI4Belgium echter ook een 400-tal Belgische start-ups en scale-ups die rond AI werken. Het merendeel daarvan in Vlaanderen en Brussel. Heeft AI dan zo'n lange weg af te leggen in Wallonië? "De voorbije jaren is AI er toch aan een opmars bezig," zegt Julie de Bergeyck van DigitalWallonia4.ai. Voor die organisatie runt ze onder meer een reeks initiatieven die kleinere en grotere bedrijven moeten helpen met het opzetten van hun AI-projecten. Daarbij StartIA, dat bedrijven moet helpen om de eerste stappen in een project te zetten, en TremplinIA, dat onder meer Proof of Concepts rond AI gaat testen. "We hebben nu zo'n 25 bedrijven die als AI-expert op die platformen zitten om anderen te kunnen begeleiden", legt ze uit. "Daarnaast schrijven ook steeds meer bedrijven zich in. Je ziet bijvoorbeeld ook een reeks kmo's, zoals Editions Dupuis, bekend van de stripalbums, die met hun eigen AI-projecten bij ons komen." TremplinIA kiest elk jaar een reeks projecten om te financieren, a rato van 30.000 euro per stuk. "Dit jaar hebben we er zo zeventien kunnen financieren, en konden we kiezen uit veertig erg sterke kandidaturen", zegt de Bergeyck, die het project in de toekomst graag nog ziet uitbreiden: "Er is momentum, het leeft." "Wat wij willen doen is de AI-revolutie naar het medisch departement brengen", zegt Giovanni Briganti, die onder meer als dokter verbonden is aan het Brugmann ziekenhuis in Brussel, en die de AI4Health-groep leidt binnen AI4Belgium. Hij legt uit dat AI-toepassingen in gezondheidssector vaak worden tegengehouden door de verschillende silo's die hier nog bestaan. Mensen in de farma-industrie, hospitalen en universiteiten werken elk aan hun eigen innovaties, zegt hij: "Maar patiënten lopen verloren in die overdaad aan informatie." Ook hier is de boodschap samenwerking. "We willen een framework maken voor duurzame innovatie in AI, door dokters en hospitalen samen te brengen met de industrie en universiteiten, met patiënten en overheidsondersteuning", aldus Briganti. Een en ander gaat er wel van uit dat onder meer het vertrouwen van dokters wordt gewonnen. "We hebben samen met EY en het vakblad De Specialist een barometer gemaakt, gebaseerd op enquêtes die in bijna alle hospitalen werden ingevuld", legt hij uit. Daaruit moet blijken dat AI nog zelden gebruikt wordt, maar dat het wel gezien wordt als een technologie met potentieel voor het verbeteren van patiëntenzorg. Wat echter ook blijkt is dat dokters niet zo zijn opgezet met al dat AI-gedoe. "Dokters zien AI vaak als een vijand, voornamelijk omdat de technologie in vroege communicatie vaak werd voorgesteld als iets dat de rol van de dokter zou kunnen vervangen", zegt Briganti. "Da's een erg negatief beeld dat we nu proberen te veranderen met opleidingen. Medische dokters en gezondheidswerkers zijn vaak namelijk nog niet helemaal op de hoogte van wat AI kan doen." Het zijn trouwens niet alleen de dokters die overtuiging nodig hebben, zegt Rob Heyman, onderzoeker bij imec-SMIT-VUB en lead van het Kenniscentrum Data & Maatschappij. "We zijn ons niet altijd bewust van waar AI zit en hoe vaak we dat al gebruiken", let hij uit. "De technologie is momenteel vaak onbekend en daardoor onbemind." Hij verwijst naar de jaarlijkse barometer van amai.vlaanderen, een enquête waarin wordt gepeild naar de kennis van in dit geval Vlamingen over AI. "Het is voor velen een ver-van-mijn-bed-show. Daarbij krijgen Vlamingen de indruk dat de technologie door het beleid en de wetenschap wordt gepusht, maar ze zien vooral bedreigingen", aldus Heyman. Meer transparantie over waar de overheid welk soort AI gebruikt zou hier niet misstaan, merkt hij op. "We staan daar nog in de kinderschoenen. Waar gebruikt België als overheid op dit moment AI voor? Dat overzicht bestaat nog niet." Nog iets dat we missen? Data governance, een overkoepelend raamwerk met regels en standaarden om de datastromen in ons land veilig maar ook deelbaar te maken. Dat blijkt vooral voor sociale en medische instellingen een probleem, legt Giovanni Briganti uit. "We missen het legale framework om om te gaan met data die van hospitalen komt. Er is geen strategie om die data te gebruiken om AI tools te trainen of nieuwe oplossingen te vinden." Daarbij helpt het niet dat het vormen van zo'n strategie een reeks complexe kwesties behelst rond zowel ethiek, wetgeving als professionele vragen van bijvoorbeeld dokters. "Voor data governance zien we dat er steeds meer nood is aan regulatie", zegt Frederic Pivetta, CEO bij Dalberg Data Insights en lead van AI4Good groep binnen AI4Belgium. Hij refereert naar de GDPR, maar ook naar de Data Governance Act waar de Europese Commissie aan werkt, en die datastromen binnen de EU moet reguleren. "We proberen daarom een intelligent plan voor te stellen." Met de werkgroep rond data governance brengt hij onder meer mensen samen om goede regels te bedenken rond datastromen, iets wat extra belangrijk is in bijvoorbeeld de sociale sector, omdat er daar vaak meerdere databronnen worden gebruikt. "We ontwikkelen vandaag AI-algoritmes waarbij het bedrijf meestal eigenaar is van de data. Denk aan een Proximus of een ING bijvoorbeeld. Die hebben datastromen waarmee ze een algoritme kunnen trainen en gaan die misschien nog uitbreiden met datasets die je vindt of kunt kopen", zegt Pivetta. "Voor kwesties als seksueel geweld of mentale gezondheid moet je echter data mixen van verschillende, soms erg gevoelig bronnen, en dan is het belangrijk dat je erg sterke data governance hebt." Eind april publiceerde de Europese Commissie een voorstel voor strengere regels voor kunstmatige intelligentie. Er wordt onder meer gekeken naar een getrapt systeem waarbij AI in riskante domeinen aan veel strengere normen moet voldoen dan technologie die weinig risico op discriminatie inhoudt. Het proces richting zo'n verordening is echter lang, en bevat onder meer allerlei publieke consultaties bij verschillende spelers, net het soort platform dat AI4Belgium wil samenstellen. "We hebben daar inderdaad een werkgroep opgesteld om ethische en juridische vragen rond AI te bespreken met het Belgische AI-ecosysteem. Die feedback gaan we nu ook doorgeven aan de Europese Commissie", zegt Nathalie Smuha, onderzoekster aan de KU Leuven, die samen met Jelle Hoedemaekers van Agoria de werkgroep rond ethiek en recht van AI4Belgium voorzit. Richtlijnen rond ethische AI van de EU zijn overigens niet nieuw, maar ze zijn momenteel vrijwillig toe te passen. AI4Belgium probeert aan de hand daarvan organisaties voor te bereiden op wat komt. "We zijn onder meer een evalutatietool aan het bouwen die organisaties moet helpen om die ethische vereisten in acht te nemen. Ze krijgen daarbij een vragenlijst waarmee ze hun systeem kunnen evalueren. Is je trainingdata representatief, is er steeds menselijke controle mogelijk, enzovoort", zegt Smuha. "Die lijst kan je al terugvinden in de ethische richtlijnen van de EU, maar het nadeel daarvan is dat die niet gericht is op specifieke sectoren of problemen." Bij AI is context namelijk belangrijk, legt ze uit. "Wanneer de AI van Amazon je een boek voorstelt dat je niet leuk vindt, dan is dat minder erg dan een medische AI die een verkeerde medische behandeling aanraadt." Daarom wordt de evaluatielijst aangepast aan specifieke sectoren waar een AI gevoelig kan zijn, zoals de publieke sector, HR en de medische sector. Zo krijgen Belgische bedrijven een zetje om hun AI ethischer te maken en kunnen ze zich ook al voorbereiden op effectieve wetgeving. Wanneer de verordening er komt, zal dat namelijk een wetgeving zijn die wat doet denken aan de GDPR. Zo zullen de regels niet meer in nationale wetten moeten worden gegoten, en staan er mogelijk zware boetes op overtredingen. "Met die verordening gaan er verplichtingen komen voor ontwikkelaars en gebruikers van AI", zegt Smuha. "En dat is ergens ook nodig omdat de ethische vereisten niet door iedereen vrijwillig gerespecteerd worden. Datasets controleren op potentiële vooroordelen, processen transparanter maken en documenteren - dat zijn allemaal stappen die ethisch en juridisch belangrijk zijn, maar ze brengen een meerkost met zich mee. Zolang het niet verplicht is, worden die stappen dan ook niet altijd spontaan genomen." Omdat de Commissie nu ook weer niet iedereen wil controleren, werd er bovendien gekozen voor een risicosysteem dat met de eerder genoemde context rekening houdt. "Enkel AI-systemen die een risico vormen voor grondrechten zoals non-discriminatie, privacy of veiligheid, die komen onder de scope van de regulering", legt Smuha uit. Waar brengen, twee jaar na de start, al die initiatieven ons? "Voor AI4Belgium was er een erg gefragmenteerd landschap", zegt Mieke De Ketelaere, director AI bij imec (IDLab) en extern adviseur bij AI4Belgium. "Je had daar een hele reeks onderzoeksinstellingen die niet met elkaar communiceerden. Ik vergelijk het vaak met een memo-spel. In de ene instelling waren ze bezig met automatische beeldherkenning, en een universiteit verder deden ze net hetzelfde, zonder dat ze dat van elkaar wisten." Ondertussen zijn een pak van die memokaarten omgedraaid, aldus De Ketelaere, en weten onderzoekers en organisaties elkaar ook beter te vinden. "Je bent maar zo sterk als het ecosysteem, zeker in het kleine Belgie", legt ze uit. "Wat de organisatie heeft gerealiseerd is dat de spelers gekend zijn, dat dat multidisciplinaire debat gevoerd wordt, en dat mensen dingen met elkaar gaan delen." Ze geeft het voorbeeld van de ethische richtlijnen en de assessment list die AI4Belgium daarover maakt. "Je kan dat werk neerleggen bij een team maar doordat er nu een ingenieur naar kijkt met een meer technische achtergrond en iemand met kennis van wetgeving, en dat je er daarna debatten over gaat voeren, dat stelt België op een sterke plaats. Die wordt ook erkend." Die samenwerking is binnen de verschillende regio's al best vlot getrokken, al is er, typisch Belgisch, nog wel werk aan de winkel om ook over de verschillende regio's als Wallonië en Vlaanderen heen samen te gaan werken. Toch is De Ketelaere best trots op wat er in twee jaar is gebeurd. "Ik heb het in andere landen in deze opstelling nog niet teruggevonden. Ook Nederland gaat voor een koppositie op het vlak van AI in Europa en heeft hiervoor een coalitie opgezet. Als we met België dus willen slagen in onze opzet en de beste leerling willen blijven, moeten we echt het ellebogenwerk achterwege laten. Ons systeem kan dan wel uniek zijn, je merkt er ook de uitdagingen van België in. Als er potjes te verdelen zijn, wil natuurlijk iedereen die en komt cross-collaboratie vaak pas op de tweede plaats." Er is dus vooruitgang, maar er is zeker ook nog werk voor de boeg. "België staat sinds 2018 elk jaar op een betere positie in de Global AI Index", merkt Nathanaël Ackerman fijntjes op. "We hopen dat we daar snel de top twintig halen." Ter info, België staat nu op 24 en is net over Estland gesprongen. De lijst wordt aangevoerd door de Verenigde Staten en China.