"We hebben uit vorige projecten (Pimp IT Up) en onderzoeken geleerd dat het vooral op deze leeftijd is dat de meeste jongeren afhaken, en 'nee' zeggen tegen wetenschap", zegt projectcoördinator Bart Verheecke van de cel wetenschapscommunicatie aan de Erasmushogeschool in Brussel. Ook de VUB, de Hogeschool Gent en de Hogeschool West-Vlaanderen stappen mee in het project dat zal lopen tussen januari en april 2009.
...

"We hebben uit vorige projecten (Pimp IT Up) en onderzoeken geleerd dat het vooral op deze leeftijd is dat de meeste jongeren afhaken, en 'nee' zeggen tegen wetenschap", zegt projectcoördinator Bart Verheecke van de cel wetenschapscommunicatie aan de Erasmushogeschool in Brussel. Ook de VUB, de Hogeschool Gent en de Hogeschool West-Vlaanderen stappen mee in het project dat zal lopen tussen januari en april 2009. Jongeren doorlopen tijdens de wedstrijd rond intelligente kledij een leertraject waarbij ze vijf opdrachten gelinkt aan een specifiek bedrijfsproces tot een goed einde moeten brengen. Het project draait rond een fictief bedrijf, waarvoor een ganse lijn met intelligente kledij ontworpen moet worden. "We hebben bewust gekozen voor kledij, omdat dat hopelijk ook de meisjes zal interesseren. Iedereen draagt kleding, iedereen is er bekend mee, en dat maakt het heel erg tastbaar", verklaart Bart Verheecke. Om een link naar it en technologie te leggen, werd vervolgens geopteerd voor het concept van intelligente kledij. Dat kunnen esthetische toepassingen zijn zoals een trui die van kleur verandert al naargelang de temperatuur of gemoedstoestand. Dat hoeft zelfs niet eens science-fiction te zijn, want onder meer de R&D-afdeling van Philips is hier al mee bezig. "Maar ook meer 'nuttige' zaken, zoals integratie met andere devices (gsm, mp3-player) behoren tot de mogelijkheden. Of eerder curatieve onderwerpen, zoals het meten van lichaamsfuncties, hartslag en bloeddruk, waarbij de info naar een verpleger gestuurd worden. Dit zijn ideeën die wij naar voor schuiven, maar we gaan er vanuit dat jongeren zelf wel met een heleboel wilde ideeën voor de dag zullen komen", zegt de projectcoördinator. De opdracht bestaat uit vijf verschillende fasen, die als 'ondernemersschap' opgevat zijn. In januari starten de jongeren met onderzoek en ontwikkeling: wat willen ze maken en hoe gaan ze dat doen. Misschien willen sommigen wel een enquête opzetten of al een prototype bedenken? In februari is er de managementfase. Dan gaan ze onder meer een businessplan opmaken, vastleggen wat de businessdoelen zijn en een organigram - wie doet wat - opstellen. Fase drie is dan de productiefase; het effectief maken van de materialen, de testing, de productie en het bekijken van het kostenplaatje. De afsluit is dan de PR & communicatiefase met productlanceringen, marketingcampagnes enzovoort. "In elk van die fases ligt natuurlijk de nadruk op it: hoe speelt it een rol in die fases?", zegt Bart Verheecke. De beste voorstellen worden uiteindelijk geselecteerd voor een groots eindevenement in mei volgend jaar, waar de laureaten het product mogen voorstellen op een modeshow op een industriële site en waar er uiteindelijk een winnaar uit de bus zal komen. Het officiële startschot voor I Love IT wordt gegeven in oktober tijdens het Wetenschapsfeest in Mechelen. Momenteel hebben de organisatoren hun handen vol met het aantrekken van extra bedrijven, partners en onderzoekscentra om voor de nodige input te zorgen en mee te werken in de verschillende fases. "Het is duidelijk onze bedoeling om de jongeren op de baan te sturen en er geen opdracht achter een schoolbank van te maken. Dat ze in fase 2 bijvoorbeeld naar een ceo kunnen stappen met hun businessplan en dat die persoon hen kan helpen met het verwezenlijken van de opdracht. Maar ook in de productiefase kunnen de jongeren misschien een productiehal of assemblagelijn bezichtigen om inspiratie op te doen of ondersteuning te krijgen", zegt Bart. "We willen tonen dat een ceo ook maar een mens is. Het is belangrijk dat jongeren daarom de kans krijgen om met zo'n man met een hoge functie en grote verantwoordelijkheid aan tafel te zitten. Maar ook om de bedrijven een gezicht te geven. Want als je nu aan jongeren vraagt: noem eens een technologiebedrijf, dan geraken ze dikwijls niet verder dan Media Markt. En dat willen we veranderen natuurlijk: hen tonen dat er veel it-bedrijven in Vlaanderen zijn én dat it overal aanwezig is. En die boodschap moet blijkbaar op steeds vroegere leeftijd de wereld ingestuurd worden. "We werken in de 2de graad, met jongeren tussen 14 en 16 jaar. Dat is toch een iets jongere doelgroep dan wat soortgelijke acties doen. We zien dat jongeren op 17 en 18 jaar hun keuze doorgaans al gemaakt hebben. Jongeren moeten al veel vroeger kiezen of ze bijvoorbeeld meer wiskunde willen of niet - en daar hangt een latere keuze voor it ook aan vast. Het is niets voor niets dat de slaagpercentages van de eerste kandidatuur in informaticaopleidingen de laagste van alle opleidingen zijn: veel onderschatten de factor wiskunde. Jongeren kiezen ook nog te vaak om de verkeerde reden voor it, bijvoorbeeld omdat ze toch wel veel van computers denken te kennen of er veel mee bezig zijn of omdat ze veel spelletjes spelen. En dan komen ze er achter dat er toch een flinke hap wiskunde in de opleiding zit", concludeert Bart. Overigens is I Love IT complementair met een andere campagne die de 10 tot 14 jarigen viseert. Belangrijk, want op die leeftijd moet je er al proberen voor te zorgen dat het opgehangen beeld niet te negatief is en dat ze op z'n minst al niet meteen nee tegen wetenschap zeggen. Toen we langsgingen bij Bart Verheecke, hadden een tiental bedrijven en onderzoekscentra al toegezegd; "Maar met ons streefdoel van 1500 studenten, hebben we nog een hele reeks bedrijven nodig. En omdat we absoluut willen dat bijvoorbeeld een leraar chemie of een leraar Nederlands ook zijn gading in het aanbod vindt, kloppen we niet alleen bij klassieke it-bedrijven aan, maar gaan we ook naar andere sectoren. We willen jongeren laten zien dat it verweven zit in alle aspecten van de maatschappij en dat wanneer ze voor it kiezen, dat ze later ontzettend veel richtingen uit kunnen. De bedoeling van I Love IT is dus om de instroom van jongeren naar in het algemeen wetenschappelijke richtingen, en meer specifiek naar it te vergroten." I Love IT stapt in klassikaal verband naar de jongeren. Het is de bedoeling dat de hele klas aan het project werkt en op excursie gaat in een bedrijf. "Dat kunnen we niet alleen met de docenten informatica doen die heel wat jongeren misschien amper één uur in de week zien. Vandaar ook het economisch deel rond ondernemerschap en het deeltje marketing, om telkens die betrokken leerkrachten de kans te geven om mee te gaan in het project", zegt Bart. Leerkrachten kunnen zich nog tot midden december inschrijven via de website. Dat gebeurt via een soort shopping systeem waarbij ze activiteiten kiezen die het best aansluiten bij hun leerprogramma of in hun lesopdrachten. "En uitverkocht is uitverkocht natuurlijk", lacht Bart die er absoluut van overtuigd is dat het geen probleem zal zijn om de nodige enthousiaste leerkrachten te vinden. "Het voordeel voor de leerkrachten is ook dat het hele logistieke gedeelte door ons verzorgd wordt. Dat maakt het voor hen ook mogelijk om eens een bedrijf te bezoeken waar ze zelf misschien maar moeilijk een voet tussen de deur zouden krijgen.", geeft Bart nog aan. Het Kabinet Ceysens heeft verschillende projecten lopen rond sensibilisering van wetenschap bij jongeren, en dit is er eentje van. I Love IT wordt dus met centen van de Vlaamse Overheid gefinancierd, waardoor het project beperkt blijft tot Vlaanderen en het Nederlandstalige onderwijs in Brussel. "Maar dat neemt zeker niet weg dat we er aan aan het denken zijn om een vervolgtraject op nationaal vlak te maken", reageert Bart: "Of waarom zelfs niet op Europees niveau? Het tekort aan ict-studenten beperkt zich heus niet tot België. Ook in de andere Europese landen is er een zelfde dalende trend merkbaar - specifiek binnen it, maar breder ook de hele wetenschap. Ergens is het de doelstelling van Europa om een kenniseconomie uit te bouwen, dus dan lijkt het mij logisch dat er ook eens werk gemaakt wordt van het aantrekkelijk maken van wetenschappelijke opleidingen." Kristof Van der Stadt