Nauwelijks enkele jaren geleden hadden enkel militaire specialisten al van het woord ‘drone’ gehoord. Tegenwoordig liggen deze onbemande vliegtuigjes gewoon in de rekken van de supermarkt.

Een recente uitvinding zijn drones of uav’s (unmanned aerial vehicles) hoegenaamd niet. Al in de Eerste Wereldoorlog werden de eerste experimenten gedaan met onbemande tuigen die met een radioverbinding werden bestuurd. In feite waren het meer een soort vliegende bommen, voorlopers van de huidige kruisraketten. Na de Tweede Wereldoorlog versnelde de ontwikkeling van de drones en werden ze onder meer als doelwit gebruikt bij het trainen van echte piloten. Het is echter pas sinds de jaren tachtig dat de tuigen hun imago van onbetrouwbaar en duur ‘speelgoed’ konden afschudden en dat ze volop bij operaties worden ingezet.

SPEUREN NAAR OLIE

Volgens het International Institute for Strategic Studies zouden er nu wereldwijd een kleine 800 militaire drones actief zijn. Dat is waarschijnlijk nog een fikse onderschatting, want landen als China en Rusland geven geen cijfers vrij. Ook het Belgisch leger heeft een aantal onbewapende drones, van Israëlische makelij. Ze worden onder meer ingezet om illegale olielozingen op zee op te sporen.

Het overgrote deel van die 800 toestellen zitten bij de Amerikaanse strijdkrachten. De VS zijn dan ook echte believers als het op drones aankomt, in Afghanistan, Somalië en Irak bijvoorbeeld worden ze veelvuldig gebruikt. Een drone is namelijk net zo dodelijk als een regulier jachtvliegtuig, maar ze zijn stukken goedkoper, kunnen sneller ingezet worden en er is natuurlijk geen mens aan boord die er zijn hachje bij kan inschieten. Dat heeft ook als bijkomend voordeel dat een drone langer in de lucht kan blijven, omdat er geen rekening moet gehouden worden met een vermoeide piloot. De besturing van de toestellen gebeurt duizenden kilometers verder, vanop dertien Amerikaanse basissen die via satellieten met de drones in contact staan. De Air Force heeft nu zo’n 1.300 drone-piloten in dienst, 300 minder dan ze eigenlijk zou kunnen gebruiken. Tegen 2015 moeten dat er 2.000 zijn.

UIT CREATIEVE HOEK

Samen met de stijgende interesse van de militairen, begon ook de burgerwereld de voordelen van drones in te zien. Drones zijn bijvoorbeeld uiterst geschikt om hoogspanningskabels en windmolens te inspecteren. Of om gigantische maïsvelden te overvliegen en zo de gewassen te controleren. Filmmakers gebruiken drones graag om beelden te schieten uit hoeken waar je met een grote, logge helikopter onmogelijk bij kan. Dat is niet alleen creatief interessant, het is ook stukken goedkoper. Een professionele drone waarmee je zeer stabiele videobeelden kan draaien, kost tussen de 2.500 en enkele tienduizenden euro, naargelang de mogelijkheden. Een bemande helikopter inzetten, kost al snel 2.000 à 3.000 euro per uur.

De democratisering van de drones heeft er ook voor gezorgd dat het aantal toepassingen almaar groeit. Journalisten gebruiken ze om beelden te maken van rampen en ongevallen, een Duitse vzw werkt aan een drone die automatisch met een defibrillator naar slachtoffers van een hartaanval vliegt. Vastgoedmakelaars gebruiken ze om foto’s van huizen te maken. Een Chinees koeriersbedrijf wil ze inzetten om pakjes af te leveren.

Heel wat mensen gebruiken ze tegenwoordig zelfs als speelgoed, voor minder dan 50 euro heb je al een kleine drone. Een iets potenter model als de populaire Parrot AR Drone kost minder dan 300 euro. Bijzonder veel talent als piloot moet je er ook niet meer voor hebben. Met een app kan je je smartphone of tablet als joystick gebruiken om ze te besturen.

TOTAAL ILLEGAAL

Niks dan goed nieuws dus uit drone-land? Wel, niet helemaal. In het luchtvaartwetboek wordt een luchtvaartuig gedefinieerd als ‘ieder toestel dat onderhevig is aan aerodynamische krachten’. En daar vallen ook drones onder. “In principe mag je een drone dus enkel gebruiken als je toestemming hebt van het Bestuur der Luchtvaart”, zegt Michael Maes van de BeUAS, de Belgian Unmanned Aircraft System Association. “Puur commerciële vluchten zijn zelfs helemaal verboden. Als je dus de toestemming vraagt om bijvoorbeeld testinspecties te doen van pijpleidingen, kan je die eventueel krijgen. Is dat om een videoclip te maken, dan allicht niet. De gebruikers van telegeleide modelvliegtuigjes, die nu nog als een aparte categorie worden aanzien, mogen hun toestellen dan weer enkel gebruiken op goedgekeurde vliegveldjes.”

Alle mensen die dus voor de lol met een drone zitten vliegen in hun tuin, die zijn dus eigenlijk strafbaar? “Dat is zo”, zegt Maes. “België heeft een complex luchtruim met verschillende reglementen en luchtruimclassificaties. De meeste mensen hebben daar totaal geen benul van. Er zijn in de Ardennen bijvoorbeeld zones waar militaire helikopters tijdelijk lager dan 76 meter mogen vliegen en gevechtsvliegen lager dan 150 meter. Een drone weegt al snel vier à vijf kilo, je kan je wel inbeelden wat er kan gebeuren als die met zo’n jet botst.”

BIJNA BOTSING

Maes heeft weet van minstens één bijna-ongeval in België met een drone. “Dat gebeurde een tijdje geleden op de luchthaven van Antwerpen. Toen een Brits vliegtuig daar wou landen, dook er plots, op een meter of vier, vijf, een drone op. Die piloot schrok zich lam. Er is gelukkig niks gebeurd, maar hij heeft wel klacht ingediend en het parket is een onderzoek gestart. Maar ja, de drone-piloot terugvinden is haast ondoenbaar, natuurlijk.”

Ook de wetgever beseft dat het hele drone-gebeuren momenteel in een zeer grijze zone zit. Zowel op Europees als op nationaal niveau (bij minister van Binnenlandse Zaken Joëlle Milquet) wordt er momenteel aan een wettelijk kader voor drones gesleuteld.

ZWAAI EENS NAAR DE DRONE

Bij de Privacycommissie is men alvast erg benieuwd hoe die wet er gaat uitzien, zegt woordvoerster Eva Wiertz. Dat hoeft niet te verbazen, want met zo’n drone is het natuurlijk een koud kunstje om even over iemands huis te gaan vliegen en daar naar hartenlust te gaan filmen en fotograferen. Half september bijvoorbeeld werd er nog een drone onderschept boven het koninklijk domein van Fenffe in de provincie Namen. Het ding was uitgerust met een camera en bleek toe te behoren aan een journalist van de Sudpresse-groep.

“Boven iemands tuin gaan vliegen lijkt me zelfs nog erger dan enkel een inbreuk op de privacy”, meent Wiertz, “want dan dring je echt iemands fysieke levenssfeer binnen. Als je daar op betrapt wordt, stelt er zich toch wel een juridisch probleem volgens mij.”

In principe mag je wel foto’s nemen van mensen, zegt Wiertz, maar alleen als je de beelden niet publiceert. “Wij noemen dat ‘voor persoonlijk en huishoudelijk gebruik’, dan mag het. Maar zodra je ze bijvoorbeeld op het internet gaat zetten, heb je de toestemming nodig van degene die op de foto staat.”

EN DE BV?

En wat met bekende personen, politici en bv’s? Dan roepen journalisten toch vaak het begrip ‘maatschappelijk belang’ in als die gefotografeerd worden. “Inderdaad, maar dan is de vraag natuurlijk hoe ver dat maatschappelijk belang gaat”, zegt Wiertz. “Dat is allemaal heel relatief en uiteindelijk aan een rechter om er over te oordelen.”

Ook bij de BeUAS kan men nauwelijks wachten op een wettelijk kader om de dronevluchten uit de grijze zone te halen. “Het economisch voordeel van deze vliegtuigen is zo groot dat we het potentieel ten volle moeten kunnen uitbuiten”, zegt Maes. “Dit natuurlijk binnen de lijnen van een aangepaste wet, wat vandaag dus niet het geval is.”

Frederic Petitjean

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier

Partner Content