U bent VP Data Solutions voor Cegeka. Wat houdt dat in?

Kristel Demotte: In één zin ben ik verantwoordelijk om de business line Data Solutions te doen groeien. Ik rol ook de strategie vanop corporate niveau uit over de Europese landen heen, wel altijd met respect voor de mensen en voor het land. Want elk land is toch wel anders. Bij Data Solutions werken we met data, véél data. Dat gaat om AI, data engineering, business intelligence, big-dataplatformen en data governance. Daarnaast ben ik specifiek ook verantwoordelijk voor de business line in België, ik combineer die twee functies.

© Emy Elleboog

De meeste IT-bedrijven in ons land zijn een Belgische poot van een internationaal bedrijf. Bij jullie is het zowat andersom.

Demotte: Dat maakt ons ook zo uniek, he. We hebben 3.500 man in België, ons hoofdkwartier is hier ook gevestigd. Dat betekent dat wij als Vlaming kunnen kiezen voor een Belgisch bedrijf en toch dat Europees karakter kunnen ervaren. Dat is heel leuk. Het is ook een van de redenen waarom ik voor het bedrijf gekozen heb.

Bij uw voorstelling aan de jury zei u dat u oorspronkelijk marine-bioloog wilde worden. U klinkt niet West-Vlaams, dus waar komt dat vandaan?

Demotte: Toen ik twaalf jaar oud was, zag ik een film van Jacques Cousteau, dé duiker. Achteraf gezien was dat misschien niet zo'n goed voorbeeld, maar ik ben daar toen door gebeten, door het idee van 'ik wil duiken'. Ik heb daar toen ook lessen voor gevolgd. En het idee van marine-bioloog was ook om mijn hobby met mijn werk te combineren. Ik duik overigens nog altijd.

Bent u dan eerder toevallig in data analytics gerold of was dat een bewuste keuze?

Demotte: Ik heb dat echt ontdekt. Ik heb toegepaste IT gestudeerd, maar in die tijd zaten data, business intelligence en kunstmatige intelligentie niet meteen in het studiepakket. Dat was Java, Cobol-ontwikkeling, besturingssystemen, website-ontwikkeling, html schrijven... Niets rond het vak business intelligence, zoals dat toen nog heette. Er was toen ook nog weinig sprake van big data en data analytics.

© Emy Elleboog

Ik ben beginnen ontwikkelen in 4GL voor mijn eerste job, maar ik wist wel dat het dat toch niet helemaal was. Het was leuk om te ontwikkelen, maar ik werd nog niet echt geprikkeld door wat ik deed. En dan heb ik, echt waar, in een schuif bij een klant enkele Cognos-licenties gevonden ( IBM Cognos Analytics, nvdr.). Ik ben daarmee aan de slag gegaan, met de data van de klant. Vandaar heb ik mijn eerste dashboard gemaakt, dat gepresenteerd, het enthousiasme gezien op de gezichten van die klanten. En toen wist ik 'ik ga BI doen'.

Mijn baas heeft me dat toen ook laten doen. Ik heb echt een jaar geïnvesteerd om daar alles over te leren. Toen was dat nog geen echte hype. Bedrijven wilden niet meteen datawarehouses gaan implementeren, bijvoorbeeld. Maar op een bepaald punt is dat als een TGV beginnen rollen. Ik heb mijn eigen team opgericht, had veel tevreden klanten die ook inzagen wat je kon doen met data, en zo is mijn carrière in data begonnen, vanuit mijn passie.

Op het juiste moment op de juiste plek, zeg maar?

Demotte: Dat eerste jaar was ik bijna niet 'productief', zoals men dat noemt, en ik vroeg me ook even af hoelang ze nog geduld zouden hebben met mij. Maar dat was inderdaad het kantelpunt waarop bedrijven begonnen te beseffen dat het niet langer genoeg was om een ERP te hebben, dat ze ook iets met die data moesten doen om er meerwaarde uit te halen. Microsoft Power BI en andere rapporteringstools kwamen toen net op de markt, dus dat klopt wel. Ik heb wel al heel mijn carrière het gevoel dat ik ergens op het juiste moment zat.

Wat trekt u in BI aan?

Demotte: Ik vind dat de meest sexy tak van IT. Zeker als je het vergelijkt met Java of Cobol. Dat is een vak apart. In BI dan kan je met data iets tevoorschijn toveren, je kan inzichten opdoen, acties nemen. Je zit ook veel dichter bij de business en hebt meer dialoog. En wat ik ook leuk vond was dat dan presenteren. Dat merk ik bij mensen in mijn team ook. Het is wat je ermee kunt doen dat het zo boeiend maakt, dat mij de passie geeft.

U hebt uiteindelijk bij twee bedrijven de hele ladder beklommen. Zegt dat iets over de cultuur van die bedrijven dat u niet moest jobhoppen om kansen te krijgen? Of zegt dat meer over u?

Demotte: Dat eerste bedrijf was een vrij internationaal bedrijf met een kleine poot in België. Je kan dat vergelijken met groten als Deloitte en Accenture, waar je door de verschillende niveaus moet groeien. Maar doordat ik die BI had vastgenomen en die ben beginnen uitbouwen, was het ook wel een logische stap dat ik die levels kreeg. Al moet ik toegeven dat ik ze niet gewoon gekregen heb, ik ben die bijna altijd moeten vragen, en dat deed ik niet graag. Dat was wel als vrouw iets moeilijker, en het was een van de redenen om na veertien jaar toch over te stappen naar Cegeka. Ik voelde op gegeven moment het glazen plafond. Dat ik misschien wel een hogere functie kreeg, maar niet het mandaat dat erbij hoorde. Toen besefte ik dat het klimaat niet langer gunstig was. Ik ben wel tevreden over wat ik gedaan en verwezenlijkt heb, en ik ben dat bedrijf heel dankbaar. Ik heb daar veel geleerd, maar ben overgestapt naar een bedrijf waar het wel lukt. Het was dus een combinatie van de twee.

© Emy Elleboog

Vindt u telkens opnieuw uw plaats als u al die rollen doorzwemt?

Demotte: Ja. Ik ben eigenlijk een duizendpoot. Ik zoek dat ook een beetje om al die ervaringen op te doen. Dat maakt dat ik vandaag ook een stuk sterker in mijn schoenen sta. Want je hebt sales gedaan, je hebt ontwikkeld. Je kan met iedereen op dat niveau communiceren. Ik kan naast de programmeurs gaan zitten en bij wijze van spreken een paar vragen stellen om hen te helpen meedenken in de juiste richting. Ook de sales kan ik makkelijker juist adviseren omdat ik dat ook zelf gedaan heb. Dat maakt het wel boeiend.

Ik weet ook dat als je op een bepaald punt wilt staan, dat het dan helpt om elk stapje daarnaartoe te nemen. Iemand in het begin van de carrière zei me dat je niet te snel op de ladder moet groeien of je valt eraf. Dat heb ik wel gedaan, ik heb elk sportje van de ladder gerespecteerd. Pas als ik voelde dat het goed genoeg was, ging ik verder.

Wat bent u van plan met de titel ICT Woman of the Year?

Demotte: Ik wil echt wel een rolmodel zijn, een ambassadrice. Ik wil ook andere rolmodellen in de schijnwerpers zetten en ik hoop dat dat kan gebeuren doordat ze herkenningspunten vinden met mijn verhaal. Uiteindelijk is alles mogelijk, je kan gaan van geen geld hebben voor studies tot developer en van developer tot analist en van analist tot project manager, sales, je eigen team, werven, groeien, wereldwijd gaan. Je kan alles proeven.

En dat wil ik doorgeven, ik wil mensen laten zien hoe mooi IT is. Zeer concreet wil ik bijvoorbeeld speed dates organiseren, waarvan de eerste al staan ingepland. Het idee daar is om te gaan babbelen met straffe carrièrevrouwen, en ook de dialoog aan te gaan met andere vrouwen en meisjes. Wat doet hen twijfelen, hoe percipiëren zij onze wereld. Want ik geloof erg dat je het klimaat moet veranderen.

Het tweede luik zijn de scholen. Ik heb verschillende niveaus, van lagere school, middelbaar, hogeschool tot unief aangesproken om te komen spreken. Er zijn er een paar die dat tijdens corona wat moeilijk vinden, maar er is ook altijd Smartschool en zo natuurlijk. Dus dat moet lukken.

Uiteindelijk hoop ik dat er een jaar komt dat we die titel niet meer nodig hebben. Dat het man-vrouw 50-50 is in IT en dat we alleen nog spreken over ICT Personality of the Year. Als ik daar mijn centje kan bijdragen, zou dat fijn zijn.

Had u zelf schrik van IT als jong meisje?

Demotte: Nee, omdat ik thuis zo werd ondergedompeld in IT. Mijn vader was na zijn uren ontwikkelaar. Hij leerde ons eerst computers in elkaar steken, moederborden assembleren en zo. Ik had mijn eerste programmeerlessen nog voor ik in het hoger middelbaar zat. Ik vond dat normaal. Het was wel even een shock toen ik dan in het hoger onderwijs in IT terechtkwam en er zoveel jongens in mijn klas zaten. Ik kwam van een meisjesschool. (lacht)

U was dan ook een van de welgeteld drie vrouwen die afstudeerden in uw jaar, vertelde u aan de jury. Ondanks allerlei plannen is dat percentage sindsdien niet erg gestegen. Waaraan ligt dat en wat kunnen we daaraan doen?

Demotte: Dat begint al bij jonge studenten. Ik merk dat ook bij mijn kinderen: die weten perfect wat een dokter is, een verpleger, of een brandweer. Maar hen wordt niet verteld wat een programmeur is, een functioneel analist, een project manager, al die functies. We groeien daar niet mee op, terwijl alles rond ons wel digitaliseert. Dus ik vind dat we meer bij studenten moeten mobiliseren om die STEM-richtingen te kiezen, en hen bewust maken dat IT een sexy beroep is. Dat het ook niet alleen programmeren is, maar dat er daar een hele hoop functies rond zitten. Misschien wil je niet programmeren, dan kan je andere dingen doen, of misschien wil je net wél programmeren maar weet je dat nog niet. Het wordt niet getriggerd van jongs af aan. Als we dat wel doen, denk ik dat het dan meer zal doorstromen naar de industrie.

© Emy Elleboog

Bent u zelf ook bezig met het warm maken van uw kinderen voor STEM?

Demotte: Ik probeer ze wel bij te brengen wat wij doen. Data uitleggen, bijvoorbeeld. Ook probeer ik hen te vertellen wat de programma's zijn die wij maken. Dan breng ik dat naar hun wereld: je vergelijkt dat dan met dingen die ze kennen zoals Roblox of Netflix. 'Dat zijn allemaal dingen die ontwikkeld worden in wat we IT noemen.' Ik hoop dat ik voor mijn kinderen kan doen wat mijn vader voor mij gedaan heeft. Mijn man zit ook in IT, dus moeilijk is dat niet. Ze groeien er vanzelf mee op.

Vinden jullie eigenlijk veel vrouwen om te werken bij Cegeka?

Demotte: Ja, toch wel, en in mijn team zitten de meeste, zonder bluf (lacht). Om dat voor mekaar te krijgen moet je vooral veel reclame maken voor alle vacatures die er zijn in al hun aspecten. De beauty van IT tonen, maar ook diverse teams creëren. Als je trajecten en voorbeeldteams kunt geven aan vrouwen, dan merk je wel dat het lukt om hen aan te trekken.

Zijn dat dan allemaal dames die IT hebben gestudeerd?

Demotte: Nee. Ik heb vrij veel vrouwen die bijvoorbeeld finance gestudeerd hebben, die de switch gemaakt hebben. Ik zit natuurlijk in de datasector, die daar dicht bij aanleunt. Ik heb ook een doctor in de wiskunde in ons team zitten. En iemand die kunst heeft gestudeerd. Haar creativiteit is zalig.

Maar ze kan dan wel met data aan de slag?

Demotte: We geven een opleiding, sowieso. Maar de datawereld is ook breed. Die begint bij ruwe data en eindigt bij visualisatie. Daartussen zitten veel stapjes. In begin heb je die ruwe data engineering, en als je technisch bent voel je je daar als een vis in het water. Daarna gaan we business modelleren, dus iemand die graag met de business werkt voelt zich daar geweldig. En dan gaan we het presenteren: iemand die goed kan presenteren, die mooie dashboard kan maken, die creatief is, die in de hoofden kan kruipen van de afnemer, kan daar veel betekenen. En dan gaan we er zorg voor dragen, zorgen dat mensen het adopteren. We gaan klanten training geven en ook daar zijn er mensen die daar zich daar goed voelen. En je ziet wel dat vrouwen in zo'n team graag project management doen, of visualisatie, training, al heb je natuurlijk ook technische vrouwen.

De jury was onder de indruk van de passie en de authenticiteit van uw presentatie. Heeft dat extroverte er altijd wat ingezeten?

Demotte: Nee. Ik herinner me presentaties, mijn eerste presentaties, dat ik huilend op de badkamervloer zat. Dat ik het niet meer wilde doen, al die stress over me heen halen. Maar ik ben wel een doorzetter, ergens. En ook, door het te doen, door beter worden, krijg je wel meer vertrouwen. Dat is ook een beetje wat ik wil uitdragen. Waar een wil is, is een weg, en als persoon ben je de enige die jou kan tegenhouden. Dus uiteindelijk moet je het gewoon doen, gewoon proberen. Het enige dat je kan overkomen is dat je huilend op de badkamervloer terecht komt.

Kristel Demotte

2003-2017 Avanade: Van developer naar Data & AI Service Line Lead Belgium en Global SME Analytics Unit Lead Belgium, BI manager

2016-nu: Cegeka: van Data Intelligence Unit manager Cegeka naar global VP Data Solutions

U bent VP Data Solutions voor Cegeka. Wat houdt dat in? Kristel Demotte: In één zin ben ik verantwoordelijk om de business line Data Solutions te doen groeien. Ik rol ook de strategie vanop corporate niveau uit over de Europese landen heen, wel altijd met respect voor de mensen en voor het land. Want elk land is toch wel anders. Bij Data Solutions werken we met data, véél data. Dat gaat om AI, data engineering, business intelligence, big-dataplatformen en data governance. Daarnaast ben ik specifiek ook verantwoordelijk voor de business line in België, ik combineer die twee functies. De meeste IT-bedrijven in ons land zijn een Belgische poot van een internationaal bedrijf. Bij jullie is het zowat andersom. Demotte: Dat maakt ons ook zo uniek, he. We hebben 3.500 man in België, ons hoofdkwartier is hier ook gevestigd. Dat betekent dat wij als Vlaming kunnen kiezen voor een Belgisch bedrijf en toch dat Europees karakter kunnen ervaren. Dat is heel leuk. Het is ook een van de redenen waarom ik voor het bedrijf gekozen heb. Bij uw voorstelling aan de jury zei u dat u oorspronkelijk marine-bioloog wilde worden. U klinkt niet West-Vlaams, dus waar komt dat vandaan? Demotte: Toen ik twaalf jaar oud was, zag ik een film van Jacques Cousteau, dé duiker. Achteraf gezien was dat misschien niet zo'n goed voorbeeld, maar ik ben daar toen door gebeten, door het idee van 'ik wil duiken'. Ik heb daar toen ook lessen voor gevolgd. En het idee van marine-bioloog was ook om mijn hobby met mijn werk te combineren. Ik duik overigens nog altijd. Bent u dan eerder toevallig in data analytics gerold of was dat een bewuste keuze? Demotte: Ik heb dat echt ontdekt. Ik heb toegepaste IT gestudeerd, maar in die tijd zaten data, business intelligence en kunstmatige intelligentie niet meteen in het studiepakket. Dat was Java, Cobol-ontwikkeling, besturingssystemen, website-ontwikkeling, html schrijven... Niets rond het vak business intelligence, zoals dat toen nog heette. Er was toen ook nog weinig sprake van big data en data analytics. Ik ben beginnen ontwikkelen in 4GL voor mijn eerste job, maar ik wist wel dat het dat toch niet helemaal was. Het was leuk om te ontwikkelen, maar ik werd nog niet echt geprikkeld door wat ik deed. En dan heb ik, echt waar, in een schuif bij een klant enkele Cognos-licenties gevonden ( IBM Cognos Analytics, nvdr.). Ik ben daarmee aan de slag gegaan, met de data van de klant. Vandaar heb ik mijn eerste dashboard gemaakt, dat gepresenteerd, het enthousiasme gezien op de gezichten van die klanten. En toen wist ik 'ik ga BI doen'. Mijn baas heeft me dat toen ook laten doen. Ik heb echt een jaar geïnvesteerd om daar alles over te leren. Toen was dat nog geen echte hype. Bedrijven wilden niet meteen datawarehouses gaan implementeren, bijvoorbeeld. Maar op een bepaald punt is dat als een TGV beginnen rollen. Ik heb mijn eigen team opgericht, had veel tevreden klanten die ook inzagen wat je kon doen met data, en zo is mijn carrière in data begonnen, vanuit mijn passie. Op het juiste moment op de juiste plek, zeg maar? Demotte: Dat eerste jaar was ik bijna niet 'productief', zoals men dat noemt, en ik vroeg me ook even af hoelang ze nog geduld zouden hebben met mij. Maar dat was inderdaad het kantelpunt waarop bedrijven begonnen te beseffen dat het niet langer genoeg was om een ERP te hebben, dat ze ook iets met die data moesten doen om er meerwaarde uit te halen. Microsoft Power BI en andere rapporteringstools kwamen toen net op de markt, dus dat klopt wel. Ik heb wel al heel mijn carrière het gevoel dat ik ergens op het juiste moment zat. Wat trekt u in BI aan? Demotte: Ik vind dat de meest sexy tak van IT. Zeker als je het vergelijkt met Java of Cobol. Dat is een vak apart. In BI dan kan je met data iets tevoorschijn toveren, je kan inzichten opdoen, acties nemen. Je zit ook veel dichter bij de business en hebt meer dialoog. En wat ik ook leuk vond was dat dan presenteren. Dat merk ik bij mensen in mijn team ook. Het is wat je ermee kunt doen dat het zo boeiend maakt, dat mij de passie geeft. U hebt uiteindelijk bij twee bedrijven de hele ladder beklommen. Zegt dat iets over de cultuur van die bedrijven dat u niet moest jobhoppen om kansen te krijgen? Of zegt dat meer over u? Demotte: Dat eerste bedrijf was een vrij internationaal bedrijf met een kleine poot in België. Je kan dat vergelijken met groten als Deloitte en Accenture, waar je door de verschillende niveaus moet groeien. Maar doordat ik die BI had vastgenomen en die ben beginnen uitbouwen, was het ook wel een logische stap dat ik die levels kreeg. Al moet ik toegeven dat ik ze niet gewoon gekregen heb, ik ben die bijna altijd moeten vragen, en dat deed ik niet graag. Dat was wel als vrouw iets moeilijker, en het was een van de redenen om na veertien jaar toch over te stappen naar Cegeka. Ik voelde op gegeven moment het glazen plafond. Dat ik misschien wel een hogere functie kreeg, maar niet het mandaat dat erbij hoorde. Toen besefte ik dat het klimaat niet langer gunstig was. Ik ben wel tevreden over wat ik gedaan en verwezenlijkt heb, en ik ben dat bedrijf heel dankbaar. Ik heb daar veel geleerd, maar ben overgestapt naar een bedrijf waar het wel lukt. Het was dus een combinatie van de twee. Vindt u telkens opnieuw uw plaats als u al die rollen doorzwemt? Demotte: Ja. Ik ben eigenlijk een duizendpoot. Ik zoek dat ook een beetje om al die ervaringen op te doen. Dat maakt dat ik vandaag ook een stuk sterker in mijn schoenen sta. Want je hebt sales gedaan, je hebt ontwikkeld. Je kan met iedereen op dat niveau communiceren. Ik kan naast de programmeurs gaan zitten en bij wijze van spreken een paar vragen stellen om hen te helpen meedenken in de juiste richting. Ook de sales kan ik makkelijker juist adviseren omdat ik dat ook zelf gedaan heb. Dat maakt het wel boeiend. Ik weet ook dat als je op een bepaald punt wilt staan, dat het dan helpt om elk stapje daarnaartoe te nemen. Iemand in het begin van de carrière zei me dat je niet te snel op de ladder moet groeien of je valt eraf. Dat heb ik wel gedaan, ik heb elk sportje van de ladder gerespecteerd. Pas als ik voelde dat het goed genoeg was, ging ik verder. Wat bent u van plan met de titel ICT Woman of the Year? Demotte: Ik wil echt wel een rolmodel zijn, een ambassadrice. Ik wil ook andere rolmodellen in de schijnwerpers zetten en ik hoop dat dat kan gebeuren doordat ze herkenningspunten vinden met mijn verhaal. Uiteindelijk is alles mogelijk, je kan gaan van geen geld hebben voor studies tot developer en van developer tot analist en van analist tot project manager, sales, je eigen team, werven, groeien, wereldwijd gaan. Je kan alles proeven. En dat wil ik doorgeven, ik wil mensen laten zien hoe mooi IT is. Zeer concreet wil ik bijvoorbeeld speed dates organiseren, waarvan de eerste al staan ingepland. Het idee daar is om te gaan babbelen met straffe carrièrevrouwen, en ook de dialoog aan te gaan met andere vrouwen en meisjes. Wat doet hen twijfelen, hoe percipiëren zij onze wereld. Want ik geloof erg dat je het klimaat moet veranderen. Het tweede luik zijn de scholen. Ik heb verschillende niveaus, van lagere school, middelbaar, hogeschool tot unief aangesproken om te komen spreken. Er zijn er een paar die dat tijdens corona wat moeilijk vinden, maar er is ook altijd Smartschool en zo natuurlijk. Dus dat moet lukken. Uiteindelijk hoop ik dat er een jaar komt dat we die titel niet meer nodig hebben. Dat het man-vrouw 50-50 is in IT en dat we alleen nog spreken over ICT Personality of the Year. Als ik daar mijn centje kan bijdragen, zou dat fijn zijn. Had u zelf schrik van IT als jong meisje? Demotte: Nee, omdat ik thuis zo werd ondergedompeld in IT. Mijn vader was na zijn uren ontwikkelaar. Hij leerde ons eerst computers in elkaar steken, moederborden assembleren en zo. Ik had mijn eerste programmeerlessen nog voor ik in het hoger middelbaar zat. Ik vond dat normaal. Het was wel even een shock toen ik dan in het hoger onderwijs in IT terechtkwam en er zoveel jongens in mijn klas zaten. Ik kwam van een meisjesschool. (lacht) U was dan ook een van de welgeteld drie vrouwen die afstudeerden in uw jaar, vertelde u aan de jury. Ondanks allerlei plannen is dat percentage sindsdien niet erg gestegen. Waaraan ligt dat en wat kunnen we daaraan doen? Demotte: Dat begint al bij jonge studenten. Ik merk dat ook bij mijn kinderen: die weten perfect wat een dokter is, een verpleger, of een brandweer. Maar hen wordt niet verteld wat een programmeur is, een functioneel analist, een project manager, al die functies. We groeien daar niet mee op, terwijl alles rond ons wel digitaliseert. Dus ik vind dat we meer bij studenten moeten mobiliseren om die STEM-richtingen te kiezen, en hen bewust maken dat IT een sexy beroep is. Dat het ook niet alleen programmeren is, maar dat er daar een hele hoop functies rond zitten. Misschien wil je niet programmeren, dan kan je andere dingen doen, of misschien wil je net wél programmeren maar weet je dat nog niet. Het wordt niet getriggerd van jongs af aan. Als we dat wel doen, denk ik dat het dan meer zal doorstromen naar de industrie. Bent u zelf ook bezig met het warm maken van uw kinderen voor STEM? Demotte: Ik probeer ze wel bij te brengen wat wij doen. Data uitleggen, bijvoorbeeld. Ook probeer ik hen te vertellen wat de programma's zijn die wij maken. Dan breng ik dat naar hun wereld: je vergelijkt dat dan met dingen die ze kennen zoals Roblox of Netflix. 'Dat zijn allemaal dingen die ontwikkeld worden in wat we IT noemen.' Ik hoop dat ik voor mijn kinderen kan doen wat mijn vader voor mij gedaan heeft. Mijn man zit ook in IT, dus moeilijk is dat niet. Ze groeien er vanzelf mee op. Vinden jullie eigenlijk veel vrouwen om te werken bij Cegeka? Demotte: Ja, toch wel, en in mijn team zitten de meeste, zonder bluf (lacht). Om dat voor mekaar te krijgen moet je vooral veel reclame maken voor alle vacatures die er zijn in al hun aspecten. De beauty van IT tonen, maar ook diverse teams creëren. Als je trajecten en voorbeeldteams kunt geven aan vrouwen, dan merk je wel dat het lukt om hen aan te trekken. Zijn dat dan allemaal dames die IT hebben gestudeerd? Demotte: Nee. Ik heb vrij veel vrouwen die bijvoorbeeld finance gestudeerd hebben, die de switch gemaakt hebben. Ik zit natuurlijk in de datasector, die daar dicht bij aanleunt. Ik heb ook een doctor in de wiskunde in ons team zitten. En iemand die kunst heeft gestudeerd. Haar creativiteit is zalig. Maar ze kan dan wel met data aan de slag? Demotte: We geven een opleiding, sowieso. Maar de datawereld is ook breed. Die begint bij ruwe data en eindigt bij visualisatie. Daartussen zitten veel stapjes. In begin heb je die ruwe data engineering, en als je technisch bent voel je je daar als een vis in het water. Daarna gaan we business modelleren, dus iemand die graag met de business werkt voelt zich daar geweldig. En dan gaan we het presenteren: iemand die goed kan presenteren, die mooie dashboard kan maken, die creatief is, die in de hoofden kan kruipen van de afnemer, kan daar veel betekenen. En dan gaan we er zorg voor dragen, zorgen dat mensen het adopteren. We gaan klanten training geven en ook daar zijn er mensen die daar zich daar goed voelen. En je ziet wel dat vrouwen in zo'n team graag project management doen, of visualisatie, training, al heb je natuurlijk ook technische vrouwen. De jury was onder de indruk van de passie en de authenticiteit van uw presentatie. Heeft dat extroverte er altijd wat ingezeten? Demotte: Nee. Ik herinner me presentaties, mijn eerste presentaties, dat ik huilend op de badkamervloer zat. Dat ik het niet meer wilde doen, al die stress over me heen halen. Maar ik ben wel een doorzetter, ergens. En ook, door het te doen, door beter worden, krijg je wel meer vertrouwen. Dat is ook een beetje wat ik wil uitdragen. Waar een wil is, is een weg, en als persoon ben je de enige die jou kan tegenhouden. Dus uiteindelijk moet je het gewoon doen, gewoon proberen. Het enige dat je kan overkomen is dat je huilend op de badkamervloer terecht komt.