Kaarten, al dan niet in een GIS, worden steeds meer gebruikt om eenvoudig en snel ruimtelijke informatie te communiceren. Uit psychologische studies blijkt echter dat mensen minder kritisch staan tegenover een kaart dan tegenover tekst. De aanbieders en gebruikers van GIS ter ondersteuning van beleid of communicatie hebben dan ook een grote verantwoordelijkheid. Wannes Van der Gucht behaalde in 2004 aan de Universiteit Gent zijn licentiaat in de geografie met een thesis over de kwaliteit en beeldvorming van kaarten in kranten. Hij analyse...

Kaarten, al dan niet in een GIS, worden steeds meer gebruikt om eenvoudig en snel ruimtelijke informatie te communiceren. Uit psychologische studies blijkt echter dat mensen minder kritisch staan tegenover een kaart dan tegenover tekst. De aanbieders en gebruikers van GIS ter ondersteuning van beleid of communicatie hebben dan ook een grote verantwoordelijkheid. Wannes Van der Gucht behaalde in 2004 aan de Universiteit Gent zijn licentiaat in de geografie met een thesis over de kwaliteit en beeldvorming van kaarten in kranten. Hij analyseerde dit aan de hand van voorbeelden uit de Irakoorlog. Van der Gucht vermeldt een treffend voorbeeld: "Tijdens de Koude Oorlog gebruikte men in het Westen de mercatorprojectie om Rusland proportioneel uit te vergroten, en men kleurde het land dan ook nog eens rood. Beide ingrepen benadrukten natuurlijk het rode gevaar." Een klassiek voorbeeld, niet bewust gedaan maar daarom niet minder misleidend, is dat Groenland in de mercatorprojectie (die ook door Google Maps gebruikt wordt) even groot lijkt als heel Afrika, terwijl hun oppervlakte een factor 14 verschilt. Maar los van de gebruikte projectie kan je ook misleidend zijn door de bronnen van de informatie die je op de kaart weergeeft, aldus Van der Gucht: "In de Irakoorlog gaf het Amerikaanse leger heel gedetailleerde troepeninformatie, terwijl er van het Irakese leger weinig informatie beschikbaar was. Kaarten die in de media verschenen, toonden dan ook een massa troepen van de Amerikanen in Irak, met slechts hier en daar Irakese bataljons. Dat suggereerde een westerse overmacht, terwijl er vaak niet werd bijgezegd dat het om verschillende informatiebronnen ging." Van der Gucht en zijn promotor, professor Philippe De Maeyer, vinden het belangrijk om bij het aanmaken van kaarten niet de creatieve artiest te gaan uithangen. Ze noemen als voorbeeld van hoe het niet moet het 'vogelperspectief' dat je wel eens in kaarten vindt, waardoor je een dieptezicht krijgt. "Als de graficus dan ook nog eens de kustlijnen hoger trekt om wat reliëf te creëren, is het hek helemaal van de dam," zegt De Maeyer. "De Rode Zee kan daardoor bijvoorbeeld verdwenen zijn of Cyprus ligt dan tegen Turkije. Maar de auteur van een kaart kan ook op een subtiele manier een beeld doordrukken door de keuze van kleuren. Groen en rood suggereren bijvoorbeeld goed en slecht. Wanneer je je te veel met spectaculaire grafische aspecten bezig houdt, is het resultaat dat de inhoud de realiteit helemaal niet meer weerspiegelt. Gebruikers van GIS en kaarten in het algemeen moeten dan ook kritisch zijn ten opzichte van de bronnen van de informatie en de opmaak van de kaart. Ik zie gelukkig wel verbetering, dus er is nog hoop." [KoV]