Belgische bedrijven zijn over de jaren heen flink gestandaardiseerd geraakt op Microsoft Windows en Microsoft Office. Daarmee liepen de zaken wel, maar er waren ook heel wat minpunten. Zo is de software duur en zijn er toch heel wat problemen, vooral op het vlak van veiligheid. Het is zeker niet goed voor uw zaken als u tijd moet besteden aan en bezorgd moet zijn over malware en softwarevandalen, nog afgezien van eventuele bugs in uw besturingssysteem en in de applicaties die u zakelijk gebruikt.
...

Belgische bedrijven zijn over de jaren heen flink gestandaardiseerd geraakt op Microsoft Windows en Microsoft Office. Daarmee liepen de zaken wel, maar er waren ook heel wat minpunten. Zo is de software duur en zijn er toch heel wat problemen, vooral op het vlak van veiligheid. Het is zeker niet goed voor uw zaken als u tijd moet besteden aan en bezorgd moet zijn over malware en softwarevandalen, nog afgezien van eventuele bugs in uw besturingssysteem en in de applicaties die u zakelijk gebruikt. Open source is al een tijdje een toverwoord: heel goedkoop of gratis, veel minder bugs (of tenminste sneller opgelost) en geen last van malware of vandalen. Het lijkt bijna te mooi om waar te zijn. Maar kun je als Belgisch bedrijf werkelijk overschakelen van Windows en Office naar Linux en de daarbij horende opensource applicatiesoftware? Of brengt dat een hele hoop problemen met zich mee die ook al niet goed zijn voor de zaken? Wellicht is goedkoop op termijn zelfs duurkoop? Wij proberen dat voor u uit te zoeken in dit dossier. Zoals u weet, bestaan er honderden Linux-distributies. Een Linux-distributie is een pakket sofware, vertrekkende vanuit de Linux-kernel (die is hetzelfde voor iedereen), aangevuld met het GNU/Linux platform (alles rondom de kernel om er een compleet besturingssysteem van te maken) en de door de samensteller gewenste applicaties. Zogenaamde 'Enterprise'- of 'Corporate'-distributies zijn specifiek gericht op bedrijven. Meestal zijn ze niet gratis, omdat ze inclusief een onderhoudscontract verkocht worden. Uit deze bedrijfsedities is doorgaans de specifiek op hobbyisten of thuisgebruikers gerichte software verwijderd, voor zover die niet interessant is voor bedrijven. Vaak zijn er specifiek voor bedrijven interessante applicaties of gereedschappen aan toegevoegd. En in sommige gevallen levert de producent ook nog commerciële software van derden mee. Dat wil niet zeggen dat Linux-distributies zonder dat 'Enterprise' of 'Corporate' etiket niet bruikbaar zouden zijn voor bedrijven. Uw systeembeheerder heeft er dan een ietsje meer werk aan om bij een installatie alles eruit te wieden dat niet gewenst is in een bedrijf, en eventueel om het te integreren in uw netwerk en met uw andere systemen. Er bestaan twee grote Linux-distributies die zowel gratis opensourcevarianten leveren, als specifieke Enterprise-edities. Dat is Novell met openSUSE als u het gratis wenst en met SuSE Enterprise Linux Desktop en Server als u het maximaal geoptimaliseerd voor bedrijven wenst. (Binnenkort publiceren we overigens een test van de nieuwe openSUSE 11.) De tweede grote is uiteraard Red Hat met Fedora als u het gratis wenst enRed Hat Enterprise Linux Desktop en Server als het specifiek voor bedrijven gemaakt moet zijn. Overigens zijn openSUSE en Fedora in feite door hun moederbedrijven gesponsorde publieke ontwikkelingen. Deze publieke versies worden door de moederbedrijven als basis gebruikt voor het Enterprise-product. Amerikaanse bedrijfssoftware met Linux-ondersteuning zal vrijwel altijd Red Hat ondersteunen en tegenwoordig ook steeds vaker Novell SuSE, maar zelden of nooit een van de andere distributies. Bij ons in Europa isMandriva (uit Frankrijk) en vooralUbuntu (van het eiland Man in de Ierse Zee) erg populair. Mandriva biedt zowel Enterprise-edities als gewone. Ubuntu heeft geen specifieke Enterprise-edities maar houdt wel rekening met bedrijven, omdat ze om de vier jaar een 'lange termijn ondersteunde' versie van hun Linux uitbrengen: een zogenaamde Ubuntu LTS-editie (dat staat voor 'Long Term Support'). Dit jaar is er zo een verschenen. Van Ubuntu verschijnt verder steevast twee keer per jaar (in april en in oktober) een nieuwe versie. Ubuntu sluit bovendien onderhoudscontracten met u af als u dat wenst. Een overstap naar Linux mag uiteraard toekomstige bruikbaarheid niet uit het oog verliezen. Als u Linux overweegt als bedrijfsdesktop of -server omdat Windows te onveilig is, of omdat u wil vermijden al uw pc's te moeten gaan vervangen om Vista en Office 2007 te draaien, biedt dat dan ook voldoende garanties naar de toekomst toe? Is er evenwaardige functionaliteit en kunt u blijven toekomen met de pc-hardware die u momenteel gebruikt in uw bedrijf? Want als u die moet upgraden, ligt het voor veel bedrijven meer voor de hand om dan toch maar voor Vista te gaan. Linux is veel goedkoper dan Windows, horen we overal. En ja: als u kijkt naar de prijs van een commercieel ondersteunde Linux-distributie dan is die véél goedkoper dan een aankoop van Windows XP Professional of Windows Vista Business of Enterprise Edition. Vaak bespaart u tientallen en zelfs honderden euro's per desktop. We horen wel eens dat Linux ook geen clientlicenties voor het gebruik van netwerkbronnen vereist, maar dat klopt niet helemaal. Clientlicenties hangen namelijk af van de server. Als u een Windows-gebaseerde server draait, dan moet u die clientlicenties betalen ongeacht uw desktopsysteem. Gebruikt u een Linux-server, dan moet u ook met Windows desktops geen clientlicenties betalen. De gewone kantoorapplicaties zijn onder Linux vaak gratis of erg goedkoop. Er zijn echter een aantal verborgen kosten waar nogal eens overheen gekeken wordt. Zo blijkt het erg moeilijk om pc's van A-merken te kopen zonder Windows erop. Als dat mogelijk is, is het vaak juist duurder dan diezelfde pc met Windows. (Zou dat zijn omdat de fabrikant toch een Windows-licentie moet betalen aan Microsoft, ook al levert hij een ander besturingssysteem?) Bij Windows desktops moet u na het betalen van alle licenties voor het besturingssysteem, de netwerkconnectiviteit en de kantoorapplicaties ook nog eens betalen voor beveiliging tegen malware en vandalen en voor beheer op afstand. Bij Linux hoeft dat allemaal niet. Op Linux-systemen die bestanden en documenten van buiten ontvangen en doorsturen naar Windows-systemen kan het echter wel raadzaam zijn om een antivirusproduct te hebben, maar voor de beveiliging van Linux zelf hoeft het niet. Antiparasietsoftware hoeft ook niet, daar is Linux niet gevoelig voor. Dat speelt zeker mee in de benodigde hardware, waardoor die onder Linux niet zo zwaar hoeft te zijn als die voor Windows (zeker Vista). Uiteraard speelt ook de kost van training een rol. Gebruikers hebben een opleiding nodig om te leren werken met een bepaald platform en de daarop beschikbare applicaties. Als u overschakelt naar een ander platform, dan hebben ze een nieuwe opleiding nodig. U kunt dat wel in stappen doen. Onder Windows alvast overschakelen naarFirefox om te surfen en naar OpenOffice.org of StarOffice in plaats van Microsoft Office vereist ook training, maar die is dan niet verloren als u als laatste stap het besturingssysteem vervangt. Hét grote voordeel van multiplatformdesktopapplicaties zoals Firefox,Evolution (Outlook-vervanger), OpenOffice.org/StarOffice, Eclipse (alternatief voor Visual Studio) enGIMP (alternatief voor PhotoShop) is dat hun gebruikersinterface identiek is over alle platformen heen, dus zowel voor Windows als Linux als MacOS als eender wat. Als de applicaties hetzelfde blijven, hoeft u daarvoor geen nieuwe opleiding te voorzien als u het onderliggende platform vervangt. Een overschakeling van Windows naar Linux is de meest drastische die u kunt maken, omdat dat u dwingt meteen ook alle applicaties te vervangen. Daarom is het geen slecht idee om dat eerst en stapsgewijs onder Windows te doen en pas als alle applicaties vervangen zijn onder Windows, doet u de stap om ook Linux te implementeren. Zo kiest u zelf hoe snel u wil migreren en houdt u een goed overzicht op zowel opleidingsfases als het kostenplaatje. Als op uw bedrijfsdesktop een of meer applicaties draaien waar uw bedrijf niet zonder kan en die alleen voor Windows bestaan, dan kan migratie een bijkomend probleem vormen. In zo'n geval kunt u het best contact opnemen met het bedrijf dat de applicatie schreef om te kijken of ze een Linux-versie hebben of willen maken. Of overschakelen naar een zo equivalent mogelijke applicatie die wél een Linux-variant kent. Dat gebeurt nogal es bij bijvoorbeeld crm- en erp-software. In zo'n geval zou u ook migratie van dergelijke desktopgebruikers kunnen uitstellen en eerst de desktops migreren waarvoor dat wel probleemloos mogelijk is. Of gebruikmaken van virtualisatie, natuurlijk. Er is een duidelijke evolutie in de it-wereld om naar software oriented architectures te migreren, zeg maar een client/server-architectuur en met name waarbij de client een webbrowser is. Een applicatie die via een webbrowser bediend wordt, werkt met eender welk platform waarop die webbrowser draait. Niettemin stellen sommige .NET-omgevingen een ernstig probleem. Soms vereisen die namelijk keihard Windows en ze kunnen het moeilijk zoniet onmogelijk maken om desktops te migreren naar Linux. Werken uw architecturen echter met Java en/of php/perl/...-gebaseerde serverscriptsystemen, dan kunt u eender welke browser en eender welk desktopplatform gebruiken. En een thin client op basis van Linux is wel degelijk een flink stuk goedkoper én veiliger dan eentje gebaseerd op Windows. Belgische bedrijven met eigen servers kunnen probleemloos gebruik maken van Linux-servers voor heel wat opdrachten. Webservers, mailservers, domeinservers, databaseservers, back-upservers, noem maar op. De meeste Linux serveredities laten u bij de installatie kiezen welk soort server u wil installeren. U kunt hierbij ook meerdere soorten tegelijk aankruisen. Alle ons bekende moderne Linux serverspecifieke distributies kunnen samenwerken met Windows Active Directory: op zijn minst is een inlog in een Windows-netwerk mogelijk om ter beschikking gestelde netwerkvolumes te gebruiken; veel van de bedrijfsspecifieke distributies bieden ook mogelijkheden tot bidirectionele uitwisseling van data met Active Directory. Voor specifieke Windows serverdiensten bestaan vaak speciaal samengestelde Linux-evenknieën. Zo zijn er bijvoorbeeld Linux-gebaseerde vervangers voor Microsoft Exchange, naar wens volledig alleenstaand of een Windows AD-controller vereisend. De Linux serveredities vereisen meestal wat meer kennis van de systeembeheerder die ze installeert. Kleinere bedrijven kunnen gebruik maken van Linux-gebaseerde appliances om bepaalde taken te vervullen. Daar is niets aan te installeren, het zijn kant-en-klare oplossingen. Een Linux-server kan meestal performanter draaien op oudere hardware dan Windows op de allermodernste hardware. Bovendien hoeft u voor Linux vaak geen licenties te betalen, of zijn ze veel goedkoper dan bij Windows. Als u veel met Amerikaanse software en systemen werkt, is Red Hat Enterprise Linux de beste keuze. Vaak is dat immers de enige ondersteunde Linux-distributie. Ligt de nadruk op een zo goed mogelijke ondersteuning van Windows, dan is ook Novell SuSE Enterprise Server interessant vanwege de uitwisselingscontracten die Novell afsloot met Microsoft. Wist u trouwens dat Microsoft Windows XP, Vista, 2003 en 2008 draaiend in een virtuele omgeving onder Novell SuSE Linux specifiek ondersteunt? SuSE was oorspronkelijk een Duitse Linux-distributie en die zou waarschijnlijk net als het Franse Mandriva voornamelijk in Europa populair gebleven zijn, maar het Duitse bedrijf werd overgenomen door het Amerikaanse Novell. Daarmee kreeg Amerika ineens naast Red Hat een tweede grote en belangrijke distributie. Bij Novell zit de SuSE Linux Enterprise Server (kortweg SLES) op vier cd's of één dvd. Alle mogelijke functionaliteit zit standaard ingebouwd en u kiest tijdens de installatie wat u wel en niet wenst te installeren. Virtualisatie zit er ook standaard in alsook een geïntegreerd webbeheer met Nagios. Novell zag ook wel dat vooral Amerikanen waarschijnlijk geen echt goede reden zouden zien om voor SuSE te kiezen in plaats van nummer één Red Hat, en dus sloot Novell een paar stevige contracten af met Microsoft. Dat leidde tot behoorlijk wat boe-geroep vanuit het Linux-wereldje (vooral omdat daar vrijwaring van patentclaims in zat, terwijl de Linux-wereld heftig ontkent dat Microsoft dergelijke gratuite claims hard zou kunnen maken), maar voor bedrijven is dit wel degelijk erg interessant. Novell claimt dat SuSE de enige door Microsoft ondersteunde Linux is, dat er virtualisatieoplossingen zijn over beide platforms heen, dat u Windows en Linux vanuit één console kan beheren, dat er synchronisatie is tussen de directorysystemen van Novell en Microsoft, en dat er een gezamenlijk door Novell en Microsoft uitgebaat interoperabiliteitslab is. Dat zijn inderdaad sterke punten voor bedrijven die zeker willen zijn van een zo goed mogelijk werkende uitwisselbaarheid met Windows. SLES biedt alle functies die u zou verwachten van een serverbesturingssysteem, maar Novell zou wel wat moeten doen aan de installatie. Die lijkt namelijk als twee druppels water op die van een desktopsysteem en doet dingen die eigenlijk niet horen in een serversysteem. Zoals standaard een grafische desktop installeren en alle moeilijke dingen verbergen voor de gebruiker. Een tip: kies bij de installatie voor de 'expert'-stand en dan gaat een hele wereld voor u open. De Amerikaanse Linux-distributeur Red Hat is zeker een van de bekendste. Het helpt natuurlijk als een computerreus zoals IBM je bedrijf zit te pushen via hun Linux-campagne. Red Hat was waarschijnlijk ook de eerste producent die een softwaredistributiesysteem ontwikkelde op basis van pakketten. Ondertussen hebben natuurlijk meer Linux-distributies dat en zijn er drie grote (helaas onderling incompatibele) pakketsystemen: Red Hat rpm, Debian pakketten (die worden ook gebruikt door Ubuntu) en Novell SuSE heeft ook een eigen systeem voor zijn installatie- en configuratieprogramma YaST. De Red Hat Enterprise Linux of kortweg RHEL Server kan gebruikt worden voor alle traditionele internetserverfuncties, als file- en printserver, als databaseserver (o.a.Oracle geeft de voorkeur aan Red Hat of hun eigen daarvan afgeleide Oracle Linux), en nog meer. Virtualisatie is ingebouwd, zowel paravirtualisatie als volledige (dat vereist wel een processor die dat ondersteunt). Red Hat heeft ook de interoperabiliteit met Microsoft Windows verbeterd op het vlak van Active Directory (PAM/Kerberos en NSS-LDAP updates) en ook op het gebied van bestandsuitwisseling via het netwerk met behulp van de allerlaatste SAMBA. Maar dit soort updates en vernieuwingen stroomt natuurlijk via die tenslotte niet tot Red Hat specifiek behorende Linux-onderdelen terug de gemeenschap in en zijn dus ook beschikbaar voor andere Linux-distributies, ofwel nadat de producent een nieuwe versie uitbracht of doordat u zelf als beheerder een nieuwe versie van een onderdeel zoals SAMBA installeert. Systemen die met pakketdistributie werken zoals Red Hat bieden een vrijwel continue updatemogelijkheid. De 'bottom line' is dat Red Hat de standaard is als het gaat over een bedrijfs-Linux. Vaak is het ook de enige distributie die door Amerikaanse softwareproducenten ondersteund wordt. U zou het dus zeker slechter kunnen treffen. Ook al is Mandriva een in Frankrijk samengestelde Linux-distributie, ze spreekt wel alle gebruikelijke talen en ook Belgisch. De 'Corporate Server' omvat alle serverfunctionaliteit die u zou verwachten plus ingebouwde virtualisatie en J2EE-applicatieservers. Volgens Mandriva is het grote pluspunt van deze Corporate Server de langetermijnondersteuning waarvoor u onderhoudscontracten kunt afsluiten. Naast de Corporate Server met een meer algemene dienstverlening biedt Mandriva ook nog twee meer specialiseerde servers: deMandriva Directory Server (kan een NT4-domeincontroller vervangen maar doet helaas geen Active Directory) en deLinbox Rescue Server (back-upserver met softwaredistributiemogelijkheden). Al deze servers kunnen op afstand worden beheerd via hun ingebouwde webbeheer. Voor het beheer en onderhoud van gemengde netwerken met Mandriva en Windowssystemen biedt Mandriva ook een oplossing:Pulse 2.0. Dat is een centraalbeheersysteem dat volledig via een webinterface bediend wordt en u toelaat alle systemen onder zijn hoede op afstand te beheren en te controleren, maar ook de besturingssystemen en benodigde applicaties (voor zowel Windows als Mandriva) uit te rollen naar de beheerde systemen toe. Van de vier hier besproken Linux serversystemen biedt Ubuntu de enige zonder GUI. Text-mode only, baby. Niettemin is de installatieprocedure gebruiksvriendelijk. Canonical heeft het ook gemakkelijk gemaakt door de installatie te laten vragen naar het soort server dat u wenst: domeinserver, webserver, fileserver, mailserver, dat soort dingen. U mag meer dan één optie aankruisen. Nadat de installatie voltooid is, dient u wel te kunnen omgaan met de Linux opdrachtregel want dat is de enige interface die deze zeer compacte server biedt. De Ubuntu server is ook de enige commercieel ondersteunde die gratis gedownload en gebruikt mag worden: Canonical verplicht u niet tot een onderhoudscontract maar geeft u de vrije keuze. Ook zonder onderhoudscontract kunt u rekenen op software-updates en voor een LTS-versie van de software zelfs vier jaar lang. De Ubuntu server heeft geen virtualisatiemogelijkheden, al zit het natuurlijk wel standaard in de Linux kernel: de virtualisatieomgeving daarrond zit niet bij de Ubuntu Server. Vermits dat echter wel deel uitmaakt van de softwarevergaarbaak van Ubuntu, kunt u er wel voor kiezen de benodigde software via het pakketdistributiesysteem te downloaden en te installeren. Een applicatieserver op basis van J2EE is nog niet standaard voorzien, maar Canonical is wel in onderhandeling met Sun voor zijn Glassfish en met Springsource voor het Application Platform. Eén van deze twee zal meer dan waarschijnlijk standaard deel uitmaken van een volgende versie van de Ubuntu server, maar in de huidige versie is dat dus nog niet aanwezig. Deze server is aan te raden als u een zeer compacte serveromgeving wenst waarvoor u toch volledige onderhoudscontracten kunt afsluiten. De belangrijkste bedrijfsdesktopsystemen voor Linux komen ook weer van Red Hat, Novell, Mandriva en Ubuntu. Er zijn natuurlijk nog wel een paar minder populaire bedrijfsdistributies op de markt zoals die van Xandros, maar we kunnen ze echt niet allemaal gaan behandelen. Bij de desktops draait het om welke GUI u gebruikt en welke applicaties daarbij horen. Zowat alle bedrijfsdesktopdistributies blijken daarin gelijkaardige keuzes gemaakt te hebben. Vandaar dat we ervoor gekozen hebben ze niet per distributie te bekijken, maar ze per functie met elkaar te vergelijken. De behandelde desktopsystemen zijn:Red Hat Enterprise Linux Desktop 5.1,Novell SuSE Linux Enterprise Desktop 10,Mandrive Corporate Desktop 4.0 enUbuntu Desktop Edition 8.04 'Hardy Heron' LTS. Al deze systemen hebben alle functionaliteit aan boord om op netwerkgebied volledige uitwisselingen mogelijk te maken met Windows systemen. Er zijn maar twee grote GUI's in de Linux-wereld:Gnome en KDE. Ze hebben beide hun voor- en tegenstanders. Beide desktopomgevingen bieden u heel wat functionaliteit en daarbij gaat KDE het verst. KDE doet ook erg zijn best om zoveel mogelijk op de Windows desktop (maar dan een met veel meer mogelijkheden) te lijken, terwijl Gnome standaard helemaal niet op Windows lijkt. U kunt echter eender welke van deze desktops helemaal op uw eigen smaak afstemmen. We hebben dan ook al op Gnome gebaseerde Linux-distributies gezien waarvan de desktop toch erg op die van Windows XP lijkt. Een moderne Linux met Gnome of KDE vereist een pc met capaciteiten die geschikt zijn om Windows XP prettig mee te draaien. Hebt u oudere hardware dan dat of een pc met minder dan 512 MiB RAM, dan kiest u best geen Gnome of KDE als uw GUI.XFCE komt dan in aanmerking. Die is karig uitgerust, maar biedt toch alles wat u nodig hebt om op een gebruiksvriendelijke manier applicaties te kunnen gebruiken en met allerlei randapparatuur te werken. U mag trouwens gerust meerdere desktopomgevingen uitproberen, Linux ondersteunt allerlei omgevingen samen op één pc en u kunt er dan naar believen tussen heen en weer schakelen. De meeste Linux-distributies laten u tijdens de installatie kiezen welke GUI u prefereert, maar extra een extra GUI kan later altijd bijgeïnstalleerd worden, zonodig vanaf de website van de GUI-producent. Voor een desktop draait natuurlijk alles rond de applicaties die een gebruiker ter beschikking heeft. Microsoft Office met Outlook is niet beschikbaar (tenzij gevirtualiseerd), net als vele andere populaire Windows-applicaties. Dat is niet de fout van Linux: de producenten van deze applicaties kozen ervoor om alleen een Windows-versie te ontwikkelen en dus zijn deze applicaties gewoon niet beschikbaar voor Linux. Daarom ging de Linux-gemeenschap op zoek naar alternatieven en die zijn er ook. Voor kantoorwerk kan Microsoft Office vervangen worden doorOpenOffice.org of het commerciëleSun StarOffice. Elke van de vier Linux-bedrijfsdesktopdistributies heeft OpenOffice.org aan boord. Hoewel OpenOffice.org zeker een volwaardige concurrent van Microsoft Office genoemd mag worden, is het geen één-op-één vervanging. Zo heeft OpenOffice.org een eigen macrotaal aan boord en werken Microsoft Office macro's dus niet. Het voordeel daarvan is, dat macrovirussen dus ook niet werken. Er is echter ook een nadeel: een hele hoop Excel spreadsheets met macro's aan boord zullen immers ook niet bruikbaar zijn. Novell heeft daar bij zijn SuSE-distributie iets op gevonden: een door Novell speciaal aangepasteOpenOffice.org 'Novell Edition' die wel Microsoft macro's kan ondersteunen. Bij de andere distributies zult u de eventuele Microsoft macro's die u gebruikt, moeten converteren naar OpenOffice.org macro's. Dat kan behoorlijk arbeidsintensief zijn afhankelijk van hoeveel het er zijn en hoe ingewikkeld ze zijn, maar u hoeft het maar één keer te doen en dan weet u wel dat al die macro's daarna bruikbaar zijn over alle mogelijke platformen heen waar OpenOffice op beschikbaar is, en ook naar oudere of nieuwere versies toe. Dat is met Microsoft Office vaak niet mogelijk. Een heel populair onderdeel van Microsoft Office is natuurlijk Outlook, een e-mailprogramma met ondersteuning voor contactenbeheer, kalenders en al dan niet gedeelde agenda's en taakherinneringen. OpenOffice.org heeft zoiets niet aan boord maar er is wel een opensourcevervanger voor Outlook ontwikkeld en die heetNovell Evolution. Overigens bestaat die tegenwoordig ook in eenWindows-versie. Evolution kan zowat alles wat Outlook ook kan, inclusief zich verbinden met een Exchange server met behoud van alle functionaliteit die Outlook ook heeft. Evolution werd ontwikkeld door Ximian, maar dat bedrijf is overgenomen door Novell en dus is Evolution nu ook van Novell. Novell heeft Evolution echter netjes open source gehouden en het is nog steeds gratis beschikbaar als eenGnome project. Evolution kan overigens standaard al meer dan Outlook, zoals synchroniseren met willekeurige LDAP-servers. En u hoeft er geen aparte licentie voor te betalen. Een andere heel populaire applicatie onder Windows is Adobe PhotoShop voor het bewerken van plaatjes. Adobe heeft geen Linux-versie daarvan op de markt, maar Linux heeft wel al jaren zelf allerlei opensource-applicaties voor het werken met en het bewerken van foto's. Nogal wat distributies leverenF-Spot mee als fotobibliotheekoplossing en het ondertussen toch redelijk beroemde GIMP als fotobewerkingsprogramma, beide voor de Gnome desktop (maar ze werken ook onder KDE). Een groter probleem vormen de applicaties voor Windows waarvoor geen bruikbaar alternatief onder Linux te vinden is. U kunt dan gebruik maken van virtualisatie om toch die applicatie te doen draaien onder Linux. Standaard heeft Linux daarvoorWINE aan boord, een Windows-emulatieomgeving maar die is niet zo heel goed in het doen draaien van Windows-applicaties. PhotoShop en diverse Office-versies kunt u hiermee wel aan de gang krijgen, maar in de praktijk moet u vaak vertrekken van een reeds onder een normale Windows geïnstalleerde software. Dat is niet zo handig. Voor een betere prestatie bestaat er een commerciële oplossing:CrossOver Linux (er bestaat overigens ook eenCrossOver Mac) vanCodeWeavers. Dit systeem laat u toe om Windows software vanaf de geleverde cd- of dvd-rom te installeren alsof het onder Windows zelf was. Dit systeem werkt vrij goed: wij hebben met succes Microsoft Office 2003 onder Linux geïnstalleerd en kunnen gebruiken. Het kost zo'n 64 euro (1 licentie, degressieve prijsbepaling). En als u een applicatie zou hebben die het ook hiermee vertikt, dan kunt u nog altijd gebruik maken van een volledige platformvirtualisatie. De bekendste oplossing is natuurlijkVMWare, maar er bestaat ook nog het gratis en open sourceVirtualBox. Uiteraard zit in de laatste Linux-kernels virtualisatie ingebouwd, maar dat dient in eerste instantie voor het virtualiseren van meerdere Linux'en. Het is zeker mogelijk uw zakelijke toepassingen naar Linux te migreren, ofwel door een Linux-versie te gebruiken, een alternatief, een applicatievirtualisatie of desnoods een platformvirtualisatie. Al die dingen zijn mogelijk. De grote namen bij de Linux-distributeurs bieden daar heel wat oplossingen voor. Het kost van uw kant natuurlijk een investering inzake leerprocessen en afsluiten van nieuwe onderhoudscontracten. Maar over het algemeen kan alles wel een flink stuk goedkoper. Gebruik maken van open standaarden verzekert u ook van langdurige ondersteuning en makkelijk migratie naar andere producenten of platformen toe. Gebruikt u veel Amerikaanse software of diensten, dan is Red Hat een logische keuze. Wenst u vooral een nauwe samenwerking met Windows, dan biedt Novell SuSE u dat. Experimenteert u graag zelf met vanalles en nog wat, dan kan dat heel goedkoop met Ubuntu. Servers en werkstations hoeven overigens niet dezelfde Linux-distributie te draaien. Johan Zwiekhorst