Deze week vertoef ik in de Verenigde Staten. Dit stukje schrijf ik dan ook op 10.000 meter hoogte, ergens boven het Midden-Westen, op een vlucht tussen New York City en San Francisco. Ik zit helaas op wat men in de Verenigde Staten een "cattle class"-plaats noemt; wat achteraan in het toestel, op zetel 33A. Het is moeilijk tikken, omdat mijn voorbuur beslist heeft een dutje te doen en zijn rugleuning achteruit gezet heeft. Maar ik klaag niet, er is immers draadloos internet aan boord en dus kan ik straks mijn stukje doorsturen.
...

Deze week vertoef ik in de Verenigde Staten. Dit stukje schrijf ik dan ook op 10.000 meter hoogte, ergens boven het Midden-Westen, op een vlucht tussen New York City en San Francisco. Ik zit helaas op wat men in de Verenigde Staten een "cattle class"-plaats noemt; wat achteraan in het toestel, op zetel 33A. Het is moeilijk tikken, omdat mijn voorbuur beslist heeft een dutje te doen en zijn rugleuning achteruit gezet heeft. Maar ik klaag niet, er is immers draadloos internet aan boord en dus kan ik straks mijn stukje doorsturen. Als ik comfortabel had willen werken, had ik maar een dag eerder mijn column moeten schrijven. Toen vloog ik businessclass en zat ik in een van die verstelbare zetels waar je met minstens 15 verschillende knopjes de stoel perfect naar je lichaamspositie kan regelen. Toch in theorie. Want toen ik op een knopje duwde, veranderde niet mijn stoel, maar die van mijn buurman. Hilariteit alom, vooral toen het cabinepersoneel moest bekennen dat het 'herstarten' van de zetel niet kon als het toestel al in de lucht hing. Control-alt-delete kan enkel op de grond. Ik ben dus maar in dezelfde positie de oceaan overgevlogen, mijn buurman ook. Het voorval toont nog maar eens aan dat software meer en meer ingebed raakt in allerlei toestellen die wij dagdagelijks gebruiken: van vliegtuig tot auto, van koffiemachine tot koelkast. Na een paar dagen vergaderen met leidinggevende ict-bedrijven valt het me op hoe de gesprekken steeds weer uitdraaien op de maatschappelijke rol van technologie. Ook de ecologische impact is een alomtegenwoordig thema. Wellicht heeft het met de sfeer van het ogenblik te maken, maar ik heb de indruk dat velen zich vragen beginnen stellen bij het blind geloof in de markt als regulerend mechanisme. Steeds meer Amerikanen snakken naar positieve projecten die doelstellingen formuleren die verder gaan dan kwartaalwinsten. Men wil maatschappelijk verantwoorde projecten. Het doet me deugd te zien dat de stichters van grote ict-bedrijven zoals Microsoft en Google tot de grootste filantropen in de wereld behoren. Hun activiteiten in die sfeer worden ook zwaar ondersteund door technologie. Een mooie wisselwerking. Nog vele anderen in de sector zijn binnen of buiten het bedrijf sociaal actief. Ik hoop van harte dat dit sociale aspect van ondernemen niet verloren gaat in de huidige algemene verontwaardiging over de hoogmoed en hebzucht van Wall Street. Het is hoog tijd voor maatschappelijke initiatieven waarin technologie een belangrijke rol speelt. Dat kan gaan van door informatietechnologie ondersteunde microfinancieringsprojecten in Afrika tot een intelligenter beheer van stroomnetwerken of het groener maken van IT. Uitdagingen genoeg. Verstelbare businessclassszetels zijn leuk, maar technologie kan voor heel wat andere, meer maatschappelijk relevante zaken worden benut. En hoe men het ook draait of keert, we hebben om dit te bereiken "the best and the brightest" nodig. En die staan nu eenmaal op Wall Street of Nasdaq genoteerd. WIM DE WAELE is algemeen directeur bij het Interdisciplinair instituut voor Breedbandtechnologie (IBBT), een Vlaamse instelling die onderzoek doet naar netwerk- en telecommunicatietechnologie. De standpunten in de column geven zijn persoonlijke visie weer. Dit opiniestuk verscheen eerder bij De Tijd. WIM DE WAELE