Het moet gezegd: smartphone-fabrikanten hebben het meer dan ooit moeilijk om aan consumenten uit te leggen waarom ze een topmodel van 500, tot 700 euro en zelfs meer moeten kopen. Als die topmodellen - 'vlaggenschepen' is de geijkte term - garant staan voor met innovatie volgeladen cruise-schepen, worden ze nu links en rechts ingehaald door goedkopere boten die net voldoende luxe aan boord hebben om de klanten te charmeren.
...

Het moet gezegd: smartphone-fabrikanten hebben het meer dan ooit moeilijk om aan consumenten uit te leggen waarom ze een topmodel van 500, tot 700 euro en zelfs meer moeten kopen. Als die topmodellen - 'vlaggenschepen' is de geijkte term - garant staan voor met innovatie volgeladen cruise-schepen, worden ze nu links en rechts ingehaald door goedkopere boten die net voldoende luxe aan boord hebben om de klanten te charmeren. Anders gezegd: een smartphone van pakweg 200 à 300 euro kwijt zich uitstekend van zijn taak en geeft de doorsnee consument precies wat hij wil: voldoende snelheid, een mooi palet aan toepassingen, een meer dan degelijke batterijduur. De innovatie die de afgelopen jaren in de 'vlaggenschepen' geïntroduceerd werd, is ondertussen afgedaald tot in de goedkopere modellen en daar kunnen consumenten maar wel bij varen. Op enkele uitzonderingen na, werden er dan ook nauwelijks peperdure toestellen voorgesteld. De nadruk lag enerzijds op low-cost toestellen voor groeimarkten - zoals u elders in dit dossier kan lezen - maar anderzijds zeker ook op het middengamma. Neem bijvoorbeeld Sony, dat met de Xperia M2 een 4G-toestel uit het middensegment uit de hoed tovert - voor een prijs van 250 euro (vanaf maart in de winkel) - met specs die je tot voor kort alleen op duurdere toestellen terugvond. Zo heeft de M2 een nfc-chip en een Qualcomm Snapdragon 400 processor aan boord (quadcore) die draait aan een kloksnelheid van 1,2 GHz, en staat er een camera van 8 megapixel te blinken op de achterzijde. In deze prijsklasse zou dit volgens Sony meteen het dunste en lichtste 4G-toestel zijn. Blijft natuurlijk de vraag waarom je nog voor een Xperia Z2 van 700 euro zou gaan wanneer je voor één derde van de prijs ook al een erg aardige telefoon krijgt voorgeschoteld? Een soortgelijk geluid horen we bij Huawei. De in Barcelona voorgestelde Ascend G6 borduurt verder op het design van de P6, maar zet daar wel wat lagere specs zoals een mindere schermresolutie tegenover. Het toestel lijkt vooral ontworpen met tieners en jongeren in gedachten. Extra gimmicks zijn onder meer een 'selfie preview window' en de breedhoeklens om met zoveel mogelijk mensen op één selfie te passen. Bruikbare gimmicks of niet, met 249 euro (vanaf april beschikbaar) is de prijs hoe dan ook scherp. Even na de presentatie verduidelijkte Katia Pappas van Huawei Devices nog dat er ook een 3G-only versie van de Ascend G6 komt. Die zal bij ons in de winkelrekken liggen voor 199 euro. "De 4G-versie zal dan later in een bundel bij een operator verkocht worden", aldus Pappas. Acer zit al langer in het middengamma, en versterkt de line-up met de Liquid E3. Voor 199 euro (vanaf april verkrijgbaar) biedt die heel wat waar voor zijn geld. Denk aan een camera van 13 megapixel, een quad core processor van 1,2 Ghz en een HD IPS-scherm van 4,7": functies die je tot voor pakweg 2 jaar enkel in het hogere segment terugvond. HTC verraste vriend en vijand door onverwachts óók een middenklasser te lanceren: de Desire 610 die vanaf mei voor 299 euro over de toonbank moet gaan. Met een 4,7" scherm, quadcore 1,2 GHz-processor én 4G-connectiviteit kun je bezwaarlijk stellen dat de specificaties niet voldoende zijn voor heel wat consumenten. "Hoogwaardige functionaliteit tegen een aantrekkelijke prijs, zonder in te leveren op kwaliteit. Vooral met dat laatste willen we toch het verschil met de concurrenten in het middengamma maken", vat Mark Moons, general manager Western Europe het samen. Alle nieuws uit het Mobile World Congress in Barcelona, leest u op onze website: http://datane.ws/mwc14dn Kristof Van der Stadt