Toegegeven, 2014 was een recordjaar, zodat een terugval in het aantal inzendingen misschien toch niet zo vreemd lijkt. Maar evengoed is zo'n terugval een wat ironische paradox onder een regering die uitgerekend 'e-government' en een digitale interactie tussen overheid en burgers hoog in het vaandel voert.
...

Toegegeven, 2014 was een recordjaar, zodat een terugval in het aantal inzendingen misschien toch niet zo vreemd lijkt. Maar evengoed is zo'n terugval een wat ironische paradox onder een regering die uitgerekend 'e-government' en een digitale interactie tussen overheid en burgers hoog in het vaandel voert. De paradox schuilt eveneens in de tweespalt dat de overheid enerzijds wél meer 'e-government' wenst, maar tegelijk de overheidsdiensten dwingt om twintig procent op hun ict-uitgaven te beknibbelen. Of hoe dit blijkbaar niet resulteert in 'meer met minder', dan wel in 'minder met minder'. In het bijzonder waren er minder grote projecten. De jury kijkt dan ook uit naar het aantal inzendingen in de komende edities, of dit een trend wordt (dan wel een eenmalige 'blip', omdat er gewoon minder projecten werden opgezet door de onzekerheid in het voorbije jaar inzake beschikbare budgetten). De jury wees in ieder geval op het gevaar dat de overheid door besparingen op ict-projecten niet zelden ook operationele en structurele besparingen misloopt. Ook dit jaar was er een brede verscheidenheid aan projecten, wat bemoedigend is. Het wijst erop dat schier alle aspecten van overheidsactiviteiten, op alle niveaus, in aanmerking komen voor (meer) digitalisering. De jury waardeerde tevens dat dit jaar ook meer projecten een rechtstreekse ondersteuning van beheer- en beleidsfuncties boden. De tools uit de voorbije jaren, bestemd om data te verzamelen, blijken nu die nieuwe management gerichte projecten te voeden. Wel viel daarbij op dat het gebruik van 'open data' nog niet echt aan een grote doorbraak toe is, zij het dat het inzicht van wat open data vermag, wel groeit. Evenals in de voorgaande editie, werden de projecten dit jaar beoordeeld op gebruiksvriendelijkheid, rendabiliteit, innovatie, samenwerking en open data, naast een 'award' voor het 'beste project'. In de jury zetelden dit jaar Erwin De Pue (Dienst Administratieve Vereenvoudiging), Jeanne Schreurs (UHasselt), Joep Crompvoets (KULeuven), Carlos De Backer (UAntwerpen), Joris Voets (UGent) en Guy Kindermans (voor Data News). Telde de jury een aantal liefhebbers van landkaarten onder haar leden ? Feit is dat het 'Cartesius' project van het Nationaal Geografisch Instituut (NGI) op heel wat bijval kon rekenen. Met Cartesius worden tienduizenden landkaarten, luchtfoto's en andere geografische afbeeldingen uit vier federale instellingen (het NGI zelf, het Rijksarchief, de Koninklijke Bibliotheek en het Museum voor Midden-Afrika) digitaal ontsloten en laagdrempelig toegankelijk gemaakt voor iedereen, van burger tot specialist. Het project ging medio 2015 'live', na een voorbereiding gedurende zes jaar, en scoorde in de eerste maand al meer dan 75.000 unieke bezoekers. Deze kunnen bij Cartesius terecht langs een portaal in de drie landstalen en het Engels, voorzien van een sterke opzoekfaciliteit. Bij de ontwikkeling werd gemikt op een intuïtief gebruik, ook door leken, naast de mogelijkheid voor zeer specifieke opzoekingen door specialisten. Hiervoor werden van bij de aanvang van het project de doelgroepen bij de ontwikkeling betrokken. Tegelijk werd ervoor gezorgd dat ook tijdens drukke bezoekperioden de site voldoende performant blijft - een belangrijk gebruiksaspect. Meer nog, de site werd tevens zo 'licht' mogelijk gehouden, om ook gebruikers vanuit Midden Afrika (met beperkte datadebieten) een vlotte toegang te bieden (wat met succes werd getest). Uiteindelijk hoopt Cartesius door het vlotte gebruik een samenwerking met een verscheiden groep belangstellenden te creëren : overheden, leerkrachten, heemkundige kringen, toeristische diensten, onderzoekers, media en dies meer. Zij kunnen dan deze informatie koppelen aan hun eigen collecties en historische bronnen, en aanwenden in tal van apps. Wees gewaarschuwd : Cartesius is zo'n site waar je langer dan je denkt, blijft ronddwalen... RUNNER-UPS 'Travelers online' FOD Buitenlandse zaken, Buitenlandse handel en Ontwikkelingssamenwerking 'Project Optimalisatie Straatparkeren' (PROOST) - Stad Gent Rendabiliteit betekent centen en cijfers, en liefst een smak besparingen. Daar pakt eWallonie Bruxelles Simplification dan ook heel erg concreet mee uit. Immers, door gebruik te maken van de webinterface voor de 'Banque carrefour d'échange de données' (BCED), kunnen de gebruikers (van een aantal initiële diensten) samen al meteen een jaarlijks voordeel van ca. 1,3 miljoen euro boeken, en over twee jaar zelfs "een tienvoud van dit bedrag." Daar tegenover staat een kostprijs van 285.000 euro (over twee jaar gespreid), voor de ontwikkeling (vanaf de analyse). Concreet realiseren de gebruikers hun besparingen omdat ze informatie waarover de overheid al beschikt, niet meer opnieuw moeten invullen. Met de interface wordt een moduleerbaar uniek loket gebouwd, beschermd door een ID- en toegangsbeveiliging. Dat alles moet later resulteren in een 'toekomstig tool, voor een gebruik op grote schaal bij het raadplegen van data uit authentieke bronnen door Waalse en gemeenschapsdiensten.' De interface wordt dan ook gratis aangeboden aan diensten die niet op eigen initiatief een dergelijke investering kunnen doen, en zo toch vlot authentieke bronnen kunnen koppelen aan hun kerntoepassingen. In deze categorie waren overigens een aantal sterke projecten, die niet alleen eindgebruikers besparingen opleverden, maar ook een hoog rendement dank zij meer efficiëntie voorlegden. Of een strak beheer (van o.a. vastgoed) mogelijk maakten. Kortom, het was een categorie met een behoorlijk levendige concurrentie, wat de award nog wat meer glans verleent. RUNNER-UPS 'G-Cloud IAAS' - Hulpkas voor Ziekte- en Invaliditeitsverzekering 'E-deposit' - FOD Justitie Een kniesoor zou kunnen opmerken dat het dit jaar toch wat ontbrak aan projecten die innovatief echt met kop en schouders boven de anderen uitstaken. Maar innovatie om de innovatie mag geen doel op zich zijn. Bij de Hulpkas voor Ziekte- en Invaliditeitsverzekering was de ict-infrastructuur in 2015 'toe aan een grondige vernieuwing', en dat had natuurlijk kunnen resulteren in een klassieke aanschaf van nieuw materiaal. Er werd evenwel besloten om samen met Smals vzw een beroep te doen op een beheerde 'infrastructure as a service' (IAAS). Toegegeven, een 'cloud'-omgeving is niet nieuw, maar het project van de Hulpkas mag een voorbeeld heten van hoe efficiënt gebruik wordt gemaakt van de nieuwe mogelijkheden. Zo werd de volledige ict-infrastructuur - goed voor een 250 virtuele servers - overgezet naar de cloud, inclusief 'legacy'-toepassingen ('een belangrijke mijlpaal' in het gebruik van de cloud). Bovendien heeft de overgang ook geleid tot een grondig herdenken van bestaande processen en het organisatiemodel, met voortaan 'meer aandacht voor de evolutie in de toepassingsportfolio' en dat 'volledig losgekoppeld van de onderliggende infrastructuur.' Die cloudinfrastructuur is generiek opgezet, zodat ook andere overheidsinstellingen er gebruik kunnen van maken, en ressorteert onder een Cloud Governance Board (waarin de deelnemende instellingen zetelen). Het hele project kende voorts een bijzonder snelle uitvoering, en werd in minder dan zes maanden geklaard. Het omvatte zowel het opzetten van de generieke cloudomgeving als het uitvoeren van het migratieplan. En natuurlijk geniet de Hulpkas voortaan ook van een infrastructuur (in de toekomst zelfs een Platform as a Service, naargelang toepassingen worden herschreven) waar slechts voor het reële gebruik moet worden betaald. Kortom, een project dat een gedegen gebruik maakt van de nieuwe mogelijkheden. RUNNER-UPS 'Raileye' - NMBS Crowdsource stadsplan - Stad Antwerpen Niet zelden weerklinkt bij 'e-gov'-projecten de verzuchting dat er minder wordt samengewerkt door overheidsdiensten, dan digitale omgevingen mogelijk maken. Dat kan gaan van telkens weer 'het wiel uitvinden' (elkaars software niet overnemen) tot niet het volle pond halen uit gedeelde informatie. Het 'Datawarehouse arbeidsmarkt en sociale bescherming'-project kan wat dat laatste betreft, niet worden terechtgewezen, wel integendeel. Het beoogt 'de koppeling en geïntegreerde ontsluiting als open data van sociaal economische gegevens afkomstig van de instellingen uit de Belgische sociale zekerheid.' De lijst van 19 samenwerkende instellingen leest dan ook als een 'who's who' van de sociale zekerheid, met zowel federale als regionale en technologische spelers. Door relevante gegevens over een periode van meerdere jaren samen te brengen in een gegevenspakhuis, wordt een databron gecreëerd die snel voorziet in de informatiebehoeften van wetenschappelijk onderzoek, en ter ondersteuning van de beleidsvorming. Concreet gaat het over duizenden goed beschreven variabelen, met gegevens over een periode van 15 jaar. Bovendien worden de gegevens samengevoegd en beschikbaar gesteld als open data, op een wijze die de toegankelijkheid verhoogt (met eerbiediging van de regels inzake privacy). Via webtoepassingen zijn gegevens zelfs beschikbaar voor het grote publiek, naast meer gespecialiseerde toepassingen. Met het oog op een optimale samenwerking, wordt het project tevens gestuurd door twee werkgroepen, in casu een beheersgroep (de openbare instellingen die deel uitmaken van de KSZ) en de gebruikersgroep (met het oog op de verdere ontwikkeling van de toepassingen). Absoluut een terechte winnaar, dit project. RUNNER-UPS 'Evenemententoepassing' - 13 gemeentebesturen 'BINC' - Agentschap Jongerenwelzijn Het gebruik van vrijelijk beschikbare data in toepassingen van de overheid en van derden, blijft nog steeds een ietwat moeizame aangelegenheid. Om dat te stimuleren werd in de e-Gov awards dan ook een specifieke award hiervoor voorzien. Maar alle spelers zoeken nog wat hun weg doorheen de technologieën en puzzelen nog wat over de mogelijke toepassingen. In Oostende wil men er echter werk van maken, met als resultaat het DO2 project : 'Digitaal, Open Data en Oostende'. De basis voor het project wordt gevormd door de datasets die al een aantal jaren worden samengebracht in een gestructureerde databank. Nu wil Oostende die gegevens ook aanbieden aan burgers en andere overheden, "gerecycleerd tot open data [... ] zonder meerwerk" en "zonder extra budget. " Oostende kon hiervoor putten uit het kennisplatform van de Europese 'smart cities' waar het deel van uitmaakt, evenals de ervaring die al werd opgedaan in een stad als Gent. Zo worden niet alleen eigen (continu bijgewerkte) datasets geïntegreerd, maar eveneens open datasets van derden (zoals van Westkans). Oostende wil voorts nu graag "met plezier dat extra duwtje geven" om nog meer koppelingen met andere databanken op te zetten. De data worden gestructureerd en met filtermogelijkheden online aangeboden in een portaal. Niet alleen zullen de eigen applicaties van een open data-luik worden voorzien, maar graag ook applicaties van derden. Daarbij wil Oostende een beroep doen op "pientere techneuten, it-wonderkids en avontuurlijke hackers om slimme en verassende dingen te doen met onze data. " (sic) Of "dat er nog heel wat "toekomstmuziek in dit project zit. " RUNNER-UPS 'Mobidiv' - FOD Mobiliteit en transport 'Vastgoeddatabank van de Vlaamse Overheid' het Facilitair bedrijf van de Vlaamse Overheid Soms vraag je je af waarom iets nog geen jaren eerder werd gedaan.... De Vastgoeddatabank van de Vlaamse Overheid lijkt zo'n bedenking op te roepen. Immers, als het gaat om meer dan 90.000 percelen en 2.900 gebouwen zou je denken dat je toch over een stevige datalijst moet beschikken voor een goed beheer. Met de Vastgoeddatabank is nu al dat vastgoed van de Vlaamse Overheid in één databank samengebracht, in een formaat dat zich leent voor 'open data'. De data worden door middel van een invoermodule decentraal bijgewerkt, en er staan tools ter beschikking om van de data gebruik te maken. Meteen vormt deze databank ook de authentieke bron voor het vastgoed van de Vlaamse overheid, met de samenwerking van nog een rist andere instellingen (zoals Ruimte Vlaanderen en Wonen Vlaanderen, het Vlaams Energie Agentschap, het Vlaams Energie Bedrijf, het Agentschap Onroerend Erfgoed, het Dpt Leefmilieu, Natuur en Energie, evenals het Agentschap Informatie Vlaanderen). De toegang tot de data verloopt via een eigen geoportaal, alsook in Geopunt (van het Agentschap voor Geografische Informatie). Wat de voordelen van zo'n databank zijn inzake beheer (beschikbaarheid, energie aspecten etc), behoeft weinig uitleg. Voor een beperkte jaarlijkse kost (jaarlijks ca. 60.000 euro aan externe ondersteuning, en anderhalve VTE intern) kunnen de baten worden geplukt. Maar daarnaast mag dit project de award voor het 'beste project' voorts ook nog claimen omdat het in verschillende awards-categorieën consistent goed scoorde (zoals open data) en omwille van een mooie mix van technologieën, aldus de jury. En natuurlijk ook omwille van de maatschappelijke relevantie. Immers, met deze databank kan de Vlaamse overheid toch iets makkelijker dat vastgoed beheren als een 'goede huisvader', zoals alle andere huisvaders die hun eigen huis koesteren... RUNNER-UPS Cartesius - NGI Terra - Vlaams Energiebedrijf Guy Kindermans