Het Belgische Rode Kruis is een instelling van openbaar nut met een federale structuur. De dienstverlening en de activiteiten van de Vlaamse, Franse en Duitstalige afdeling en van de deels tweetalige afdeling Brussel-Hoofdstad zijn autonoom. Het geheel wordt gecoördineerd door de Vlaamse en de Franse Gemeenschap. Het Rode Kruis is vooral bekend om zijn humanitaire acties en bloedinzamelingen. Deze opdrachten worden uitgevoerd door twee aparte diensten, de Services Humanitaires en de Service du Sang.
...

Het Belgische Rode Kruis is een instelling van openbaar nut met een federale structuur. De dienstverlening en de activiteiten van de Vlaamse, Franse en Duitstalige afdeling en van de deels tweetalige afdeling Brussel-Hoofdstad zijn autonoom. Het geheel wordt gecoördineerd door de Vlaamse en de Franse Gemeenschap. Het Rode Kruis is vooral bekend om zijn humanitaire acties en bloedinzamelingen. Deze opdrachten worden uitgevoerd door twee aparte diensten, de Services Humanitaires en de Service du Sang. Arnaud Guillaume: Met de recente komst van professor Danièle Sondag als administrateur-generaal is er heel wat veranderd. Mevrouw Sondag is namelijk administrateur-generaal voor de twee diensten samen. De Services Humanitaires zijn opgedeeld in operationele afdelingen, waaronder de lokale afdelingen, en ondersteunende entiteiten, waaronder it. Een zestigtal vestigingen beschikken over eigen it-systemen, met 2 tot 180 pc's naargelang de grootte van de afdeling en zowat 1.000 ondersteunde gebruikers. Het is zo dat de lokale afdelingen vooral met vrijwilligers werken. De humanitaire diensten tellen alles bij elkaar 645 werknemers en meer dan 9.000 vrijwilligers. Michel Drossart: Wij staan in voor alles wat te maken heeft met bloedtransfusies: bloedafnames, productie, distributie naar de ziekenhuizen en beheer van deze activiteiten. De kwaliteitsborging is voor ons erg belangrijk, daarom hebben we onlangs de ISO 9001 certificering behaald. De Service du Sang telt 375 werknemers van wie er 200 over een netwerkaansluiting beschikken, en wij ondersteunen een vijftigtal laptops voor de bloedinzamelingen. In totaal beheren we een twintigtal sites, waarvan er drie van grote vestigingen zijn. Onze activiteiten verschillen sterk van die van de humanitaire diensten. Michel Drossart: Vóór 1998 waren de bloedtransfusiecentra onafhankelijk en beschikten ze over eigen systemen zoals een S/36 van IBM, later gevolgd door Unix-systemen en eigen ontwikkelingen. Toen professor Sondag in 1998 de leiding kreeg, werden de interne ontwikkelingen vervangen door specifieke beheer- en transfusiesoftware, eProgesa van het Franse bedrijf Mak System. De infrastructuur is nadien geleidelijk uniform gemaakt, met centrale Aix-systemen en een vpn-netwerk. Vandaag beschikken we over een gecentraliseerd datacenter met Citrix-computers en WebSphere als applicatieserver. Wij werken trouwens met key users op de verschillende sites om de kwaliteit van de implementaties te testen. Arnaud Guillaume: Bij de Services Humanitaires is de it nauwelijks 15 jaar oud want pas in 1998 werd voor het eerst over informatisering nagedacht. Vandaag hebben we een vpn-netwerk dat geënt is op het Bilannetwerk van Belgacom, met een zestigtal aangesloten sites en 500 computers. De centrale systemen worden gehost in het Wallonie Data Center van Villers-le-Bouillet, waar zich trouwens ook het datacenter van de Service du Sang bevindt. Onze grootste uitdaging is dat de it-infrastructuur gebruikt moet kunnen worden door vrijwilligers "van 7 tot 77 jaar". Alles is dus webbased, met verschillende veiligheidsniveaus. Aangezien onze activiteiten zeer specifiek zijn, vinden we op de markt nauwelijks aangepaste software. Daarom hebben we onze eigen programma's ontwikkeld zoals Adabase, een systeem voor het onthaal van de asielzoekers van Fedasil (Federaal Agentschap voor de Opvang van Asielzoekers nvdr.) dat vandaag trouwens gebruikt wordt door nog andere organisaties. Een ander voorbeeld van eigen ontwikkeling is het project Odin, wat staat voor 'Organisation et Diffusion de l'Information', waarvoor wij samenwerken met het Comité Consultatif de Bioéthique de Belgique, Créatel en de universiteit van Luik. Hieruit is een softwareprogramma ontstaan voor het beheer van de Actions Préventives de Secours (APS). Dit programma helpt de mensen op het terrein die belast zijn met het administratieve beheer van de APS en vergemakkelijkt de functionele links met de departementen. Arnaud Guillaume: Dit jaar zijn de eerste concrete stappen gezet om te komen tot meer synergie. Ik ben aangesteld als verantwoordelijke voor ontwikkelingen, methodologie en vakprocessen, terwijl Michel Drossart zich zal bezighouden met de infrastructuur. We vormen een team van een vijftiental personen, gelijk verdeeld over de twee takken van een eengemaakte it-dienst. Michel Drossart: Het is ook leuk om vast te stellen dat it voortaan niet meer het vijfde wiel aan de wagen is. It maakt nu integraal deel uit van de activiteiten van het Croix Rouge en neemt daar een almaar belangrijker plaats in. Professor Sondag staat overigens zeer open voor nieuwe technologieën. Arnaud Guillaume: Sinds januari 2008 volgen we een plan dat loopt tot 2009-2010 en waarbij we de platforms geleidelijk laten samensmelten om te komen tot één enkele infrastructuur. Dat zal ook kostenbesparingen opleveren, vooral op netwerkniveau met het WIN waarvan we een van de grote klanten zijn, of nog voor de aankoop van pc's. Op de Service du Sang gaan we overschakelen van Unix op RS/600-mainframes naar Aix met pSeries 5-systemen en software van Oracle RAC en WebSphere. We hebben onze Linux-werkstations opgegeven en vervangen door pc's. Er zal bovendien een nieuw gemeenschappelijk netwerk worden geïnstalleerd. Michel Drossart: We zullen al onze technologieën tegen het licht moeten houden en kijken naar de behoeften van de gebruikers. We hebben in samenwerking met Informatic Services al een gemeenschappelijke servicedesk geïnstalleerd op basis van de Synexsis tool. Daarna gaan we met het WIN en onze partner Sylis bekijken hoe we de infrastructuur kunnen heropbouwen. Andere mogelijke synergieën worden onderzocht, bijvoorbeeld voor de boekhouding. Wat de servers betreft, gebruiken de Services Humanitaires al sinds 2004 virtualisatiesoftware van VMware, eerst in de test- en ontwikkelingsomgeving, daarna in de productie. We waren dus bij de eersten. We zijn op die manier van 45 servers naar 4 bladeservers met San gegaan. Een ander project voor de toekomst is het gebruik van voice-over-ip en videoconferencing, vooral rekening houdend met onze zeer sterke decentralisatie. Arnaud Guillaume: Vandaag moeten we nauwer samenwerken met de business en de kwaliteit van onze dienstverlening aan de gebruiker nog verder verbeteren. Gelukkig beseft de directie het belang van de informatica voor onze activiteiten. Professor Sondag heeft een langetermijnvisie en betrekt het it-departement bij alle belangrijke beslissingen. Michel Drossart: Het is essentieel dat we op de hoogte zijn van de business, omdat de keuzes gemaakt worden met de mensen op het terrein en de departementen. Die voortdurende wisselwerking is een verrijkende ervaring. Arnaud Guillaume: We hebben dit jaar vijf nieuwe medewerkers in dienst genomen. Een van de leuke kanten van onze job bij het Croix Rouge is de flexibiliteit en de veelzijdigheid. De werkdruk ligt hier een stuk lager dan in de banksector bijvoorbeeld. Maar wie hier werkt moet natuurlijk achter het charter, de geest en de principes van de organisatie staan en uit het juiste humanitaire hout gesneden zijn. Ik kan er ook bij zeggen dat we wat ontwikkeling betreft nu al werk hebben voor de komende twee jaar. Arnaud Guillaume: Nee, zeker niet. Onze leveranciers, ook de it-leveranciers, moeten ons charter naleven dat gestoeld is op de principes van menselijkheid, onpartijdigheid, neutraliteit, onafhankelijkheid, vrijwilligerswerk, eenheid en universaliteit. Het Internationale Rode Kruis heeft trouwens wereldwijde akkoorden gesloten met een aantal leveranciers die ons speciale voorwaarden geven. We gebruiken bijvoorbeeld de software van Microsoft voor zowel desktops als servers. Dat verklaart waarom je hier weinig opensource-software vindt. Marc Husquinet