Het belangrijkste pluspunt van een gecentraliseerde dataopslag is natuurlijk dat u veel beter kunt regelen wie waar toegang toe heeft en hoeveel data hij of zij mag opslaan. Bovendien is het ook een stuk makkelijker om er back-ups van te maken. Als we gaan vertrouwen op een soort van reusachtig grote centrale harde schijf in het netwerk - want dat is een centraal opslagsysteem in essentie - dan stellen we wel een paar eisen. Zo moet het werken met een opslagsysteem op afstand snel zijn, want anders gaan gebruikers misschien veel liever toch maar lokaal werken. Bovendien moet het bedrijfszeker zijn: het systeem mag niet down gaan en data mag niet verloren gaan als er al eens een harde schijf de geest geeft.
...

Het belangrijkste pluspunt van een gecentraliseerde dataopslag is natuurlijk dat u veel beter kunt regelen wie waar toegang toe heeft en hoeveel data hij of zij mag opslaan. Bovendien is het ook een stuk makkelijker om er back-ups van te maken. Als we gaan vertrouwen op een soort van reusachtig grote centrale harde schijf in het netwerk - want dat is een centraal opslagsysteem in essentie - dan stellen we wel een paar eisen. Zo moet het werken met een opslagsysteem op afstand snel zijn, want anders gaan gebruikers misschien veel liever toch maar lokaal werken. Bovendien moet het bedrijfszeker zijn: het systeem mag niet down gaan en data mag niet verloren gaan als er al eens een harde schijf de geest geeft. Zogenaamde redundante systemen zorgen voor bedrijfszekerheid. Dat zijn vaak dubbele systemen, waarvan het dubbel alle taken overneemt als het originele hardwareonderdeel uitvalt. Dat kunnen we doen met voedingen, processoren, geheugen en harde schijven, tot en met complete computers of appliances dubbel uitvoeren. Bij opslagsystemen hebben we nog wat meer keuze: een RAID-systeem. Het bekendste is RAID-1 en dat is een dubbel systeem: een even aantal harde schijven en elke tweede schijf is een exacte kopie van de eerste. U kunt dus maar de helft van de totale schijfcapaciteit gebruiken, maar het is wel erg veilig: als een schijf van zo'n "gespiegeld" paar uitvalt, kunt u gewoon verder werken aan de volle snelheid. Moderne opslagsystemen maken het meest gebruik van RAID-5. Dat is een compromis waarbij een miniem aantal (vaak slechts één of twee) schijven gebruikt worden om een soort controlewaarde van de data op de andere schijven bij te houden: als dan een schijf uitvalt, kan de combinatie van de controlewaarde en ontbrekende data gebruikt worden om die data te herberekenen. U kunt bij RAID-5 dus ook verder werken als een harde schijf de geest geeft, maar aan een iets gereduceerde snelheid. Een alternatieve opslagmethode van RAID-5 is dat de controlewaarde over alle aanwezige harde schijven verdeeld worden in plaats van die op één of twee schijven te zetten. U kunt ook een zogenaamde 'hot spare' of reserveschijf voorzien die de taken van een kapotte schijf overneemt: in dat geval kunt u aan de volle snelheid verder werken, maar dat kost u dus wel een extra harde schijf die niet voor de normale opslag gebruikt kan worden. We komen tegenwoordig nog maar twee soorten nas-appliances tegen. Ofwel zijn ze gebaseerd op Windows (met name Windows Storage Server 2003), ofwel draaien ze onder Linux. Alleen Sun levert nog een derde alternatief en wel Solaris. Uit onze testen blijkt, dat het vanuit het standpunt van de werkstations weinig uitmaakt welk soort nas u kiest: beide soorten werken perfect vanaf een Windows- of een Linux-client. Er zijn niettemin een paar voor- en nadelen. Een Windows-gebaseerde nas vereist een krachtigere computer en zal dus een snellere processor en meer geheugen nodig hebben dan een nas op basis van Linux. Het grootste voordeel van de Windows-gebaseerde nas heeft te maken met vertrouwdheid. U kunt vanuit de beheerinterface zowat alles configureren wat u op een Windows 2003 server aantreft. Als u weinig of geen ervaring heeft met het beheer van Windows servers, is dat natuurlijk niet van belang. Bovendien kunt u een Windows nas probleemloos integreren in een Windows domein en uiteraard ook in Active Directory. Dat is gewoonlijk niet of mits beperkingen mogelijk met een Linux systeem en dan moet u dus in het slechtste geval zelf alle gebruikers, gebruikersgroepen en hun rechten gaan intikken en configureren. De grootste nadelen van een Windows nas hebben we hoger al aangestipt en daar is het sleutelwoord dus 'beveiliging'. We deden een beroep op de eTestingLabs NetBench serverbenchmark (versie 7.03) met de standaardinstellingen. eTestingLabs werd overgenomen door VeriTest en dat werd op zijn beurt weer overgenomen door dienstenleverancier Lionbridge. Daardoor is helaas de distributie en ondersteuning van alle benchmarksoftware van eTestingLabs gestaakt. Zolang er niets beters beschikbaar is, zullen wij NetBench echter blijven gebruiken. Wij hingen in totaal 50 clients aan de server, allemaal draaiend op gangbare desktop-pc's of notebooks onder Windows XP of Vista. Op elke fysieke pc draaiden meerdere virtuele NetBench-clients (hoeveel is afhankelijk van de clientmix die de benchmark op een gegeven ogenblik nodig heeft). De test gebeurt met Gigabit Ethernet-netwerkkaarten in de desktopclients. De te testen server en de client-pc's hingen in hun eigen aparte testnetwerk, verbonden via een Gigabit-switch. De NetBench-clients belasten de server maximaal; in een werkelijke productie-omgeving komen dit soort belastingsniveaus zelden voor. Onze testopstelling simuleert dus een veel groter netwerk. De te testen nas werd als fileserver geconfigureerd onder het door de leverancier geleverde besturingssysteem. De enige aanpassing die wij deden voor onze test was het aanbrengen van een testdirectory en die toegankelijk maken via het netwerk voor de Windows-client-pc's. Voor het overige gebruikten we de standaardinstellingen van de server en het daarop aanwezige besturingssysteem. Het is dus best mogelijk dat u betere prestaties krijgt door het tunen van de instellingen als dat mogelijk is bij uw nas. De NetBench benchmark levert een rapport af dat zeer uitgebreid is. Omdat deze resultaten natuurlijk zwaar afhankelijk zijn van het precieze aantal clients dat op een gegeven moment met de fileserver werkt, hebben we dit herleid tot een maximaal gemiddelde werksnelheid in Mbit/s per client. Het eindresultaat is met andere woorden de hoogst mogelijke werksnelheid van een zo hoog mogelijk aantal gelijktijdig werkend clients op de server. We bepalen bij hoeveel gelijktijdige clients de hoogste werksnelheid bereikt wordt vooraleer de resultaten afvlakken of zelfs dalen. Praktische beperkingen nopen ons echter het aantal clients te limiteren tot 60. Als een NAS 60 clients haalt en de tendens stijgend is, is zo'n nas dus sneller dan onze huidige benchmark kan meten. Voor de scoreberekening hebben we deze hoogste werksnelheid genomen en deze afgewogen tegen het aantal clients dat actief was en of de prestatie nog steeg of niet. Hoe hoger deze testscore, hoe beter de netwerkprestaties van de nas of fileserver. De rekmodellen met Windows Storage Server 2003 lijken uiteraard op elkaar qua mogelijkheden en zeker qua beheerinterface. Windows Storage Server 2003 heeft namelijk software aan boord om volledig via een webinterface beheerd te kunnen worden, NAS Manager geheten, en we moeten zeggen dat het er erg fraai uitziet. Microsoft levert met Windows Storage Server 2003 dus een kant-en-klare oplossing voor het bouwen van een nas: de producent moet alleen het systeem hardwarematig bouwen en zijn logo's in de software zetten. Met deze Windows-gebaseerde oplossing is er natuurlijk geen enkel probleem om de nas te integreren in een Windows-domein. Ook NetWare, Unix/Linux en de Apple Mac worden echter niet vergeten en volwaardig ondersteund. NAS Manager heeft een voorziening om de inhoud van het opslagsysteem naar een andere machine te back-uppen, maar een fabrikant voegt vaak een eigen keuze van netwerkback-upsoftware bij het systeem. Het webbeheer van Microsoft geeft de traditionele mogelijkheden tot beheer van de schijven en de gebruikers die er toegang toe hebben, maar gaat verder dan bij andere nas-systemen. U kunt alles configureren wat gewoonlijk bij een Windows-server mogelijk is en Microsoft heeft ook allerlei pagina's met informatie en statistieken voorzien. Heel leuk allemaal en perfect bruikbaar in Windows-gerichte netwerken. De RAID-configuratie kan volledig in software binnen de Windows-serversoftware opgelost te worden, en hoeft dus niet in hardware. Vanaf Windows Storage Server 2003 R2 verloopt het beheer niet meer via een pure webinterface, maar via een MMC-console die via RDP (Remote Desktop Protocol) en desktopverbindingen op afstand opgeroepen en bediend kan worden. Het gevolg is dat u voor het op afstand beheren van deze nas ofwel een RDP-client nodig hebt ofwel verplicht Internet Explorer met ActiveX-ondersteuning. Dat laatste is nodig omdat de webinterface een ActiveX-client activeert die in feite een RDP-client is. Beheer via Firefox of een andere browser dan IE zit er dus standaard niet meer in (tenzij u een ActiveX-plugin in Firefox geïnstalleerd had en dat bevelen we om veiligheidsredenen niet aan) en beheer via Linux of een ander besturingssysteem dus ook niet. De MMC-beheerinterface biedt een overzichtelijk geheel van beheerlinks naar de gebruikelijke beheerdialogen van Windows. Webbeheer zoals vroeger met Firefox en andere browsers en platformen is dan niet meer mogelijk. Als u tot dusver voornamelijk Windows 2000 configuraties gewend was, moet u wel even opletten bij het aanmaken van shares. Windows 2003 maakt een share namelijk bij verstek voor alleen-lezen en u moet er dus aan denken gebruikers of gebruikersgroepen rechten voor lezen en schrijven te geven. HP biedt in de StorageWorks serie een systeem om klassieke torenmodelservers om te toveren in een 19-inch-rekkast. De Ai0 600 NAS die we voor deze test kregen is maar liefst vier rekeenheden hoog en biedt een hardware RAID-systeem van zes 146 GB SAS (Serial Attached SCSI)-schijven, waarvan één als reserveschijf ("hot spare") dient. Naar wens kunnen dat uiteraard ook SATA (Serial ATA)-schijven zijn en de AiO 600 heeft verder nog aansluitingen om extra drivechassis te kunnen aansluiten waarin SAS en SATA desgewenst gemengd kunnen worden. HP leverde ons ter demonstratie een chassis mee waarin vier SAS-schijven van 300 GB zaten plus vier SATA-schijven van 750 GB. HP koos gaf de MMC-console van Microsoft de naam 'HP All-in-One Storage System Manager'. Als u die aanroept via Internet Explorer, opent zich niet de hele Windows desktop, alleen de Storage System Manager. HP gaf de MMC-console eigen kleuren en voegde verder nauwelijks iets toe. Iomega levert met de StorCenter Pro 450r een één rekeenheid hoge zwarte pizzadoos op basis van Windows Storage Server 2003. Iomega breidde de MMC-beheerconsole van Microsoft flink uit met extra functies en een voorpagina die bijna een dashboard is. Voor de eerste installatie levert Iomega het netwerkontdekkingsprogramma NAS Discovery mee dat uw nas in het netwerk vindt en dan voor u de beheerinterface oproept. Als u het ip-adres van uw nas kent, kunt u natuurlijk of zelf de beheerinterface tevoorschijn toveren zonder extra software. Iomega doet het qua prestaties eerder pover in vergelijking met de meeste andere deelnemers in deze test en goedkoop is hun StorCenter Pro 450r ook al niet echt. Sun gebruikt een combinatie van een san en een nas. De technologie is san, maar door een extra appliance met nas-software in de san te hangen, kan het geheel als nas gebruikt worden. Bij de ons geleverde configuratie zat een san-appliance van twee rekeenheden hoog met alle harde schijven: 16 sas-schijven van 146 GB elk. Die werd dan met glasvezel gekoppeld aan de nas-appliance. Deze laatste biedt dan de Gigabit Ethernet-aansluitingen, werkt onder Solaris en kan volledig worden beheerd via een Java-beheerconsole en die roept u op met uw webbrowser. De Java-beheerconsole heeft een duidelijke boomstructuur met alle elementen van san en nas en u kunt er erg makkelijk doorheen navigeren en alles bekijken en instellen. Standaard ondersteunt deze nas Windows-shares (naast Linux/Unix-toegang) en u kunt zelfs virusdetectie inschakelen om te voorkomen dat Windows-clients ooit besmette bestanden voorgeschoteld krijgen. Van Sun krijgt u erg goede prestaties en een indrukwekkende functionaliteit. Het Scandinavische Tandberg levert al een paar jaar onder de naam StorageCab nas-appliances gebaseerd op Windows 2003 Storage Server. Bij dit model 6000 vinden we aan RAID-5 van zes harde schijven met het besturingssysteem op twee kleinere schijven in RAID-1. Tandberg gebruikte Intel hardware voor de nas en veranderde niets aan de beheerinterface van Windows Storage Server. Een rariteit die we tegenkwamen: een oud Gateway toetsenbord kon deze appliance doen crashen zodra Windows gestart was en een toets aangeraakt werd. We praten over volledig vastlopen, alleen herstelbaar door de spanning uit te schakelen en te herstarten. Dat toetsenbord werkt nochtans prima met alle computers waarop we dat daarvoor aangesloten hadden. Zodra we een ander toetsenbord gebruikten, ging het wel goed en konden we de Tandberg nas aanpassen aan onze wensen. Qua prestaties blijkt deze StorageCab 6000 een middenmoter. Van Ronver kregen we een op Intel-hardware gebaseerde X3 WSS Storage Tower. Die WSS staat voor 'Windows Storage Server'. In het model dat ons geleverd werd zaten zes SATA-schijven van 500 GB elk en de computer had maar liefst 4 GB RAM aan boord, wat voor een nas indrukwekkend veel is. Ook hier gaat het beheer via de Microsoft MMC-console en X3 heeft die niet aangepast, alles is nog origineel van Microsoft. Een beetje hinderlijk is wel dat X3 ook de volledig dichtgetimmerde instellingen van Windows 2003 niet aangepast heeft, waardoor de initiële configuratie op afstand onmogelijk blijkt. U moet dus echt een console op de nas aansluiten en eerst de juiste rechten voor beheer op afstand toewijzen. Navraag bij leverancier Ronver leert ons, dat dat echt wel de bedoeling is. De meeste van hun klanten zijn kmo's en die willen graag een zwarte doos die ze maar gewoon moeten inpluggen en gebruiken, zonder beheer. De nas wordt dus volledig geconfigureerd volgens de wensen van de klant geleverd en hij hoeft dus zelf niets te beheren. Daarom staat al het beheer op afstand standaard uitgeschakeld. De X3 NAS presteert niet slecht, maar stagneert al bij 30 clients en daalt dan licht tot 45 clients, waar de prestaties vrij verrassend ineens omhoog gaan en dan weer dalen. De prestatieverschillen tussen SAS- en SATA-gebaseerde nas'en blijken wel erg duidelijk in het voordeel van de SAS-uitgeruste. De HP StorageWorks AiO 600 levert de hoogste pure nas-prestaties van allemaal, maar hij blijkt ook het duurst per Gigabyte. Nemen we ook functionaliteit in aanmerking, dan blijkt de Sun StorageTek ST5320 de toppresteerder. En kijken we tenslotte naar de prijs, dan blijkt het aanbod van X3 zo goedkoop, dat zij met een derde plaats qua prestaties de allerbeste koop worden en dus onze warme aanbeveling verdienen. z Johan Zwiekhorst