In 2003 besloot het Franse Ministerie van Cultuur om musea ook uit de content van traditionele grootsteden te halen. In dit kader werd in de zomer van 2010 het Centre Pompidou in Metz geopend en is het begin december 2012 de beurt aan het Louvre-Lens. Een museum dat werken zal tonen uit de reserves van het Parijse museum. Het beperkt zich tot de periode tussen 4.000 voor Christus en ongeveer 1.850, opgesplitst in drie perioden: de Oudheid, de Middeleeuwen en de Tegenwoordige Tijd.
...

In 2003 besloot het Franse Ministerie van Cultuur om musea ook uit de content van traditionele grootsteden te halen. In dit kader werd in de zomer van 2010 het Centre Pompidou in Metz geopend en is het begin december 2012 de beurt aan het Louvre-Lens. Een museum dat werken zal tonen uit de reserves van het Parijse museum. Het beperkt zich tot de periode tussen 4.000 voor Christus en ongeveer 1.850, opgesplitst in drie perioden: de Oudheid, de Middeleeuwen en de Tegenwoordige Tijd. In november 2004 werd de stad Lens gekozen als plaats voor dit nieuwe museum. Een investering van 150 miljoen euro voor deze voormalige mijnstad, die bijzonder hard getroffen wordt door de economische crisis, om nog maar te zwijgen van de sluiting van de kolenmijnen. Er was ook nog geen museum voor schone kunsten. Bovendien ligt de gekozen locatie pal in het stadsgebied, op een braakliggend terrein van 22 hectare (eigenlijk een voormalige mijn). Eind 2004 waren de technische studies en bezoeken aan de site voltooid (de autoriteiten verwachten 550.000 bezoekers per jaar). Er werd een architectuurwedstrijd gelanceerd, die in september 2005 werd gewonnen door het Japanse bureau SANAA. De structuur (28.000 m² gebouwen) bestaat uit een inkomhal die wordt gedomineerd door transparantie, glas en het gebruik van natuurlijk licht (met ondergronds de reserves en ambachten van het museum, zoals de herstelling van kunstwerken), die uitkomt op 2 vleugels, één met een tijdgalerij (die in chronologische volgorde de schilderijen van het Louvre en andere musea zal tentoonstellen) en de andere met tijdelijke tentoonstellingen. Op deze site vindt de bezoeker over de hele lengte en via enkele zachte bochten (om het oorspronkelijke profiel van de site te volgen) nog een glazen paviljoen (thematische tentoonstellingen), educatieve workshopruimtes, een auditorium en een restaurant, naast het personeelsgebouw (ongeveer 140 mensen, waarvan de helft instaat voor de werking zelf van het museum en de andere helft voor de veiligheid, enz.). Nexans was al partner van de renovatie van het Paleis van Versailles in 2007 (maar ook van 'Electriciens sans Frontières' bijvoorbeeld) en heeft zich ertoe verbonden om zowel de energie- als telecomkabels te leveren voor het toekomstige museum. Het gaat zowel om ondergrondse middenspanningkabels van 20 kV (om 3 verdeelkasten te voeden) als laagspanningskabels, meer bepaald kabels zonder halogeen in de lokalen (90 km kabels voor branddetectie en 20 km diverse kabels. Wat lagestroomkabels betreft, levert Nexans 70 km telecomkabels, 240 km LANmark 6A kabels van 10 Gbit (voor interactieve palen en computercontactdozen te verbinden), en 96 km van optische multimode glasvezel, 55 km optische monomode kabel en 220 patchpanelen en 55 optische panelen. Nexans verleent bovendien voorrang aan installatiegemak dankzij zijn Easyfil-technologie (de draden zijn voorgemonteerd met behulp van een afpelbaar bindmiddel voor een gemakkelijkere installatie en aansluiting), maar ook aan beveiliging dankzij de halogeenvrije kabels die de - voortaan niet-giftige - rookafgifte beperken in geval van brand en die de verspreiding van het vuur vertragen. De waarde van deze sponsoring wordt geschat tussen 700.000 en 1 miljoen euro over 3 jaar. De eerste leveringen begonnen in juni 2010 en half december van dit jaar was ongeveer 60 % van de behoefte aan bedrading geleverd (de overgrote meerderheid bestond uit laagspanningskabels). De oplevering van de werken is gepland voor half augustus 2012, en de officiële opening van het museum is voor 4 december 2012. We merken op dat twee Belgische fabrieken van de groep ook leveren aan het Museum (de groep heeft in ons land fabrieken in Huizingen, Buizingen, Charleroi, Erembodegem, Frameries en Dour).Marc Husquinet