Het internet met zijn vele diensten waaronder het world wide web, lijkt als een onvervreembaar recht elk hoekje en kantje van ons dagelijkse leven te doordesemen. Zo breed en zo grondig als geen van de oorspronkelijke opdrachtgevers of ontwerpers het ooit hadden voorzien (*), waardoor een aantal beslissingen uit de ontwerpfase zich nu duidelijk wreken.
...

Het internet met zijn vele diensten waaronder het world wide web, lijkt als een onvervreembaar recht elk hoekje en kantje van ons dagelijkse leven te doordesemen. Zo breed en zo grondig als geen van de oorspronkelijke opdrachtgevers of ontwerpers het ooit hadden voorzien (*), waardoor een aantal beslissingen uit de ontwerpfase zich nu duidelijk wreken. Gezien de huidige toestand van het internet, over welke beslissing van toen heeft Vint Cerf vandaag het meest spijt? "In 1977, na een jaar discussie over de adresruimte, hebben we gekozen voor een 32 bit adress space. Het ging immers om een experiment, dachten we, en daarvoor zouden 4,3 miljard adressen wel genoeg zijn. Na het experiment zou er immers wel een productieversie komen. Maar het experiment bleef maar doorgaan en van IPv4, de versie die we vandaag gebruiken zal de adresruimte ruwweg medio 2010 opgebruikt zijn. We bevelen dan ook iedereen aan om naast IPv4 parallel ook IPv6 in te voeren. Al het nodige is er, bij iedereen, bij Microsoft, Apple, Unix en Linux, de routers... maar de isp's hebben het nog niet ingevoerd. Niet dat het zo moeilijk is. Bij Google hebben we er 18 maanden over gedaan om het parallel op te zetten en dat met een klein team van ingenieurs. Er zijn dan ook niet zoveel plaatsen waar de code een 32-bit adres en niet een 128-bit adres verwacht te vinden. Eigenlijk lijkt het wat op de 'jaar 2000'-problematiek, maar dan zonder een onontkoombare 'deadline'. Wanneer de beschikbare adressen op zijn, zal het internet immers niet tot stilstand komen. Maar de isp's zullen dan wel merken dat ze een probleem hebben. Kortom, de adresruimte, that is what I really regret." Maar ook het gebrek aan sterke authenticatiemiddelen, betreurt Vint Cerf. Maar de eerste aanzet tot technologieën als digitale handtekeningen raakten pas bekend toen het ontwerp van internet al rond was. "Als ik toen had geweten wat ik nu weet, zou ik er keihard voor gepleit hebben," aldus Cerf, "ook al omdat ik het opzettelijk misbruik van het internet niet had voorzien." Virussen en malware van allerlei aard zoals we die nu kennen, verknalden de ict nog niet, maar Cerf vertelt wel hoe in 1975 in het Parc onderzoekscentrum van Xerox al een experiment met 'zelfbestendigende code' ( selfsustaining code) werd uitgevoerd. Het was de bedoeling het afspelen van een filmpje vanaf verschillende werkschermen door te laten gebeuren, ongeacht het aantal toestellen dat werd aangezet of uitgeschakeld - de nodige software moest zichzelf maar tijdig repliceren op volodoende systemen. Vergeet ook niet dat het internet aanvankelijk niet publiek toegankelijk was, want bestemd voor militairen en onderzoekers. Overigens relativeert Vint Cerf de huidige problemen wel, want ondanks alles "blijft het internet bruikbaar en staan we nog maar aan het allerprilste begin." Volgens Cerf zullen "zeker in het komende decennium" de mobiele systemen het overnemen als belangrijkste toegangsmiddel tot het internet, maar daarnaast zullen ook toestellen thuis en op kantoor, en zelfs complete gebouwen online gaan. Een elektriciteitsnetwerk ziet hij echter liever niet beheerd over een publiek netwerk als het internet. Voor de toekomst heeft hij een groot vertrouwen in de groei van het 'cloud'-gebeuren, waarvoor Google systemen heeft ontworpen en gebouwd. De flexibiliteit van de cloud biedt grote schaalvoordelen, maar als onderzoeker ziet hij persoonlijk wel nog een grote nood aan research om complete cloud-omgevingen met elkaar te laten communiceren. "Hoe kan met behulp van metadata de informatie over data in de ene cloud worden overgebracht naar een andere? [....] Daarvoor bestaat vandaag nog geen vocabularium. Er is nood aan research om de notie van 'cloud' te abstraheren." Of er voor dit alles ook een nood is aan een nieuw internet, een internet 2.0? Die laatste term stemt Cerf niet gelukkig, want het zal veeleer geleidelijk in die richting evolueren en er komt geen geheel nieuw internet. Of een en ander niet los van het huidige netwerk moet worden opgebouwd? "Dat zou kunnen, maar is geen must." Ook in het huidige internet is een veilig en zeker gedrag mogelijk. Cerf is ondertussen ook betrokken bij het het creëren van de toekomst van het internet en IPv6 kan daarbij helpen, o.a. voor bijkomende diensten. Ook ziet hij geen heil in microbetalingen - erg kleine betalingen voor het lezen of aanwenden van info en diensten in het internet - maar veeleer in een vorm van een 'flat pricing' systeem. "Gebruikers geven de voorkeur aan voorspelbare kosten." Helemaal toekomstmuziek zijn de plannen van Cerf voor een interplanetair internet. Hoewel...later dit jaar, in de herfst "zullen we toe zijn aan een deep space testfase, met knooppunten in het ISS, op aarde en een toestel rond de zon." Geheel in de lijn van Goo-gle's inspanningen om informatie over de aarde, oceanen, sterren en andere planeten samen te brengen en toegankelijk te maken. Guy Kindermans