Er bestaan een paar grote commerciële Linux-varianten die specifiek op bedrijven gericht zijn. Die maken vaak gebruik van closed source producten. U moet er net zoals bij Windows een licentie voor betalen. Niet iedereen kan of wil dit en daarom bieden deze grotere Linux-producenten ook opensource-varianten aan die gratis kunnen worden gedownload. Bij Novell is dat openSUSE, ondertussen aan stabiele versie 11 toe.
...

Er bestaan een paar grote commerciële Linux-varianten die specifiek op bedrijven gericht zijn. Die maken vaak gebruik van closed source producten. U moet er net zoals bij Windows een licentie voor betalen. Niet iedereen kan of wil dit en daarom bieden deze grotere Linux-producenten ook opensource-varianten aan die gratis kunnen worden gedownload. Bij Novell is dat openSUSE, ondertussen aan stabiele versie 11 toe. Bedrijven zouden waarschijnlijk geneigd zijn te denken dat ze bij Novell alleen de keuze hebben uit de SuSE Linux Enterprise Desktop of SuSE Linux Enterprise Server, toch als ze ondersteuning en onderhoudscontracten willen hebben. Niet zo heel lang geleden was dit inderdaad waar. Maar Novell heeft ondertussen ook onderhoudscontracten en ondersteuning voor openSUSE. Het verschil tussen openSUSE en de SuSE Linux Enterprise edities zit 'm in die closed source commerciële applicaties. In openSUSE zit doorgaans alleen opensourcesoftware, al heeft Novell wel een uitzondering gemaakt voor gratis closedsourceapplicaties die functioneel onmisbaar zijn. Het gaat dan om software zoals Adobe Acrobat Reader, Adobe Flash Player of Sun Java. Bij openSUSE is er ook geen onderscheid tussen desktop- en serverversies. U kunt bij de installatie kiezen welke onderdelen u wel en niet wil installeren. De ontwikkeling van alle deelsoftware van openSUSE gebeurt overigens niet alleen door Novell zelf, maar ook door vrijwilligers. Novell sponsort de softwareontwikkeling voor openSUSE, vergelijkbaar met wat Canonical doet voor Ubuntu. Uiteraard baseert Novell zijn SLED-editie wel op openSUSE. Aan SLED 11 wordt nog gewerkt; de versieteller staat momenteel nog op 10. De opensourcevariant kan dus interessant zijn voor bedrijven die altijd met de nieuwste versie willen werken. U kunt openSUSE op alle pc's met een Pentium-1 of beter installeren. Er moet wel minstens 256 en liefst 512 MiB RAM beschikbaar zijn. Onze aanbeveling is om voor een moderne Linux ook een moderne pc te gebruiken. OpenSUSE heeft wel wat kracht nodig. Dat hangt ook samen met de gebruikte desktopomgeving. Novell is een fan van Gnome, maar KDE is ook mogelijk. Gnome en KDE nemen heel wat systeembronnen in beslag. U krijgt van Novell heel wat keuzemogelijkheden voor de installatie. Het kan vanaf cd of dvd. U kunt een live-cd starten: openSUSE vanaf cd gestart zonder dat er iets op uw harde schijf geschreven wordt. Zo'n live-cd stelt u in staat te experimenteren en ervaring op te doen zonder dat u iets aan uw bestaande besturingssysteem moet veranderen. Zodra u eender welke Linux begint te installeren, verandert er natuurlijk wel wat aan uw harde-schijfindeling. Als u Windows wil behouden, kunt u de Windows-partitie wat inkrimpen (dat doet de installatieprocedure allemaal voor u) en dan Linux bij installeren in de vrijgekomen ruimte. Of u kunt de installatieprocedure vertellen dat Linux het enige besturingssysteem zal worden en dus de hele harde schijf voor zichzelf mag hebben. Een nieuwigheid voor versie 11 is dat u de installatie nu ook vanuit Windows mag starten. Er is geen volledige openSUSE-installatieprocedure voor Windows geschreven, want die taak is natuurlijk weggelegd voor het prachtige YaST, dat in 1996 al het levenslicht zag en nu nog altijd als het voorbeeld van een geslaagde installatieprocedure wordt beschouwd. Als u de installatie onder Windows start, manipuleert die de startprocedures van uw Windows zodat bij een reboot de openSUSE installer gestart kan worden en YAST dus de installatie kan uitvoeren. Als u na zo'n installatie Windows nog eens start, biedt die meteen aan om de openSUSE installer weer te verwijderen. Handig! Tijdens de installatie kunt u wel de gewenste taal en toetsenbordindeling kiezen, maar u kunt die niet meteen uitproberen. In landen met verschillende toetsenbordindelingen is dat nochtans handig om het juiste toetsenbord te kunnen kiezen. Na het selecteren van uw geo-grafische locatie (dat bepaalt meteen ook de juiste tijdzone) gaat de installatie verder met de keuze van de gewenste desktopomgeving. Wij kozen Gnome, omdat die compacter en sneller is dan KDE. Daarna vraagt het systeem om gebruikersgegevens en kan het wachtwoord ook gebruikt worden voor administratoractiviteiten (root-toegang). Hierbij valt wel op, dat Linux kennelijk een beetje achterloopt op de rest van de wereld inzake wachtwoordencryptie. Wachtwoorden worden namelijk beschermd met naar keuze DES, MD5 of Blowfish (met Blowfish als standaardkeuze bij openSUSE). AES zit daar helaas niet bij. Standaard installeert het systeem zo'n 2,4 GB aan applicaties. Daar zitten heel wat ontwikkelings- en systeemgereedschappen bij, maar ook tientallen en soms honderden applicaties voor multimedia, kantoorsoftware, desktopeffecten en grafische kenmerken, spelletjes, Java, en dies meer. De kantoorsoftware is natuurlijk OpenOffice.org, hier aan versie 2.4. Daarnaast krijgt u Beagle als geïntegreerde desktopzoekmachine, Evolution en Kontact als e-mailclient (die lijkt heel erg op Outlook), kalender/agenda en adresboekje. Als standaardbrowser krijgt u Firefox 3.0, Ekiga voor voip-ondersteuning (via SIP) en Ktorrent plus Monsoon voor de BitTorrent-bestandendeling. Ook virtualisatie is standaard voorzien via Xen, VirtualBox en KVM. Wellicht stond u er niet bij stil, maar sinds versie 2.6 van de Linux kernel zit een virtualisatiehypervisor standaard in de kernel (dus al geruime tijd voordat Microsoft dat voor elkaar kreeg voor Windows Server 2008). Via een overeenkomst met Novell ondersteunt Microsoft trouwens de installatie en het gebruik van Windows XP, Vista, 2003 en 2008 onder een virtuele omgeving binnen openSUSE. We installeerden openSUSE 11.0 op een pc met een Athlon XP 2200+ op 1,8 GHz met 512 MiB RAM en daarop draaide dat prima. Onze grafische kaart was niet krachtig genoeg voor de via CompizFusion ingebouwde 3D-functionaliteit (nog indrukwekkender dan die van Vista), maar als die van u dat wel is, krijgt u heel wat spektakel. Onderaan links bevindt zich een aanklikbare knop met 'Computer' (op de Gnome-desktop). Die komt overeen met de startknop bij Windows. Na het aanklikken van die knop verschijnt er een uitrolmenu dat uitermate sterk doet denken aan Windows Vista: er is een zoekregel, een lijst met favoriete en recent gebruikte applicaties, en een overzicht van nuttige systeemfuncties. Er is ook een button 'meer applicaties'. Die presenteert een grafisch erg aantrekkelijk overzicht van alle geïnstalleerde software in categorieën onderverdeeld. Hier kan Microsoft nog wat van leren. Er is een in de achtergrond draaiende updater, die ervoor zorgt dat alle systeemupdates uitgevoerd kunnen worden. Zoals gebruikelijk bij Linux, beperkt zich dit niet tot reparaties van beveiligingslekken en bugs, maar wordt elke nieuwe versie getoond en dient het dus ook om functionaliteit toe te voegen. In tegenstelling tot Windows vereist het installeren van zo'n serie updates niet dat u uw pc moet herstarten.