Een start-up oprichten, is een roetsjbaan", zegt Eric Kenis, de projectdirecteur van Bryo. "Elke dag word je overweldigd door tientallen indrukken en die zijn allemaal tegenstrijdig. Je gaat van de ene ontmoeting naar de andere. Een businessplan dat voor een durfkapitalist niet ambitieus genoeg is, vindt een businessangel dan weer niet realistisch."
...

Een start-up oprichten, is een roetsjbaan", zegt Eric Kenis, de projectdirecteur van Bryo. "Elke dag word je overweldigd door tientallen indrukken en die zijn allemaal tegenstrijdig. Je gaat van de ene ontmoeting naar de andere. Een businessplan dat voor een durfkapitalist niet ambitieus genoeg is, vindt een businessangel dan weer niet realistisch." Bryo is al vijf jaar een baken in startersland. Het begon in 2007 bij Voka West-Vlaanderen en drie jaar later werd het in heel Vlaanderen uitgerold. Bryo zoekt wetenschappers, ict-specialisten en ingenieurs tussen 18 en 36 jaar die binnen de drie jaar een bedrijf willen oprichten. Via Bryo komen de jonge ondernemers in contact met collega's uit hun regio en kunnen ze hun plannen toetsen bij ondernemers en experts. Eric Kenis ziet die coaches en rolmodellen van Bryo als professionele aanjagers. "Heel wat mensen zouden ook zonder ons gestart zijn, maar dankzij ons gebeurde dat hopelijk sneller en beter." De start-ups die Bryo begeleidde, hebben tussen 2011 en 2013 622 voltijdse banen opgeleverd. "Dat is één nieuw groot bedrijf met Vlaamse technologie. En het kan niet in één keer failliet gaan of worden verkocht." ERIC KENIS: "In plaats van te vertrekken van de mensen met wie je samen een zaak wil opstarten, kun je beter uitgaan van het project dat je wil realiseren. Een start-upteam moet goed scoren op vijf gebieden: product, technologie, financiën, verkoop en strategie. Kijk hoe goed de teamleden scoren en wat de zwakke punten van een team zijn. Als je een start-up opricht met allemaal burgerlijk ingenieurs van wie niemand de sales wil doen, heb je een probleem." KENIS: "Neem een traditioneel team bij een spin-off dat bestaat uit een doctorandus, een onderzoeker en een docent, de promotor. Ze stellen een aandeelhoudersovereenkomst op waarbij ze gelijke rechten hebben, maar de doctorandus, die de ondernemer van het drietal is, werkt zich te pletter, terwijl de docent uiteraard minder tijd heeft, want hij wil zijn carrière aan de universiteit niet opgeven. Na zes maanden vraagt de doctorandus zich dan af of hij de docent wel zijn derde moet blijven betalen voor de contacten die hij een halfjaar eerder heeft aangebracht. Het eindigt er dan mee dat de prof na een paar jaar wordt uitgekocht en ontgoocheld achterblijft. Ik begin daarom meer en meer te pleiten voor een duidelijke aandeelhoudersovereenkomst om wrijvingen door een ongelijk engagement te vermijden." KENIS: "Ik geloof niet meer in start-ups met hoog potentieel die door één persoon worden opgericht. Je hebt altijd iemand nodig die weerwerk biedt. Zelfs al ben je alleen, dan nog heb je een team nodig dat als klankbord kan fungeren: de boekhouder, de bankier, ouders of een businessangel. Waarom dat zo belangrijk is? Ondernemers zijn eigenzinnig en moeten opletten dat ze niet tegen windmolens strijden. Eigenzinnigheid kan positief zijn, maar het kan ook doorslaan naar iets negatiefs. De starter zegt dan dat een gesprekspartner hem niet begrijpt of hij schoffeert zijn financier." KENIS: "Als je na een tegenslag niemand hebt die je weer op de rails zet, gaat een goed idee verloren. Bryo kun je vergelijken met een nest: wie het hardst roept, krijgt meer, maar als er eentje uit het nest valt, staan we klaar om hem weer in het nest te krijgen. De begeleiding voor starters is een probleem. Initiatieven als Bizidee of Idealabs zijn goed, maar na drie maanden is de begeleiding gedaan en ben je als starter niet noodzakelijk klaar om op eigen benen te staan. Ik geloof ook niet in één vaste begeleider. Je hebt een waaier van coaches nodig, waaruit je afhankelijk van de situatie telkens de juiste persoon kunt kiezen." KENIS: "Ik vind dat het moet gedaan zijn met de mensen aan de zijlijn die zeggen dat er genoeg geld is, maar dat goede projecten ontbreken. Het ondernemerschap is sexy geworden. Scholen besteden er aandacht aan en op universiteiten ontstaan studentenclubs voor ondernemers. Er is veel veranderd. Mijn punt is dat er wel degelijk genoeg goede projecten zijn, maar dat de dossiers en de financiers elkaar niet goed vinden. Je mag niet vergeten dat het financiële landschap in Vlaanderen heel versplinterd is, wat investeren in start-ups niet gemakkelijk maakt. "Mijn ervaring is dat een deel van het risicokapitaal in Vlaanderen eigenlijk risicomijdend kapitaal is. Investeerders vertellen starters later eens terug te komen, omdat ze veel tijd moeten steken in kleine bedragen en het risico groot is. Wat ik wel positief vind, is dat enkele ervaren it-ondernemers als Lorenz Bogaert, Maarten Vandenbroucke en Peter Hinssen de handen in elkaar sloegen om zelf te investeren in jonge starters. Zij spreken de taal van de jonge ondernemers." KENIS: "Ik denk aan Pureplexity, een it-bedrijf met een vrouw aan het hoofd dat klein begon. Haar eerste klant was de Dossin-kazerne in Mechelen, waarvoor ze een nieuw museumpubliek aanboorde door via de nieuwe media de jongeren te bereiken. Het is ook een mooi voorbeeld van een lean start-up , die een sterke groep adviseurs rond zich verzamelde, met onder meer Hugo Vandamme (ex-ceo Barco) en Conny Vandendriessche van The House of HR. Ook Bubble Post heeft een mooie adviesraad. "Via Bryo slagen we er steeds vaker in gevestigde ondernemers warm te maken om jonge starters te coachen. Twee mensen die bij Bryo ondertussen een rolmodel zijn geworden voor de anderen, zijn Davy Kestens, de oprichter van Sparkcentral die met succes naar Silicon Valley trok, en Maarten Vandenbroucke van Gatewing. Ook Zentrick staat op de rand van de doorbraak. Het haalde zonet 2,2 miljoen kapitaal op bij Fortino, het fonds van Duco Sickinghe, die lid wordt van de raad van bestuur." KENIS: "De Vlaamse overheid voert een mooi stimuleringsbeleid, onder meer via het Agentschap Ondernemen. Ook mooi zijn het startersloket dat voor vereenvoudiging zorgt en het Waarborgfonds, waardoor starters sneller een lening krijgen bij de bank. Maar als zo'n bedrijf eenmaal uit de startblokken is geschoten, wordt de overheid geen klant. Dat komt omdat start-ups zelden voldoen aan de voorwaarden en de aanbestedingsprocedures moeilijk overleven. Een starter heeft bijvoorbeeld niet de gevraagde trackrecord of stabiliteit. Dat bedoel ik met die tegenstrijdigheid: de overheid helpt jonge bedrijven, maar ze koopt niet bij hen zodra ze gestart zijn." Benny Debruyne