Informatica was toen sowieso nog pionierswerk, en dat gold nog meer voor het werk van de eerste generaties van ict-professoren. Immers, voor hen was er geen keurig uitgestippeld pad om zelf ict te leren. Zo ook voor Albert Kaes, lector aan de Limburgse hogeschool XIOS in Hasselt. Geboren en getogen in Dilsen Stokkem, Limburg, zette hij op het Koninklijk Atheneum van Maaseik zijn eerste stappen op zijn carrièrepad met de keuze voor Wetenschappen-A. De start was wat traag, erkent hij, maar "naarmate de 'stof' moeilijker werd, liep het steeds beter. In het laatste jaar scoorde ik haast perfect op wiskunde, wat nooit eerder was gebeurd." Dat succes zou hij oorspronkelijk verlengen met een studie 'regentaat wiskunde' in Hasselt, maar het werd uiteindelijk de VUB in Brussel. "Dank zij een tante uit Ukkel, waar ik op...

Informatica was toen sowieso nog pionierswerk, en dat gold nog meer voor het werk van de eerste generaties van ict-professoren. Immers, voor hen was er geen keurig uitgestippeld pad om zelf ict te leren. Zo ook voor Albert Kaes, lector aan de Limburgse hogeschool XIOS in Hasselt. Geboren en getogen in Dilsen Stokkem, Limburg, zette hij op het Koninklijk Atheneum van Maaseik zijn eerste stappen op zijn carrièrepad met de keuze voor Wetenschappen-A. De start was wat traag, erkent hij, maar "naarmate de 'stof' moeilijker werd, liep het steeds beter. In het laatste jaar scoorde ik haast perfect op wiskunde, wat nooit eerder was gebeurd." Dat succes zou hij oorspronkelijk verlengen met een studie 'regentaat wiskunde' in Hasselt, maar het werd uiteindelijk de VUB in Brussel. "Dank zij een tante uit Ukkel, waar ik op kot kon gaan," klinkt het. Hij studeerde af als burgerlijk ingenieur bouwkunde, maar ondertussen was hij wel zwaar gebeten door de ict-microbe. In de tweede kandidatuur maakte hij immers kennis met Fortran - "mijn lievelingsvak" - en dat resulteerde in late avonden in de computerfaciliteit aan de universiteit. Het was een tijd van "rondfietsen met een stapel ponskaarten onder de snelbinder," en "er een spelletje van maken om de instructies [rechtstreeks] op de ponskaarten te lezen. Vandaag is dat verleden tijd...." Informatica bleef na zijn studietijd wel nazinderen, ongeacht een passage bij een aannemer (waar Albert Kaes nog meewerkte aan de bouw van het concertgebouw 'de Singel' in Antwerpen). Albert Kaes ging dan ook voor een 'specialisatiejaar informatica', waarna hij een lesopdracht - één dag in de week - aan de Industriële Hogeschool van het Rijk in Hasselt aanvaardde. Om vervolgens gretig in te gaan op het aanbod om daar voltijds in dienst te komen. Qua verloning was het wat een misrekening, merkt Kaes wat droogjes op, maar "ik deed het met hart en ziel!" De toenmalige studie was nog zwaar gericht op wiskunde (7 uur per week in het eerste jaar), met toegang tot een computer in Brussel (van de toenmalige RTT). Na afloop van het - nogal prijzige - contract kwamen dan in 1984 de eerste microcomputers, evenals een 68020-gesteunde Unix Tower-machine van NCR. Kaes schreef in die periode het eerste Nederlandstalige boek over Unix, met een stevige verkoop in zowel Vlaanderen als Nederland. Hij werd lid van de leerplancommissie in Brussel, was opleidingshoofd én ook nog systeembeheerder, naast een reeks lesuren per week. "Vandaag zou zo'n combinatie niet meer mogelijk zijn!" stelt Kaes ronduit. Met de opkomst van de Tandy's en Apple II's veranderde ook het studentenpubliek en hun ontzag voor de proffen. Ene "Johan Zwiekhorst ( vandaag verbonden aan het Data Testlab, dat producten voor Data News test, nvdr) was de eerste. Hij kende zijn machine (een Apple II) tot op het diepste binair niveau!" Kortom, hij spelde de proffen ronduit de les, wat "soms frustrerend was." Veranderingen in het studentencorps doorheen de jaren waren legio. "In het begin waren een derde van de studenten meisjes," aldus Kaes, tegen amper 6,5 procent vandaag (wat al weer een stijging is). Het percentage ict-'gebetenen' was altijd hoog, maar voor hen is het wel een uitdaging te voldoen aan eisen van werkgevers inzake communicatievaardigheden. De romantiek van de job en het ontzag voor ict'ers mag dan al verdwenen zijn, maar Kaes heeft toch ook vooruitgang gezien, ook op zijn hogeschool. Het contact met de bedrijfsrealiteit dankzij praktijklectoren en stages, vandaag gekoppeld aan een stevige nadruk op onderzoek (zowel IWT- als PWO-projecten) en contacten met het buitenland (onder meer de Belgium Campus in Zuid Afrika), resulteert in informatici die een directe inzetbaarheid koppelen aan solide inzichten. Een teleurstelling is wel de verminderde impact van de techneuten op de bevorderingsprocedures ten voordele van gladde dossiers, klinkt de zowat enige bedenking van Kaes, die evenwel even fel als eertijds jongeren "toch de richting informatica aanraadt!" # Guy Kindermans"In het begin waren een derde van de studenten meisjes, tegen amper 6,5 procent vandaag"