Alleen al aan het minder aantal deelnemers en sponsors was te merken dat de hype rond e-reading en tablets al even over z'n hoogtepunt heen is. Zelfs in Nederland, waar men makkelijker experimenteert en nieuwe dingen uitprobeert, is de tijd voor realisme aangebroken. Op zich is dat niet slecht natuurlijk, want we hoorden ook zeker positieve geluiden en een aantal sprekers toonden aan dat ze al uit de fouten van eerdere experimenten hebben geleerd.
...

Alleen al aan het minder aantal deelnemers en sponsors was te merken dat de hype rond e-reading en tablets al even over z'n hoogtepunt heen is. Zelfs in Nederland, waar men makkelijker experimenteert en nieuwe dingen uitprobeert, is de tijd voor realisme aangebroken. Op zich is dat niet slecht natuurlijk, want we hoorden ook zeker positieve geluiden en een aantal sprekers toonden aan dat ze al uit de fouten van eerdere experimenten hebben geleerd. Een nieuw project waarvan officieel op het e-reading event geen vertegenwoordiger was, maar dat door de aankondiging een dag eerder op de Nederlandse televisie wel heel actueel was, kwam dan ook geregeld ter sprake: De Correspondent. Dit initiatief van Rob Wijnberg, ex-hoofdredacteur van nrc.next, wil een puur online medium zijn dat als inkomsten alleen 60 euro per jaar per lezer vraagt. Al vrij snel na de aankondiging had De Correspondent van zo'n 8.000 mensen het engagement om die 60 euro te betalen. Een dikke week later had men al bijna de 15.000 benodigde leden. Pas bij dit aantal wil Wijnberg zijn platform daadwerkelijk beginnen uitbouwen. Dit initiatief werd tijdens het E-reading en tablet event geregeld aangehaald als voorbeeld van hoe het zou kunnen of moeten: niet in het wilde weg een project opstarten, maar eerst kijken of er genoeg publiek voor is, en dan pas zachtjes beginnen en rustig uitbouwen. De Correspondent en gelijkaardige initiatieven passen in de trend die Pim Hofmeester van UPC bij zijn keynote aanhaalde: "in een wereld die wordt overstelpt door digitale content heeft de consument behoefte aan selectie en duiding." Online media van de toekomst moeten niet meer louter inhoud aggregeren, maar cureren: niet gewoon alles bij elkaar harken, maar een selectie maken waar de lezer echt iets aan heeft. Dit geldt trouwens niet alleen voor online content. Ook voor second screen toepassingen, heeft men zijn lesje ondertussen al geleerd, zo maakte Jesse Burkunk van de Nederlandse jongerenzender BNN duidelijk: "Bij het ontwikkelen van apps moeten we ook rekening houden met wat de kijker wil. 85 % van de apps wordt bijna niet gebruikt en verwijderen de mensen na een tijd van hun toestel. Het is ook niet omdat je een mooie app maakt, dat mensen daar naartoe komen. In de praktijk valt dat vaak tegen." Wilko van Iperen, Hoofd Interactief, NCRV, kon dat alleen maar bevestigen: "Wij hebben dat ook gemerkt. Momenteel gebruiken mensen nog vrij weinig second screen toepassingen. Volgens onderzoek ligt dat nog maar tussen de drie en tien procent." Met succesvolle apps zoals die voor de Slimste Mens heeft van Iperen bij NCRV al flink wat ervaring opgebouwd: "met mobiele apps en second screen toepassingen willen we de tv-beleving naar mobiele toestellen brengen. We doen dat enerzijds om de beleving te verlengen: mensen willen al heel graag na een aflevering van een populair programma de volgende aflevering bekijken. Met mobiele toepassingen willen we de kijker hier iets bieden. Tegelijk wil je mensen langer met je programma betrokken laten zijn. Dat kan door een app zoals die voor De Slimste Mens. Tussen twee afleveringen kunnen we mensen zo bij het programma betrokken laten zijn, en tijdens het programma bieden we hen interactie." Overigens trekt de omroep met zulke apps ook een nieuwe doelgroep aan, zegt Wilko van Iperen: "we merken dat we nu ook mensen bereiken die het spelletje spelen omdat het hoog in de app store staat, maar die daarom nog niet naar het tv-programma kijken." Op het E-reading event kwamen ook enkele krantenjongens aan bod. Hans Spoelman, Hoofd Concept & Design bij Het Financieele Dagblad, maakte duidelijk dat bij hen het digitale verhaal geen gerommel in de marge meer is. "Wij hebben er voor gekozen om in principe niets meer gratis online te zetten. We hebben er wel voor gezorgd dat we verschillende abonnementen hebben om verschillende publieken te bedienen. Zo hebben we heel veel mensen die in de week een digitaal abonnement hebben, maar in het weekend de papieren krant willen. We merken ook dat de lezers nog altijd graag het gevoel hebben dat ze de digitale editie van hun gekende krant lezen. Daarom is de tableteditie niet veel meer dan een pdf-weergave. Maar ons weekendmagazine is dan weer een echte app. In portrait is het een pdf-magazine, maar in landscape is het een echt interactieve app. Voor ons is die app echt een cashcow. In totaal komt bij het FD al 30 procent van de inkomsten uit het digitale." De cijfers geven hem gelijk: de e-paper toepassing heeft 10.000 abonnees, tegenover 160.000 voor de papieren krant. Dat betekent een verdubbeling in het afgelopen jaar.Bruno Koninckx