INSPIRE (INfrastructure for SPatial InfoRmation in Europe) creëert een wettelijk kader voor een geharmoniseerde Europese infrastructuur voor ruimtelijke informatie. Het doel is dat elke overheidsinstelling zijn informatie éénmaal vergaart en zelf beheert. Verschillende gegevensbronnen kunnen dan naadloos gecombineerd worden door gebruik van webservices. De ruimtelijke informatie is ook onder gepaste voorwaarden toegankelijk voor beleidsgebruik.
...

INSPIRE (INfrastructure for SPatial InfoRmation in Europe) creëert een wettelijk kader voor een geharmoniseerde Europese infrastructuur voor ruimtelijke informatie. Het doel is dat elke overheidsinstelling zijn informatie éénmaal vergaart en zelf beheert. Verschillende gegevensbronnen kunnen dan naadloos gecombineerd worden door gebruik van webservices. De ruimtelijke informatie is ook onder gepaste voorwaarden toegankelijk voor beleidsgebruik. De richtlijn is sinds vorig jaar van kracht en heeft een impact op vele publieke diensten in ons land, van federaal over regionaal tot lokaal niveau: in 2019 moet alle ruimtelijke informatie immers volgens de uitvoeringsbepalingen van INSPIRE beschikbaar zijn. In Vlaanderen is dit geregeld in het in april gepubliceerde GDI-decreet. De uitvoeringsbepalingen gaan over de metadata, datamodellen en webservices en zijn gebaseerd op open standaarden van het Open Geospatial Consortium (OGC) en de International Organization for Standardization (ISO). De open standaarden van het OGC worden in België al op veel plaatsen toegepast, zo vertelde GIS-projectbeheerder Steven Smolders op een infosessie van GIS-dienstverlener GIM uit Heverlee. De Geography Markup Language (GML), die geografische vectorgegevens beschrijft, werd bijvoorbeeld door AGIV (Agentschap voor Geografische Informatie Vlaanderen) gebruikt in samenwerking met de nutsbedrijven om een gemeenschappelijk model voor kabels en leidingen op te stellen. Een andere toepassing van open GIS-standaarden vinden we in het gemeentelijk WebGIS, gebaseerd op de GIM WebMapViewer als web front-end en de opensourcedatabank PostgreSQL met de geospatiale uitbreiding PostGIS als back-end. De communicatie tussen beide componenten gebeurt via OGC-standaarden, zoals Web Map Service (WMS) dat clients op een gestandaardiseerde manier toegang verleent tot kaarten op een GIS-server. "Het WebGIS is hierdoor al volledig klaar voor INSPIRE," aldus Smolders. Open GIS-standaarden zijn niet alleen interessant voor wie moet voldoen aan de INSPIRE- en GDI-richtlijnen. Volgens Caroline Heylen, gedelegeerd bestuurder van GIM, zijn ze dat ook voor organisaties met een diversiteit van GIS-platformen of een diversiteit van gebruikerstoepassingen. Bovendien ondersteunen zowel bedrijfseigen als open source GIS-toepassingen de OGC-standaarden, zodat ook perfect een gemengde omgeving kan gebruikt worden, zoals een open source PostGIS-server met een bedrijfseigen ESRI-client.Koen Vervloesem