Het is een interessante oefening: leg een kudde ict- en media-experts enkele stellingen over de toekomst voor en laat ze die op realiseerbaarheid taxeren ( zie kader). De antwoorden van de respondenten leren in de eerste plaats dat veel boude stellingen heel wat nuance behoeven, maar ze bieden ook een fascinerend beeld over wat we binnen dit en 10 à 20 jaar mogen verwachten van technologie. Met andere woorden: wat is science fiction en wat niet? De these in de kop van dit stuk is een mooie om mee van wal te steken. De mediaan van de bevraagde ict- en media-experts meent namelijk dat het dagdagelijkse belang van openbronsoftware tegen 2016 het belang van commerciële software overstijgt, met een enorme invloed op de economie. Vóór de opensource-evangelisten beginnen zweven: 40 procent van de respondenten acht de these gewoonweg ...

Het is een interessante oefening: leg een kudde ict- en media-experts enkele stellingen over de toekomst voor en laat ze die op realiseerbaarheid taxeren ( zie kader). De antwoorden van de respondenten leren in de eerste plaats dat veel boude stellingen heel wat nuance behoeven, maar ze bieden ook een fascinerend beeld over wat we binnen dit en 10 à 20 jaar mogen verwachten van technologie. Met andere woorden: wat is science fiction en wat niet? De these in de kop van dit stuk is een mooie om mee van wal te steken. De mediaan van de bevraagde ict- en media-experts meent namelijk dat het dagdagelijkse belang van openbronsoftware tegen 2016 het belang van commerciële software overstijgt, met een enorme invloed op de economie. Vóór de opensource-evangelisten beginnen zweven: 40 procent van de respondenten acht de these gewoonweg niet realiseerbaar. De 60 procent die er wel iets in ziet, noemt als belangrijkste mogelijke obstakel het marktgedrag van de commerciële softwareleveranciers. Overigens zien de experts de monopolies van grote softwarespecialisten niet wegkwijnen, integendeel. Bijna drievierde vindt de stelling dat producten van lokale softwarebedrijfjes die van multinationals zullen verdringen pure onzin. Voor een vijfde van de bevraagden lijkt het onmogelijk dat de ontwikkeltijd van software in de toekomst gehalveerd zou worden, onder meer door nieuwe methoden en verbeterde processen. De grootste hindernissen liggen in de technologie zelf en bij de mensen die het moeten doen, klinkt het. 2018 lijkt voor de mediaan de vroegste datum waarop de these realiteit zou kunnen worden. Dat het leeuwendeel van de software voor simulaties zal dienen (om lange experiment- en ontwikkeltrajecten in wetenschap en industrie te vermijden), ziet ruim 40 procent nooit gebeuren. Toch wordt verwacht dat het een grote markt zal zijn, waarmee veel experimenten op mensen en dieren kunnen worden vermeden. Op erg betrouwbare spraakherkenningsoftware (die 90 procent van een gesprek correct weergeeft zonder specifieke extra 'training') is het 'slechts' wachten tot 2016. Weinigen zien het als volledig onmogelijk, want de moeilijke technische vraagstukken lijken stukje bij beetje te worden opgelost. Het onderstreept wel op wat voor een futuristisch idee een bedrijf als Lernout & Hauspie destijds dobberde. 1 Gbit/seconde in 'the last mile' van vaste netwerken zal tegen 2015 niet meer ter discussie staan. Een enkeling ziet het nut er niet van in voor consumenten, maar de meeste experts noemen het doorsluizen van film en muziek als belangrijke drivers. Draadloos tegen 1 Gbit/s surfen zal binnen 10 jaar mogelijk zijn, met volgens de experts grote implicaties op de economie en technologische vooruitgang. De realisatie van een 'seamless network', waarbij probleemloos kan worden overgeschakeld tussen netwerken en netwerkstandaarden, lijkt dan weer te zullen worden bemoeilijkt door technische vraagstukken en standaardenkwesties. 18 procent gelooft niet dat dat er ooit zal komen, de rest verwacht dat het nog minstens 10 jaar zal duren. Het zogenaamde 'Internet der Dingen', waarbij vele gebruiksvoorwerpen opdrachten via het internet kunnen ontvangen en verzenden, lijkt al in 2015 mogelijk te zullen worden. Maar een 'Evernet', waarbij echt alles en iedereen op het web zit (en dus alles een ip-adres heeft), ziet 15 procent als onrealiseerbaar. Vooral de kosten en de gegevensbescherming zijn daarbij grote vraagtekens. De mediaan noemt 2017 als richtdatum. Wat echt nog bestemd is voor de wereld van Star Wars, is de inzet van quantumcomputers voor de wetenschappelijke wereld. Binnen 10 jaar is dat mogelijk zeggen de grootste optimisten, maar het merendeel spreekt van ergens tussen 2021 en 2026. Vooral onopgeloste technologische vraagstukken spelen hier mee. Maar mocht het lukken, dan denkt 88 procent dat hiermee de technologische vooruitgang een enorme boost zal krijgen. Voorts zijn 3D-internettoepassingen en hologrammen nog niet voor onmiddellijk, net zo min als het wijdverspreide en zelfs modieuze gebruik van databrillen (zogenaamde 'Retina Displays') en datahandschoenen - zoals bijvoorbeeld Tom Cruise die gebruikt in de film 'Minority Report'. Ook plooibare displays die papier vervangen, lijken nog pure toekomstmuziek.Stefan Grommen