Zestien jaar geleden richtte Eric Dishman een Health Research and Innovation Lab op binnen chipgigant Intel, en werd hij een vaandeldrager voor predictivemedicine, een nieuwe technologische piste waarin Silicon Valley en de medische wetenschap elkaar de hand reiken. Het doel : de gezondheidszorg verder wegvoeren van het huidige diagnostische model, en - dankzij de opmars van goedkope dna-tests en persoonlijke gadgets die data onttrekken aan ons lichaam - over te gaan naar een model dat gestoeld is op preventie.
...

Zestien jaar geleden richtte Eric Dishman een Health Research and Innovation Lab op binnen chipgigant Intel, en werd hij een vaandeldrager voor predictivemedicine, een nieuwe technologische piste waarin Silicon Valley en de medische wetenschap elkaar de hand reiken. Het doel : de gezondheidszorg verder wegvoeren van het huidige diagnostische model, en - dankzij de opmars van goedkope dna-tests en persoonlijke gadgets die data onttrekken aan ons lichaam - over te gaan naar een model dat gestoeld is op preventie. ERIC DISHMAN : "Het is niet dat het ziekenhuis an sich achterhaald is : je hebt een plaats nodig om te worden geopereerd. Maar 50 tot 70 procent van de verzorging die vandaag wordt gedaan in een ziekenhuis kan ook veilig en efficiënt worden uitgevoerd in je thuisomgeving. Vaak is de verzorging van chronische ziekten thuis, via telemedicine-technologie, een betere optie, of vindt een gezondheidsapplicatie voor consumenten ook zijn toepassing in de verzorging. Een ziekenhuis is een centraal element in een reactief gezondheidssysteem, dat pas in gang schiet wanneer je ziek bent, en vervolgens een enorme brok geld kost om je weer beter te maken. " DISHMAN : "Computersystemen die het werk van artsen ondersteunen, brengen gegevens van je eigen lichaam die worden verzameld via lichaamssensoren, je genoomsequentie en je medische dossier samen, vergelijken ze met een enorme database aan medische gegevens die wereldwijd wordt bijgehouden, en bouwen op basis daarvan een gepersonaliseerd, predictief model op." "Binnen vijf tot zeven jaar wandel je binnen bij je dokter voor je jaarlijkse visite, en haalt hij een medisch model van je boven op zijn computer, dat ieder jaar wordt aangepast en dus ook ieder jaar beter wordt. En hij zegt : 'Kijk, Ronald : dit is wat er op langere termijn met je kan gebeuren op basis van je genoomsequentie, dit zijn de beste geneesmiddelen gebaseerd op jouw immuunsysteem, en de data die je het afgelopen jaar hebt verzameld via je smartphones of je wearables laat zien dat je risico voor die bepaalde ziekte is gestegen of gedaald.' 'Je moet dit en dat doen om te zorgen dat je hier niét snel opnieuw hoeft te staan, en niét in een ziekenhuis belandt. En hier is je coaching-app, met een aan jouw lichaam aangepast programma, die je op weg helpt. '" DISHMAN : "Die wereld is dichtbij. En het probleem is dat hij er er zo snel zal zijn dan het gezondheidsbeleid hem niet zal kunnen bijbenen. Dat draait namelijk rond het oude reïmburseringsmodel : je wacht tot je ziek bent, gaat naar de dokter of het ziekenhuis, en je betaalt zo vaak als je gaat - of je nu effectief genezen bent of niet, dat maakt geen verschil. Dokters moeten worden betaald volgens een nieuw paradigma, waarin ze patiënten niet langer noodzakelijk naar hun praktijk of naar een ziekenhuis moeten halen om hen te helpen. Patiënten moeten betalen voor preventie en voorspelling, niet voor het oplossen van crises die zich in de eerste plaats niet hoefden voor te doen." "Consumententechnologie en big data leveren ons die mogelijkheid. Heel wat instellingen - banken, transport, retail - zijn gemigreerd naar een systeem dat minder rond fysieke aanwezigheid draait. De gezondheidszorg is een van de laatste bastions waar dat nog niet is gebeurd. En dat wordt minder en minder houdbaar, zeker in een wereld waarin de bevolking ouder en ouder wordt. " DISHMAN : "Klopt, maar patiënten moeten ook hun rol durven spelen in het hele proces. Daar ben ik al twintig jaar een voorvechter van. De sleutel tot het feit dat ik hier gewoon voor u zit, zit onder meer in mijn vastberadenheid om het merendeel van mijn verzorging thuis te laten gebeuren : voor ik hiermee begonnen ben, ben ik twee keer bijna overleden aan ziekenhuisinfecties, niet aan mijn kanker. Ik zocht, voor bepaalde dingen, tweede tot zelfs vijfde diagnoses. De complexiteit van de medische wetenschap vandaag maakt het idee dat één enkele specialist de beste praktijken en behandelingen in zijn hoofd heeft gewoon belachelijk." "Er is een geautomatiseerd steunsysteem nodig, met computers. Niet om mensen te vervangen : er lopen per definitie al te weinig medisch geschoolde mensen rond. Maar wel om ze bij te staan. Ook zijn er meer en meer dingen die de patiënt zelf kan doen. Ik heb mezelf chemotherapie toegediend : wist je dat zoiets voor heel wat patiënten perfect mogelijk is ? Het kost een tiende van wat het in een ziekenhuis zou kosten, én je doet het in het comfort van je eigen woning." "Ik heb, voordat ik deze piste begon in te slaan, de gezondheidszorg wellicht twintig miljoen dollar gekost. Alleen al aan gissen welke behandelingen en geneesmiddelen de beste zijn. En ik ben één patiënt op de miljoenen. Dat valt gewoon niet meer te ondersteunen. De gezondheidszorg heeft vandaag ook geen financiële incentive om de boel radicaal om te gooien : de frequentie van je doktersbezoek brengt het geld binnen. " DISHMAN : "De hartslagmonitors in wearables leveren nu nog geen data die consistent genoeg is voor medisch gebruik. Een dokter zal die gegevens vandaag nog niet vertrouwen. Maar dat betekent niet dat ze onbruikbaar zijn : de patiënt kan ze gebruiken om zelf een vinger aan de pols te houden." "Verder is die consumententechnologie ook zienderogen aan het verbeteren ; daar hebben ook de fabrikanten een belang bij, want het is een belangrijke toepassing voor hun product. En ook op niveau van de consument is de disruptie al bezig : apparatuur die vroeger alleen in een klinische omgeving aanwezig was, duikt meer en meer op in een thuisomgeving. Denk bijvoorbeeld aan thuisdefibrilatoren : dat is écht iets van nu." Ronald Meeus