Niet toevallig op een boogscheut van festivaldorp Werchter, in het landelijke Tildonk, ligt de wereldtop van de entertainmentindustrie mooi gegroepeerd. Podiumbouwer Stageco is er allicht het meest bekende bedrijf, maar ook de buren, The Power Shop (stroomvoorziening voor grootschalige evenementen) en EML Productions (licht en geluid), laten zich internationaal allerminst onbetuigd. Walter D'Haese, production direcor bij EML, wil ons graag te woord staan over het gebruik van bits & bytes in zijn sector. "Tegenwoordig is alles bij ons wel ict", zegt hij. "Maar dat is pas de voorbije 5 jaar goed op gang gekomen." Hij geeft het voorbeeld van videobeelden. "Computers waren tot voor een paar jaar gewoon niet snel genoeg om video te verwerken. Ze kwamen vlot op de markt voor bureauwerk, maar dingen als snelle videokaarten waren veel te moeilijk te verkrijgen en veel te duur. Dat is helemaal veranderd sinds Apple is opengebloeid. De pc's zijn automatisch gevolgd. Dingen als firewire of Usb 2.0 waren essentieel. En met de mogelijkheden van de hardware en de betaalbaarheid is automatisch de software mee tot ontwikkeling gekomen."
...

Niet toevallig op een boogscheut van festivaldorp Werchter, in het landelijke Tildonk, ligt de wereldtop van de entertainmentindustrie mooi gegroepeerd. Podiumbouwer Stageco is er allicht het meest bekende bedrijf, maar ook de buren, The Power Shop (stroomvoorziening voor grootschalige evenementen) en EML Productions (licht en geluid), laten zich internationaal allerminst onbetuigd. Walter D'Haese, production direcor bij EML, wil ons graag te woord staan over het gebruik van bits & bytes in zijn sector. "Tegenwoordig is alles bij ons wel ict", zegt hij. "Maar dat is pas de voorbije 5 jaar goed op gang gekomen." Hij geeft het voorbeeld van videobeelden. "Computers waren tot voor een paar jaar gewoon niet snel genoeg om video te verwerken. Ze kwamen vlot op de markt voor bureauwerk, maar dingen als snelle videokaarten waren veel te moeilijk te verkrijgen en veel te duur. Dat is helemaal veranderd sinds Apple is opengebloeid. De pc's zijn automatisch gevolgd. Dingen als firewire of Usb 2.0 waren essentieel. En met de mogelijkheden van de hardware en de betaalbaarheid is automatisch de software mee tot ontwikkeling gekomen." Eén en ander heeft volgens D'Haese ook te maken met de steile groei van de entertainmentindustrie. "Toen ik in 1978 in de sector kwam, was dat de 'wild west'. Amerikanen kwamen naar Europa en vonden hier nergens op het continent een geluidsinstallatie volgens de specificaties die ze nodig hadden. Op festivals zoals Rock Werchter, waar we al vroeg aan de slag waren, moest je een geluidsinstallatie bouwen die gewoon niet bestond. Die werd dan bij elkaar geplakt met materiaal van 10 verschillende bedrijven om toch maar genoeg luidsprekers te hebben. Maar toen kwamen de eerste grote tournees van onder meer Genesis en Queen. Die hebben eigenlijk de push gegeven om onze industrie op te starten. En sinds de jaren '90 is het erg snel gegaan. Er zijn meer concerten dan ooit, veel meer. De nadruk ligt nu echt op shows." Knutselen met houten dozen die vol luidsprekers zijn geschroefd, dat hoeft volgens D'Haese nu niet meer. "We zijn geëvolueerd naar heel specifieke systemen, line array genaamd, die qua technologie een enorme stap voorwaarts zijn. De eerste van dergelijke systemen zijn ongeveer 15 jaar geleden op de markt gekomen en vrij fors geëvolueerd. Nu zijn ze eigenlijk de standaard geworden." Line array zijn gecreëerd om geluid veel beter te spreiden, ook op grote terreinen. "Zo kunnen we eindelijk op een verantwoorde manier aan geluidsversterking gaan doen. In het begin was het geluid op de eerste rijen natuurlijk 10 keer zo luid als op de laatste rij. Maar nu kunnen wij echt op de computer bepalen hoeveel decibel op welke afstand van het podium te horen valt. Zowel de horizontale als de verticale spreiding kunnen we controleren door de speakers met elkaar te combineren en de hoek tussen de speakers te laten variëren." Onder meer Adamson en L-Acoustics zijn hierin belangrijke leveranciers. "Hoogtechnologisch, maar ook peperduur", klinkt het nog. Ook voor videobeelden is er al veel veranderd voor de sector, vindt D'Haese. "Mediaservers gebruiken we bijna dagelijks voor beelden en animaties. Die bestanden halen we gewoon uit de computer zonder dat er nog iemand bij nadenkt. En ook de led heeft op dat vlak enorm veel veranderd. De prijzen zijn enorm naar beneden gegaan en er zijn systemen op de markt gekomen die led's op een efficiënte manier gebruiken." Barco blijft op dat vlak de referentie, vindt D'Haese. "Ze zijn daarin een beetje gepusht door een Belgisch bedrijf, XL Video, dat ook internationaal furore maakt. XL Video doet misschien wel de helft van alle wereldtournees met led- en andere beeldschermen. Zij werken vaak samen met Barco, waardoor die daar veel in geïnvesteerd hebben." De job van lichttechnicus heeft tegenwoordig veel elementen overgenomen van die van programmeur, zegt D'Haese. "Eens de lichtplannen op papier staan, worden die op voorhand technisch uitgewerkt. Daaruit worden dan de foutjes gehaald zodat het plan snel en efficiënt uitvoerbaar is, want zelfs voor de grootste evenementen krijgen we maximum 2 dagen om op te stellen." Echt op voorhand nabouwen hoeft tegenwoordig niet meer, want EML gebruikt sinds een aantal jaren de software Wysiwyg (van Cast Software) om het licht te programmeren. Met Wysiwyg kan je de volledige set-up van het podium tekenen, vervolgens het licht programmeren en dat dan afspelen. "Je kan zo op de pc de 3D-animaties en de lichtveranderingen mooi volgen", aldus D'Haese. Om te programmeren gebruiken de lichttechnici een mengtafel die aangesloten wordt op de pc, dus geen gewoon toetsenbord. Op festivals, zoals op Rock Werchter, wordt ook nog ter plaatse met Wysiwyg gewerkt. "We moeten daar nu eenmaal rekening houden met die grote gele bol aan de hemel", grinnikt D'Haese. "Als bands nog een aantal dingen van het licht willen doornemen omdat ze bijvoorbeeld een aantal nummers veranderd hebben, kunnen ze dat daar herprogrammeren in Wysiswyg-studio die we er hebben ingericht. We werken soms met twee Wysiwyg-suites tegelijkertijd overdag om op tijd klaar te zijn tegen 's avonds. En ondertussen zijn we ook al licht aan het gebruiken. Dat zijn dus drie lichtmengtafels tegelijkertijd." Netwerken worden bij EML zowel in licht als geluid gebruikt. De sector legt zich daar volgens D'Haese sterk op toe. Alle applicaties worden geschreven rond ethernet-based protocols. Natuurlijk speelt ook mee dat bedrijven als EML sowieso bijna voltijds met kabels en bekabeling bezig zijn. "Voor lichtaansturing is er een duidelijke standaard, DMX512 (voluit Digital MultipleXed). Dat zorgt voor de communicatie tussen de lichtmengtafel, de dimmers en de andere apparatuur. Het is een protocol dat vergelijkbaar is aan RS485, maar dan sneller. Dat protocol is nu al beetje voorbijgestreefd, omdat het te weinig kanalen heeft. De business is eigenlijk sneller gegroeid dan dat men protocollen kon uitvinden. Maar de hele industrie houdt zich nog aan die standaard vast. Ze hebben dan ook een manier gevonden om meerdere DMX-lijnen naast elkaar te gaan gebruiken." Tegenwoordig komen naast ethernet echter ook optische oplossingen in beeld. "Ook ethernet heeft namelijk beperkingen, vooral in lengte van bekabeling. Bij geluid gebruiken we al vaker optische bekabeling dan bij licht, door de grote massa aan informatie die ze moeten versturen." De hierboven geschetste evolutie naar meer ict-gedreven podiumtechniek is nog lang niet afgelopen. "Integendeel", weet D'Haese, "we dagen computerfabrikanten voortdurend uit om sneller te leveren. De vraag is veel groter dan het aanbod." De grootste problemen zijn er nog met de combinatie video-geluid. "De fysieke problemen om video zo snel te krijgen als geluid zijn nog steeds enorm groot. Vooral wanneer je video manipuleert met de computer heb je nog veel last met vertraging. We begrijpen ook dat daar enorm veel processorvermogen voor nodig is. Maar we zitten eigenlijk nog altijd in de kinderschoenen van videomanipulatie. In computergames en 3D-animaties is enorm veel vooruitgang, maar het blijft 'playback'. Als je dat live moet doen, zit je met dat tijdprobleem. Het is niet erg om een computer de hele nacht te laten 'renderen' om een mooie animatie te krijgen. Maar live is dat gewoon niet haalbaar." En ook op het vlak van geluid zijn de technologische noden hoog. "Geluid wordt een steeds groter probleem: de wereldbol raakt steeds dichter bevolkt. Mensen die feestvieren en mensen die slapen, dat gaat niet goed samen. We proberen geluid daarom steeds directer bij het publiek te krijgen. De buren mogen geen last hebben en het publiek moet nog steeds een spetterend concert zien. Bij hoge tonen is dat richten vrij gemakkelijk, maar bij lage tonen is dat vreselijk moeilijk. We werken al jaren met de fabrikanten samen om met tijdsvertragingen en fases lage tonen beter te richten. Dat heeft nog wat tijd nodig." Stefan Grommen