De cijfers uit onze top twintig geven duidelijk aan dat Limburg de kleinste ict-provincie van Vlaanderen is. De twintig grootste ict-bedrijven zijn samen goed voor een omzet van 440 miljoen euro. Ter vergelijking: in West-Vlaanderen - toch ook niet één van de sterkere ict-provincies - ligt de gezamenlijke omzet van de twintig grootste ict-bedrijven ruim drie keer hoger. In het Brussels gewest is de top twintig goed voor een omzet van twaalf miljard. Dat zegt toch iets over de verschillen. Uiteraard, het succes van Brussel en de as Antwerpen-Mechelen-Brussel is historisch gegroeid en laat zich makkelijk verklaren. De achtergrond daarvan kunt u nalezen in de eerder verschenen regiospecials.
...

De cijfers uit onze top twintig geven duidelijk aan dat Limburg de kleinste ict-provincie van Vlaanderen is. De twintig grootste ict-bedrijven zijn samen goed voor een omzet van 440 miljoen euro. Ter vergelijking: in West-Vlaanderen - toch ook niet één van de sterkere ict-provincies - ligt de gezamenlijke omzet van de twintig grootste ict-bedrijven ruim drie keer hoger. In het Brussels gewest is de top twintig goed voor een omzet van twaalf miljard. Dat zegt toch iets over de verschillen. Uiteraard, het succes van Brussel en de as Antwerpen-Mechelen-Brussel is historisch gegroeid en laat zich makkelijk verklaren. De achtergrond daarvan kunt u nalezen in de eerder verschenen regiospecials. Dat er in Limburg toch wat beweegt op ict-vlak kunnen we niet direct uit de algemene cijfers afleiden. De drie grootste bedrijven - samen goed voor meer dan de helft van de omzet van de top twintig - geven in dat verband een wat vertekend beeld. Era-Data is een distributeur, Jabil Circuit Belgium en Punch Metals zijn eigenlijk productiebedrijven. Het belangrijkste uithangbord van de Limburgse ict-wereld is softwarehuis Cegeka, de nummer vier uit onze top twintig. Het bedrijf heeft zich vrij snel ontwikkeld tot een echte Belgische speler, met naast het hoofdkwartier in Hasselt ook kantoren in Antwerpen en Leuven. Daarnaast heeft Cegeka ook Europese ambities, wat onder meer is gebleken uit de overname van het Nederlandse DataBalk. Het belangrijkste kenmerk van de Limburgse ict-sector is dat er vandaag een grote dynamiek bestaat rond kleine, maar sterk gespecialiseerde bedrijven. "Buiten de provincie genieten veel van die ondernemingen bij het grote publiek weinig bekendheid", zegt Bruno Krekels, directeur van het Innovatiecentrum Limburg,"maar in hun specifieke niches verrichten ze vaak baanbrekend werk." Het Innovatiecentrum Limburg is gevestigd in de gebouwen van het VLAO Limburg (Vlaams Agentschap Ondernemen) en krijgt financiële steun van het IWT (Instituut voor de aanmoediging van Innovatie door wetenschap en technologie in Vlaanderen). "We zijn een klankbord voor bedrijven die zich op innovatie richten. We geven onder meer advies rond de samenwerking met andere bedrijven en kennisinstellingen, of rond de mogelijkheden van subsidiëring." Het Innovatiecentrum Limburg is er voor bedrijven en organisaties uit alle sectoren en domeinen. Toch merkt Bruno Krekels een groeiende interesse voor ict in Limburg. "De meeste ict-activiteiten zijn in de regio Hasselt-Genk geconcentreerd. Dat is ook logisch. Hasselt is met de jaren uitgegroeid tot het economische dienstencentrum van de provincie. Genk vormt dan weer het industriële zwaartepunt, met heel wat grote productiebedrijven. Toch zien we ook nieuwe speerpunten ontstaan, met name in het noorden van de provincie, tegen de grens met Nederland." Dat ondernemers ervoor kiezen zich in de eigen regio te vestigen - en niet naar Brussel of Antwerpen te trekken - heeft volgens Krekels veel te maken met de Limburgse gezelligheid, de beschikbare ruimte en de grotere mobiliteit in Limburg."In Brussel heb je vaak niet veel aan je bedrijfswagen, tenzij je graag mee in de file staat." De Universiteit Hasselt en de Provinciale Hogeschool (Hasselt), Katholieke Hogeschool Limburg (Genk) en Xios Hogeschool Limburg (Diepenbeek) voorzien de nieuwe bedrijven van medewerkers. De hogescholen staan bekend om hun toepassingsgerichte opleidingen, waarbij nieuwe media, de laptop en het mobiele netwerk een vast onderdeel van de leerinfrastructuur vormen. Ook dat valt op in Limburg: de arbeidsmarkt voor ict'ers is er minder gespannen dan in de rest van Vlaanderen. Niet alleen omdat er een goede instroom is van mensen die liever in de eigen regio werken, maar ook omdat die regio andere uitdagingen te bieden heeft. De grote banken en multinationals hebben zich met hun traditionele ict-vraagstukken in Brussel en Antwerpen gevestigd. "Ict'ers die aan het EDM (Expertisecentrum Digitale Media) van de Universiteit Hasselt afstuderen, zien allicht meer opportuniteiten bij een spin-off of start-up die zich op nieuwe multimedia of breedbandcommunicatie richt." Een goed voorbeeld van zo'n start-up is City Live. Het bedrijf komt voort uit I-City, het testplatform voor mobiele diensten in steden en gemeenten, waarbij vrijwillige bètatesters een grootschalig, levend labo vormen waarin ze de mobiele toepassingen testen. Andere voorbeelden zijn de spin-off Androme, die software voor computer-animaties, virtual reality-videoconferencing en e-learning ontwikkelt, QuESD, met zijn software voor voetbaltrainers (lees Voetbal & IT in Data News van vorige week), en de webtoepassingen van bedrijven als Ideaxis en Anaxis. Tegenover de dynamiek van al die nieuwe, kleine ondernemingen staat het feit dat Limburg op het vlak van industrialisering - en dus ook van ict - nog altijd aan een grote inhaalbeweging bezig is. Dat gebeurt onder meer met de fondsen die Vlaanderen vrijmaakte na de sluiting van de Limburgse mijnen. De Limburgse Reconversiemaatschappij (LRM) ondersteunt initiatieven waar traditionele investeerders geen brood in zien, doorgaans omdat ze veeleer kleinschalig en op de eigen provincie gericht zijn."Na de mijnsluiting kreeg de provincie een enveloppe toegestopt", zegt Jean-Paul De Wachter, opdrachthouder ict bij de LRM. "Wij beheren een deel van dat geld. Maar omdat die centen aan het verhaal van de KS (Kempische Steenkoolmijnen) zijn gelinkt, moeten we ze exclusief aan Limburgse initiatieven besteden." De LRM ondersteunt zowel starters als bedrijven die al wat langer bestaan en om groeifinanciering verlegen zitten. Het eerder aangehaalde City Live is een voorbeeld van een project dat met steun van de LRM - naast uitgeverij Concentra en Telenet - van de grond kon komen. Ook de Research Campus Hasselt kwam er onder meer met geld van de LRM. Belangrijk voor de werking van de LRM is in dat verband de samenwerking met de POM Limburg (Provinciale Ontwikkelingsmaatschappij). Die staat onder meer in voor de uitbouw van nieuwe bedrijventerreinen, waar jonge bedrijven - al dan niet met steun van de LRM - onderdak kunnen vinden. Voor de samenwerking en netwerking tussen bedrijven uit de multimediasector vormt Flanders Multimedia Valley (FMV) een interessant orgaan. "Limburg biedt plaats voor zowel productontwikkelaars als voor dienstverleners die zich op maatwerk richten", liet directeur Stefan Bruninx eind vorig jaar nog optekenen in Het Belang van Limburg. "Alleen zien we dat Limburgse ict-bedrijven nog niet goed een gerichte keuze kunnen maken." Ze blijven nog te vaak op twee gedachten hinken, waardoor ze te veel trendvolgers zijn in plaats van trendsetters. Volgens FMV kan Limburg gerust wat meer visie gebruiken.Dries Van Damme