Even situeren: een mainframe beschikte dertig jaar geleden over een geheugen van welgeteld 4KB en een bijkomende 4KB kostte 200.000 Belgische frank. Zo'n geheugen bestond uit ferrietkernen (voor de jeugd onder de lezers: dit is werkgeheugen uitgevoerd als een raster van kleine metalen ringetjes). In die tijd hadden Ronald Smet en Roland Leroy er al een paar jaar it-pionierswerk op zitten. De volgende dertig jaar zagen ze heel wat veranderen, en toch ook niet.
...

Even situeren: een mainframe beschikte dertig jaar geleden over een geheugen van welgeteld 4KB en een bijkomende 4KB kostte 200.000 Belgische frank. Zo'n geheugen bestond uit ferrietkernen (voor de jeugd onder de lezers: dit is werkgeheugen uitgevoerd als een raster van kleine metalen ringetjes). In die tijd hadden Ronald Smet en Roland Leroy er al een paar jaar it-pionierswerk op zitten. De volgende dertig jaar zagen ze heel wat veranderen, en toch ook niet. Het waren wel hoogtijdagen. "Je was toen een technologische hogepriester, met een magisch aura. Je kon die machine immers doen werken. Nu ben je veeleer een strategische vloermat," aldus Roland Leroy. Een verslechtering dus? Vooral "een verandering," countert Ronald Smet, "de toegankelijkheid tot Information Systems is verbeterd en er is nu een grotere betrokkenheid van meer mensen." Waarop Leroy droogweg opmerkt dat er "nu 10 'it-managers' in het directiecomité zetelen!" In de grotere bedrijven, gegroeid door acquisities en met een globale aanpak, wordt de integratieproblematiek van ict, overgesimplificeerd in het directiecomité, klinkt de klacht. In het genre van 'we gaan voor één SAP 'instance', dat is toch simpel', hoewel zo'n duur project weinig of geen toegevoegde waarde in verhouding tot het kostenplaatje creëert. Bovendien moeten deze beslissingen in de bestaande managementcultuur passen. Anderzijds stijgt het ritme van verandering in de ict-wereld nog steeds, met steeds kortere levenscycli voor de nieuwste snufjes, terwijl al het oude ook blijft staan. Bedrijven moeten leren aanvaarden dat wat organisch is gegroeid, ook daadwerkelijk (beter) wordt gebruikt of efficiënt wordt aangepast.. Met name omdat ook hier de geschiedenis zich herhaalt, en "elke nieuwe generatie dezelfde fouten blijft maken, wat frustrerend is," aldus Smet, "Ook duiken altijd dezelfde dingen op maar dan anders geformuleerd." Het 'modulair programmeren' van de jaren zeventig werd 'objectoriëntatie' (jaren tachtig), componentengesteund programmeren (jaren negentig) en soa vandaag. Of neem het vandaag zo populaire 'virtualiseren'.... dat al een eeuwigheid geleden het daglicht zag op mainframes (cfr IBM's VM, alias Virtual Machine facility uit 1972). Bedrijven die succes boeken met hun ict zijn uiteindelijk bedrijven die vooruitkijken en zinvol en doordacht aanwenden wat ze hebben. Zeker als ze er zorg voor gedragen hebben hun systemen te ontwikkelen met een blik op de toekomst, bijvoorbeeld door een verplicht gebruik van goed uitgebouwde bibliotheken aan utilities en dies meer. "Er wordt te snel op de 'reset' button gedrukt en van nul herbegonnen!", aldus nog Leroy. De beste verandering in al die jaren is wel dat de ict vandaag dichter aansluit op de activiteiten van het bedrijf. "Alle ict heeft de boekhouding als vertrekbasis," stelt Ronald Smet, "maar goede it heeft ook de overstap naar andere domeinen in het bedrijf gezet." Je moet vanuit de technologie de zakelijke perspectieven van een bedrijf kunnen invullen, zoals Smet dat heeft kunnen doen met onder meer artificiële intelligentie-technologie. Niet gewoon om de technologie, maar "als je een toepassing hebt met een ROI van minder dan drie maanden, is dat een schot in de roos." Moet de cio dus in het directiecomité zetelen? Als hij er niet in zit, "is dat zijn eigen fout," meent Leroy. "Je moet er met feiten in de hand je plaatsje verdienen." Toch stelt hij dat "het niet altijd nodig is om in het directiecomité te zetelen, maar wel om een correct forum te hebben waar je het ict-gebeuren kan aankaarten." Maar zijn dergelijke cio's geen witte raven? Tja, klinkt het dan bij deze veteranen, wellicht kunnen 20 à 30 procent van de cio's inderdaad die stap zetten en zijn ze in staat die vertaalslag naar het bedrijfsperspectief te maken. En als het al moeilijk is voor een cio, hoeveel moeilijker is het dan niet om een heel ict-team over de brug te krijgen, want goede it is een teamaangelegenheid. De algemene les is dan ook voor ict'ers om meer tijd te nemen het business model van het bedrijf te begrijpen. Smet stelt dat bedrijven vroeger een 'methode & analyse' afdeling hadden die zich uitsluitend over het businessmodel boog. Later is dat bij IS terechtgekomen en weer verdwenen, maar het had wel degelijk zijn reden van bestaan. Daarom, "zet de bedrijfsprocessen op papier, zorg dat je ze terdege bedrijpt en kijk dan in welke mate ict die processen ook daadwerkelijk stuurt!" aldus Leroy. Bij de invulling moet de ict'er erop toezien dat elk project een specifiek doel heeft en niet te grootschalig wordt. "Er zijn drie redenen waarom een project faalt. De omvang van het project, de communicatie [tussen de klant en de ict'er] en een onvoldoende pragmatische aanpak," aldus Smet, "De communicatie loopt niet zelden fout omdat de ict-afdeling een en ander op zichzelf heeft uitgewerkt en vervolgens veronderstelt dat het directiecomité op een uurtje tijd kan inschatten waar een heel departement twee jaar heeft aan gewerkt." Bedrijfsleiding en eindgebruikers, "je moet het afdwingen dat ze meewerken. Klaag niet dat ze te weinig hebben gezegd, maar ga met hen praten!" aldus Leroy. "Ik ben het er niet mee eens dat het alsmaar de fout van de 'klant' is. Trek je als ict'er niet te snel terug. [...] Check of alles is begrepen. Herhaal in je eigen woorden wat hij heeft gezegd!" Heb je daarvoor wel de tijd? "Dan maak je tijd," kaatst Leroy terug, "neem je verantwoordelijkheid." Vermijd voorts dat een ict-project te veel wordt gestuurd door een leverancier, zeker wat de technologie aangaat. Dat leidt al te makkelijk tot een toestand van 'ik heb een technologie en laat ik nu een business model zoeken dat er bij past'. Overigens wordt het de ict'er niet makkelijk gemaakt. Om de zoveel maanden veranderen de parameters waarmee je rekening moet houden bij het nemen van beslissingen, en dat is in niet geringe mate te wijten aan de snelle veranderingen in ict. Bedrijven moeten dan ook echt werk maken van een goed 'human capital' beheer (waarbij zowel Leroy als Smet zich bijzonder positief uitlieten over hun ervaringen terzake bij Monsanto). Daarnaast is er de 'globalisering', zowel het wereldwijd actief zijn van bedrijven als het wereldwijd leveranciersaanbod van ict-diensten en producten. Als bedrijf moeten je "globaal denken, in cultuurpatronen, wetgevingen etc," aldus Leroy. "En voorts wordt alles digitaal, met een bijkomende uitdaging van 'compliance'." Dat vereist een pragmatische aanpak, want "je kan verantwoordelijk zijn voor elementen waar je geen zeggenschap over hebt, zoals kritieke data die niet door IS worden beheerd of beschermd." Wat soms tot wrange toestanden leidt, waarbij "informatie als businessplannen of intellectuele eigendom zoals productieformules vaak niet onder de bescherming van IS staan," aldus Leroy, "maar IS beschermt dan wel de gegevens die nota bene wettelijk moeten worden gepubliceerd." En dan is er nog de komst van de nieuwe werknemer, die als jongere alle vrijheid genoot op het internet en die vrijheid straks ook in zijn dagelijkse werkomgeving verwacht en eist. Niet meteen iets waar de bedrijven al op voorzien zijn. Maar er zijn ooit ergere toestanden geweest, zoals 'telefoons met een sleutel' of 'één telefoon voor 15 werknemers'! Gevraagd naar de beste ict-ontwikkeling doorheen de jaren, wijzen zowel Ronald Smet als Roland Leroy erop dat ict vandaag echt beter op de wereld aansluit, en helpt bij het inkorten en optimaliseren van bijvoorbeeld zakelijke processen. En die processen ook steeds volwaardiger en krachtiger maakt. Zo kunnen geleidelijk steeds meer elementen en parameters in zo'n proces automatisch worden gepland en beheerd. Ict mag dan 1 à 2 procent van de omzet kosten, het heeft wel een impact op 90 tot 100 procent van de activiteiten van het bedrijf. Tegelijk wordt zwaar onderschat wat een bedrijf voor die twee procent krijgt - lees: ict wordt vaaj ondergewaardeerd. Minder mooi is het als ict in zijn technologie blijft steken en niet de stap naar een volle ondersteuning van het bedrijfsgebeuren zet. En bedrijven zijn nog te vaak onvoldoende pragmatisch. Je moet niet alles uiterst principieel tot één exemplaar willen reduceren (zoals bijvoorbeeld één erp-systeem), als je bijvoorbeeld op 10 'instances' blijft steken. Nog een punt van droefenis is de discrepantie tussen de ict-opleidingen en de noden als ict'er in bedrijven. Er wordt weliswaar aan gewerkt, maar dat kan nog makkelijk 10 jaar duren, "en dat is een eeuwigheid". Vandaag lijkt het wel of ze in het onderwijs niet weten hoe bedrijven draaien, wat leidt tot wereldvreemdheid en te veel oog voor detail. Ict-studenten zouden moeten leren in welke mate toepassingen van nut zijn voor derden, en leren communiceren en aandacht krijgen voor de zo belangrijke bedrijfsprocessen. Zo werden soms draken van e-commercetoepassingen gebouwd omdat die technologie was weggehaald bij de ict-mensen die zogenaamd geen kijk hadden op de ontwikkelingen binnen het bedrijf. Beter is het die e-diensten integraal deel te laten uitmaken van de bedrijfsprocessen en ze dus op betrouwbare manaier te laten ontwikkelen door ict-experten. "In mijn laatste bedrijf liepen al 85 procent van de bestellingen binnen via e-commerce, zonder tijdverlies bij ons en met haast geen fouten, en als dat al gebeurde, dan werden die gewoonlijk door de klant gemaakt," stelt Ronald Smet. De nadruk die beiden leggen op de horizonten die ict opent en de noodzaak om ict beter op de bedrijfsnoden te mappen, verklaart allicht het bondige antwoord van Ronald Smet: "Omdat ik afstand heb genomen van de computer!" Bij Roland Leroy klinkt het als "Het is een fascinerend beroep! [...] Het is altijd goed betaald geweest en ik heb nooit naar werk moeten zoeken." In feite is ict naast de audit-afdeling de enige plaats waar je een totaalbeeld van de bedrijfsprocessen kan hebben, klinkt het, en ict biedt dan ook enorme opportuniteiten voor wie ze aangrijpt. Zou u jongeren nog aanraden voor dit vak te kiezen? Haast in koor: "absoluut!" Maar die moeten dan wel de juiste instelling hebben en dus open staan voor continue veranderingsprocessen en daarin kunnen meegaan. Wie echt door de technologie is gebeten, trekt bij voorkeur naar een softwareontwikkelingsbedrijf, in plaats van naar een eindgebruiker, voegen ze daar nog aan toe. Bij de eindgebruiker zal technologie steeds meer worden uitbesteed of simpelweg overbodig worden. En dan is er de obligate toekomst-vraag. Hoe zien ze ict over 20 jaar? Dat ict dan allicht niet meer als dienst op zichzelf bestaat, maar "als een functie is geïntegreerd in de verschillende afdelingen," aldus Ronald Smet. Roland Leroy ziet ict wel nog als een afzonderlijke afdeling, maar dan eentje zonder machines, veeleer "als de analyseafdeling van vroeger." Ict zal dan als 'lezen en schrijven' zijn. In de middeleeuwen ging je voor het aanleren van lezen en schrijven naar de abdijen, waar je het kreeg aangeleerd als een technologie. Vandaag zit die expertise gewoon is alles en nog wat verweven. Voorts is er ook het aspect van communicatie en hoe snel die verandert. Een kleinzoon van negen communiceert vandaag makkelijker met opa via elektronische boodschappen dan 'face to face'. En ontwikkelingen zoals 'Second Life' zorgen voor het in elkaar vloeien van realiteit en een virtuele wereld. Maar zonder internet functioneren? Nee, dat kan echt niet meer.@Guy Kindermans