Het zijn bittere tijden voor Yahoo. Na het mislukte overnamebod van Microsoft dreigt de op één na meest bezochte website ter wereld nu ook zijn blanco Belgisch strafblad te verliezen. Op 2 maart werd de zoekmachine door de correctionele rechtbank van Dendermonde veroordeeld tot een boete van 55.000 euro, omdat het bedrijf weigerde de identificatiegegevens verbonden aan enkele van zijn e-mailadressen over te dragen. De rechtbank veroordeelde Yahoo bovendien tot een dwangsom van 10.000 euro per dag dat de gegevens niet worden overgemaakt aan het gerecht.
...

Het zijn bittere tijden voor Yahoo. Na het mislukte overnamebod van Microsoft dreigt de op één na meest bezochte website ter wereld nu ook zijn blanco Belgisch strafblad te verliezen. Op 2 maart werd de zoekmachine door de correctionele rechtbank van Dendermonde veroordeeld tot een boete van 55.000 euro, omdat het bedrijf weigerde de identificatiegegevens verbonden aan enkele van zijn e-mailadressen over te dragen. De rechtbank veroordeelde Yahoo bovendien tot een dwangsom van 10.000 euro per dag dat de gegevens niet worden overgemaakt aan het gerecht. Aanleiding tot de veroordeling was een klacht ontvangen door de politie van Aalst. Een winkel had via haar website een aantal bestellingen ontvangen die bleken te zijn verricht met gestolen kredietkaartgegevens. Aangezien de daders een @yahoo.com adres hadden gebruikt om in te loggen op de website, verzocht het gerecht Yahoo om alle informatie in verband met de gebruikers van de e-mailadressen mee te delen. Yahoo weigerde echter, op basis van de argumentatie dat het gevestigd is in de Verenigde Staten, zodat een dergelijk verzoek tot informatie dient te gebeuren via het Amerikaanse Ministerie van Justitie. De rechtbank van Dendermonde volgde de redenering van Yahoo echter niet. Het internetbedrijf werd veroordeeld op basis van een strafrechtelijke bepaling (art. 46bis Par. 2 Wetboek Strafvordering) die "verstrekkers van een elektronische communicatiedienst" verplicht om op vraag van het gerecht gegevens over te maken om de gebruikers van hun diensten te identificeren. Deze bepaling vereist niet dat de dienstverlener gevestigd is in België. Ook de E-commercewet bevat trouwens een bepaling omtrent het vrijgeven van informatie van gebruikers, al werd deze bepaling (voorlopig) niet ingeroepen door het gerecht. Yahoo heeft al laten weten in beroep te gaan tegen de beslissing. In een persmededeling herhaalt het bedrijf zijn standpunt dat het niet verplicht kan worden om gegevens over te maken omdat het geen bedrijfsactiviteiten in België heeft, geen .be domeinnaam heeft en de bewuste informatie bovendien niet in België bewaart. Men kan zich afvragen waarom Yahoo erop gebrand lijkt van deze zaak een principekwestie te maken. Vermoedelijk redeneert Yahoo dat het gevaarlijk is om al te gemakkelijk in te gaan op dergelijke vragen tot het overmaken van informatie, omdat dit op lange termijn het risico inhoudt dat het bedrijf telkens opnieuw gevraagd zal worden om in gerechtelijke onderzoeken of zelfs private geschillen informatie over te maken, met alle kosten en slechte publiciteit tot gevolg. Ook vanuit een public relations standpunt wordt het al te gemakkelijk overmaken van persoonsgegevens veelal als negatief ervaren. Juridisch gezien lijkt Yahoo er echter slecht voor te staan. Hoewel er theoretisch wel grenzen zijn aan de strafrechtelijke bevoegdheid van een land en er best wel wat onduidelijkheid bestaat over de vraag hoe de voor een offline wereld ontworpen bevoegdheidsbepalingen moeten toegepast worden op online zaken, zijn er altijd wel aanknopingspunten te vinden waarom een land in een bepaalde zaak strafrechtelijk bevoegd zou zijn. Het Belgische gerecht staat dus sterk in zijn vraag aan Yahoo om gegevens over te maken, omdat het Wetboek van Strafvordering daar uitdrukkelijk de mogelijkheid toe geeft. Een gerechtelijk onderzoek van buitenlandse servers (een "netwerkzoeking") is overigens minder evident, omdat het Gerechtelijk Wetboek daar specifieke beperkingen instelt. Zeker is evenwel dat het argument dat Yahoo niet moet meewerken omdat het geen .BE domeinnaam heeft, geen hout snijdt. Dergelijk argument werd bij de opkomst van de internet wel eens verdedigd, maar wordt ondertussen nadrukkelijk verworpen. Dit argument zou een online dienstverlener immers toelaten om op een eenvoudige wijze aan de wetgeving en autoriteiten te ontkomen, door een website te registreren onder een toplevel-domein van een land dat geen medewerkingsplicht voorziet. Kristof De Vulder is advocaat-vennoot bij DLA Piper Belgiëkristof de vulder